Column

Mensenredder

Nicholas Winton, formidabele man. Zijn naam is in Nederland nauwelijks bekend, omdat onze media nooit veel aandacht aan hem hebben besteed. Vorige week werd hij, 105 (!) jaar oud, in Praag geëerd als een van de grootste mensenredders van zijn tijd. Een Engelse Schindler, zou je hem kunnen noemen, want hij redde in 1939 het leven van 669 Joodse kinderen uit Tsjechoslowakije.

Het bijzondere van Winton is dat hij zich nooit op zijn verdiensten heeft laten voorstaan. Pas vanaf 1988 begon het nieuws over zijn daden zich te verspreiden. En dat was dan nog te danken aan zijn vrouw die thuis op zolder een gedetailleerd plakboek had gevonden met lijsten van kinderen en de namen van hun ouders. Op die manier konden nog 80 van deze kinderen in Groot-Brittannië worden opgespoord.

Winton had er nooit over gepraat. „Ik hield het niet geheim”, heeft hij weleens gezegd, „ik praatte er gewoon niet over.” Zulke discretie staat haaks op onze exhibitionistische tijd, merkte columnist Roger Cohen in The New York Times op over Winton. „Wie tegenwoordig niet aan zelfpromotie doet, gaat ten onder.”

Tv-interviewer David Frost vroeg Winton waarom hij gezwegen had. Een écht antwoord kwam er niet. Hij dacht dat alle kinderen na de oorlog naar Tsjechoslowakije waren teruggekeerd; gedurende de oorlog had hij niets voor ze hoeven doen. Het enige antwoord is, vermoed ik: pure bescheidenheid, gepaard aan een als vanzelfsprekend ervaren drang om bedreigde mensen te helpen.

Winton was een 29-jarige effectenmakelaar uit Londen toen een vriend hem in 1938 vroeg of hij hem tijdens een vakantie wilde helpen bij Joods welzijnswerk in Praag. Winton zag daar de nood van Joodse families uit Sudetenland, gevlucht voor de nazi’s. Hij begon een kantoortje aan de eettafel van zijn hotel aan het Wenceslas Plein; de angstige vluchtelingen stroomden toe.

Daarop besloot hij kindertransporten per trein naar zijn vaderland te organiseren. In diezelfde periode begon in Nederland Geertruida Wijsmuller-Meijer hetzelfde zegenrijke hulpwerk waarmee ze, samen met anderen, duizenden Joodse kinderen redde. Het is niet bekend of zij Winton ooit ontmoet heeft.

Winton moest ‘zijn’ kinderen via Hoek van Holland naar Engeland zien te krijgen. Dat viel niet mee, want Nederland had zijn grenzen na Kristallnacht voor Joodse vluchtelingen gesloten. Het lukte Winton dankzij Britse garanties. De Britten wilden kinderen opnemen mits hij voor elk kind een gastgezin regelde. De Britse autoriteiten bleven traag, Winton moest soms zijn toevlucht nemen tot vervalste reispapieren en ook ‘enige chantage’, zoals hij ooit bekende. Tot zijn grote spijt weigerde de Amerikaanse regering kinderen op te nemen.

In 1988 kregen de daden van Winton grotere bekendheid dankzij het tv-programma That’s Life! van de BBC. Een deel ervan is nog via YouTube te zien. Het valt niet mee er met droge ogen naar te kijken. De programmamakers hadden een aantal van de geredde kinderen op de tribune rondom Winton geposteerd, zonder dat hij wist wie ze waren.

Op zeker moment vraagt de presentatrice: „Willen de mensen opstaan die door hem zijn gered?” Daarna vraagt ze hem: „Wilt u zich omdraaien?” Hij kijkt verbluft naar al die staande mensen. De presentatrice roept: „On behalf of all of them, thank you very much indeed!” Aangedaan ondergaat de redder de omhelzing van een vrouw naast hem.