‘Nationalisme in Europa is het begin van griezelig avontuur’

Catalonië wil zondag stemmen over onafhankelijkheid. Dat is riskant, ook binnen de EU, zegt een Belgische politicoloog. Afscheiding kan een domino-effect hebben.

In september stemden de Schotten. Zondag is het de beurt aan de Catalanen. 2014 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin de grenzen in Europa fundamenteel ter discussie worden gesteld. Kiezers spreken zich uit over de vorming van nieuwe, onafhankelijke landen.

De Catalaanse ‘volkspeiling’ zondag is inofficieel: van Madrid mogen de Catalanen niet stemmen, anders dan de Schotten die van Londen een echt referendum kregen dat een ‘nee’ tegen onafhankelijkheid opleverde. Maar ook de Catalaanse stembusgang spreekt elders in Europa tot de verbeelding: komt Barcelona misschien in een ander land te liggen?

Het is verleidelijk om sympathie te hebben voor de onafhankelijkheidsreferenda, zegt de Belgische politicoloog Vincent Stuer, zelf afkomstig uit een land waar een separatistische partij – de Vlaams-nationalistische N-VA – de dominante politieke kracht is. „Het hertekenen van landsgrenzen lijkt iets ongevaarlijks en heeft zelfs iets aantrekkelijks. Waarom ook niet? Als de Catalanen beslissen dat ze onafhankelijk willen worden, mogen de Spanjaarden dat toch niet tegenhouden?”

Maar Stuer waarschuwt: „Je weet waar je begint, maar je weet niet waar je uitkomt.” Zijn onlangs verschenen boek Kleinstaterij! gaat over de opkomst van nationalisten in Europa. Regionationalisten eisen onafhankelijkheid, politici als de Brit Nigel Farage wil terug naar de soevereine natiestaat en weg uit de Europese Unie.

Kleinstaterij! is in de eerste plaats een „analytisch” boek dat de populariteit van het nationalisme uitlegt aan de hand van de Europese geschiedenis, zegt de Vlaming tijdens een gesprek in Brussel. Maar een „boodschap” heeft Stuer ook: „Neem Europa niet als iets vanzelfsprekends. De meeste griezelige avonturen beginnen met iets wat een goed idee lijkt.”

Wat is het probleem? De Catalanen willen toch gewoon in de EU blijven?

„Deze nationalisten voelen zich comfortabeler omdát ze in een groter geheel zitten. Je hoorde het in Schotland en nu in Catalonië: Europa maakt onafhankelijkheid mogelijk, we spelen dan als klein land geopolitiek mee en er is de interne markt. Wij zijn niet bekrompen, wij blijven EU-lid. Is dat wel zo? Wat men zich, ook in Vlaanderen, nauwelijks realiseert is dat als je je afscheidt, je per definitie uit de EU stapt. Dat is juridisch nu eenmaal zo.

„Het idee dat je vervolgens het ‘recht’ hebt om weer toe te treden is in feite ondemocratisch. Nederlanders zouden toch nooit aanvaarden dat de EU een ‘onafhankelijk’ Friesland opneemt zonder dat zij daar een stem in hebben? Zo zullen de Spanjaarden willen meebeslissen over Catalonië.”

Kunnen we de Catalanen weigeren wat we aan Balkanlanden hebben beloofd: EU-lidmaatschap?

„De vraag is waar het ophoudt? De Basken hebben een menselijke keten gevormd om ook een referendum te eisen. In Italië heb je Zuid-Tirol en Veneto, waar laatst al een niet-erkend referendum is gehouden. Binnen enkele jaren heeft in Noord-Ierland de katholieke bevolking een meerderheid. Wie gaat hun dan zeggen: de Schotten mochten stemmen, maar jullie niet?

„Je kunt dan een Europa met 35 lidstaten krijgen. Maar dát wordt een probleem – niet zozeer voor mij, maar wel voor nationalisten. Want zo’n nieuwe, ‘interne’, uitbreidingsgolf zal ook institutionele hervormingen moeten betekenen, anders loopt de zaak vast. Het zal een federaler Europa worden waarin lidstaten, zeker de kleine, minder macht hebben. Je treedt dan toe tot een Europa waar je niet meer gegarandeerd invloed hebt. Nationalistisch én pro-Europees willen zijn is een onhoudbare paradox.”

Er is toch nationale zelfbeschikking – bevolkingen die hun eigen lot bepalen?

„In mijn boek beschrijf ik hoe de messias van dit idee, de Amerikaanse president Woodrow Wilson (1856-1924) al meteen na de vredesconferentie van Parijs (1919) zélf terugkwam op zijn ideaal omdat het totaal niet werkbaar bleek, vooral in Midden-Europa: ‘toen ik die uitspraak deed wist ik niet welke naties allemaal op ons toekomen’, zei Wilson. Dat vind ik fascinerend.

„De les die we na de Tweede Wereldoorlog trokken was niet voor niets: ga landsgrenzen niet opnieuw tekenen, maar overstijg ze door ze minder gevaarlijk, minder betwist te maken. Dit is de grondslag van de Europese Unie, die we nu op de helling zetten. Eigenlijk eigenaardig, het vergeten van de lessen van de geschiedenis.”

De bevlogenheid waarmee Stuer het debat zoekt met nationalisten, komt voort uit betrokkenheid bij zijn eigen land. „Kleinstaterij! is eigenlijk een boek over Vlaanderen zonder Vlaanderen al te vaak te noemen”, vertelt hij. Stuer heeft niets tegen (collectieve) culturele identiteit, zegt hij. „Ik ben zelf iemand die veel met cultuur en geschiedenis bezig is en die nogal hecht aan zijn afkomst, die trouwens half Nederlands is: mijn grootouders kwamen uit Nederland.”

Waar hij zich tegen verzet is iets anders: het idee dat democratie alleen gedijt binnen de soevereine natiestaat. Het is een vertrekpunt voor het Vlaamse nationalisme. Omdat België uit meerdere taalgemeenschappen bestaat, zou het volgens die theorie niet democratisch te besturen zijn. Eurosceptici als de Nederlander Thierry Baudet concluderen daaruit dat Europese democratie niet mogelijk is, bij gebrek aan een Europees volk. Stuer: „Mijn idee is juist: eigenlijk heb je geen natiestaat nodig om democratisch te kunnen samenleven. Je moet natie en staat scheiden, net als kerk en staat”.

Maar is democratie niet heel lastig te realiseren over taalgrenzen heen?

„Wat je nodig hebt, zijn de processen die iets tot een democratie maken: consensusvorming, parlementaire meerderheden. Kijk eens naar de N-VA die nu de Belgische regering aan een meerderheid helpt en ook nog een deftig programma gaat uitvoeren. Betekent dat niet dat België eigenlijk wél een democratie is?

„Bovendien: op Europees niveau hebben we een sterke democratie. Dat wordt vaak niet gezien, maar is daarom nog niet minder waar. Het Europees Parlement heeft intussen een sterkere positie dan, bijvoorbeeld, het Belgische of het Franse. Hier in Brussel klinkt nu vaak de vraag of het parlement niet te veel macht heeft.”