Nederland moet zich diep schamen voor zo’n krijgsmacht

Weinig materieel, overbelast personeel:

Ton Welter hekelt onze defensie-inzet.

Heeft u zich wel eens afgevraagd hoeveel dekbedhoezen u nodig heeft om er onder één te slapen? Dat zijn er minimaal drie. De eerste hebt u in gebruik, de tweede ligt als reserve in de linnenkast, de derde is in de wasmand. Normaal gesproken wisselt u regelmatig van dekbedhoes. Geen vuiltje aan aan de lucht. Maar als de cyclus hapert, heeft u tekort, afgezien van slijtage, en dus is vervanging noodzakelijk. De warme deken van onze welvaartsstaat heeft eveneens minstens drie componenten nodig om te functioneren: een goed draaiende economie, een stevig financieel fundament en goed betaald werk. Als een van deze componenten hapert, is er geen warme deken meer, zoals wij sinds de financiële crisis van 2008 meemaken.

Voor onze krijgsmacht geldt hetzelfde. Kijk maar naar de luchtmacht. Om één F-16 operationeel in te zetten heeft de luchtmacht er vier nodig: 1 is in onderhoud, 1 is in training, 1 staat reserve, de 4e kan vliegen. We hebben op papier 61 F-16’s, met slechts 40 jachtvliegers, maar alleen al dat feit klopt niet, op zijn zachtst gezegd. Van de 61 F-16’s staan er permanent 10 in de VS voor training, 26 stuks zijn in onderhoud, een viertal dient als quick reaction alert ter bescherming van het Nederlandse luchtruim, 13 zijn ingezet voor de air policing mission boven de Baltische staten en de strijd tegen IS – en dit alles met 40 jachtvliegers? Geen wonder dat vliegers overbelast zijn. Het overige aantal van 8 stuks wordt gekannibaliseerd om de rest van de F-16’s vliegend te houden. Er is geen geld voor nieuwe onderdelen.

Dan onze marine: 1 luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) is in onderhoud, 1 fregat wordt ‘opgewerkt’, 1 fregat is onderweg naar het operatiegebied, 1 fregat is op missie. Van de twee overgebleven M-fregatten wordt er 1 gemoderniseerd, de 2e is in onderhoud; deze M-fregatten zijn dus niet operationeel inzetbaar. Saillant feit: de onderhoudswerkzaamheden worden ‘getemporiseerd’ wegens gebrek aan geld. De 4 onderzeeboten ondergaan een instandhoudingsprogramma waardoor hun levenscyclus tot 2025 verlengd wordt. Consequentie: slechts 1 onderzeeboot is operationeel inzetbaar.

Voor dit geringe aantal schepen moeten wel een onderhoudsdienst en een werf in stand worden gehouden. Dat is onevenredig kostbaar; meer schepen in dienst maken de onderhoudskosten per eenheid verhoudingsgewijs realistischer en economisch aanvaardbaar. Dit fenomeen geldt voor onze hele krijgsmacht.

Voor de landmacht, tot slot, zijn slechts circa 5.000 militairen op een totaal van 20.000 manschappen en vrouwen beschikbaar om voor missies uitgezonden te worden. Immers, ook hier geldt de rekensom van 1:4. Wat dat betreft was de missie in Uruzgan waar Nederland als lead nation optrad met op het hoogtepunt een inzet van circa 2.000 militairen, een krachtsinspanning zonder weerga.

Dan heb ik het nog niet over de onvoldoende beschikbaarheid van betrouwbaar en adequaat materieel, (reserve-) onderdelen, munitie, vervanging van materieel waarvan de levensloop ten einde is en modernisering die noodzakelijk is. Een beknopt overzicht: de F-16’s zijn ruim 35 jaar oud; ze moeten nog ruim 10 jaar mee, de onderzeeboten zijn 25 jaar oud, de fregatten naderen de 20 jaar, de landmacht heeft geen tanks meer en slechts 3 houwitser-eenheden, de 3 Patriotbatterijen zijn aan vervanging toe en wegens gebrek aan voldoende opgeleid personeel nauwelijks nog inzetbaar; mede daarom worden zij teruggetrokken uit Turkije. Het Defensie Helikopter Commando, het operationele commando dat de gehele krijgsmacht van helikopters moet voorzien, vliegt met hopeloos verouderde Cougars. De Apaches zijn aan een hoogst noodzakelijke modernisering toe, terwijl de nieuw aangekochte NH-90 helikopter kampt met corrosie en andere problemen waardoor deze slechts zeer beperkt inzetbaar is.

Vervang ‘materieel’ door ‘dekbedhoezen’ en elk gezin zou het van wanhoop van de daken schreeuwen. Ook in het huishouden draait het om ‘voortzettingsvermogen’: is er voldoende materieel en mankracht om het systeem draaiende te houden? Zo ook onze krijgsmacht. Er zijn geen of onvoldoende reserves, maar het belangrijkste is dat het personeel overbelast is. Dit geldt met name voor onze nichecapaciteiten: special forces, onderzeedienst, genisten, mariniers en de luchtmacht met een onverantwoord laag aantal jachtvliegers.

Normaal gesproken moeten militairen na een termijn van drie maanden afgelost worden, voor henzelf, maar ook voor het thuisfront. Door gebrek aan manschappen wordt deze ‘uitzendbescherming’ herhaaldelijk overschreden en opgerekt. De boog blijft net zo lang gespannen totdat deze knapt. Welnu, de boog is al geknapt.

Defensiepersoneel wordt niet op zijn merites gewaardeerd: het salaris staat al 5 jaar op de nullijn, het personeel wordt ruim 3 procent onderbetaald vergeleken met ander overheidfunctionarissen. Deze factoren vormen de spreekwoordelijke druppel: uitstekend opgeleide, gemotiveerde en broodnodige specialisten verlaten in groten getale de krijgsmacht. Zij hebben het vertrouwen in de politiek en de top van de krijgsmacht verloren. Het verloop is zo groot dat er een onderbezetting is ontstaan van ruim 12 procent.

Los van de toenemende dreigingen in en rond Europa, doen wij een beroep op parlement en kabinet om aan deze schrijnende en respectloze toestand een eind te maken. Nederland moet zich als rijk land diep schamen dat haar zwaardmacht in zo’n deplorabele toestand verkeert.

Telt u vanavond nog even de voorraad dekbedhoezen voordat u in uw bedje stapt?