Luis Suárez wil winnen maar nooit meer kiezen voor zelfvernietiging

Spits treft vanavond met Barcelona zijn oude liefde Ajax.

Luis Suárez is terug na zijn maandenlange schorsing wegens bijten. Foto AP

In zijn tienerjaren in Montevideo rende hij eens vijftig meter het veld over om de scheids een kopstoot te geven. Hij stond als speler van Liverpool terecht voor het racistisch bejegenen van Patrice Evra, hij beet tegenstanders en vond schwalbes de normaalste zaak van de wereld. Maar eindelijk, claimt Luis Suárez, is er rust in zijn bovenkamer. Hij heeft zich de massale verontwaardiging aangetrokken na de beet in de schouder van de Italiaan Giorgio Chiellini op het WK – zijn derde hap.

Terug in de Arena, na zijn donkerste periode tijdens de maandenlange schorsing, is de glimlach op het gezicht gebeiteld van El Conejo, het Konijn. Morgen verschijnt zijn autobiografie, waarin hij eindelijk en uitgebreid zijn verhaal kan doen. Uitleggen dat hij geen racist is. Uitleggen waarom hij wel een bijtende recidivist is, maar dat hij hulp heeft gezocht.

Maar dat is morgen. Vanavond eerst de groepswedstrijd in de Champions League tegen Ajax, voor zijn nieuwe club FC Barcelona. Nergens had Suárez zo’n fijne tijd als bij Ajax, zei hij gisteren. „De beste jaren van mijn carrière. Ik heb hier veel geleerd op het veld en buiten het veld, als mens.” Na een onderonsje met de Spaanssprekende spelersbegeleider Herman Pinkster nam hij plaats op het podium voor gebruikelijke antwoorden op gebruikelijke vragen. „Uit respect voor deze club zal ik niet juichen als ik scoor. Ook al wil ik het uitschreeuwen als ik mijn eerste voor Barça maak.”

Ajax was, na zijn eerste stappen in Europa bij FC Groningen, de opmaat naar wereldfaam. Maar de Nederlandse mentaliteit is niet de zijne. Drieënhalf seizoen in Amsterdam bracht hem maar één hoofdprijs: de KNVB-beker. Bitter weinig voor club en speler. Toen de strijd om de titel in 2010 in de laatste speelronde ging tussen FC Twente en Ajax, stelde hij voor om premies te betalen aan NAC; de tegenstander van Twente. De reactie van Ajax – „Ben je gek, Luis?!”– op zijn voorstel verbaasde hem, zo tekent Suárez op in zijn biografie Crossing the Line, waar de Engelse krant Guardian al delen uit publiceerde.

De rest is geschiedenis. NAC verloor van Twente, en de titel ging aan Ajax voorbij. Zo moest de Uruguayaan zijn bereidheid over lijken te gaan vaker onderdrukken. Dat winnen niet alles is was voor hem een vreemd concept. Die drang verklaart veel van zijn misdragingen – de neiging om bij de lichtste aanraking in het strafschopgebied naar de grond te gaan bijvoorbeeld. Of om tegen Ghana op het WK 2010 de bal uit het doel te slaan. Uruguay door, ongeacht hoe. Rode kaart? Prima.

Zijn periode bij Ajax eindigde met een schorsing na de beet in de nek van PSV’er Otman Bakkal. Toen Suárez de beelden daarvan op tv terugzag, huilde hij. Hij was net vader geworden van een dochter. „De gedachte dat zij ooit zou zien wat ik gedaan had, vond ik verschrikkelijk.” Hij vertrok naar Liverpool, maar het bijten bleef. In zijn biografie stelt hij na het tweede bijtincident (Chelsea’s Branislav Ivanovic) gesproken te hebben met een psycholoog. Het bleef bij één sessie. „Ik was bang dat therapie me te rustig zou maken op het veld. Ik ben een speler die zichzelf nog om het leven brengt om een inworp te voorkomen.”

Inmiddels, zegt hij na beet drie, is Suárez veranderd. Hij is afgelopen zomer tot rust gekomen op het platteland in Uruguay, waar hij in retraite ging. Hij vond „de juiste mensen” om mee te praten. Op zoek naar een verklaring voor zijn gedrag komt hij steeds weer uit bij opgekropte frustratie. Als het slecht gaat in een wedstrijd, als hij net een kans heeft gemist. Maar waarom bijten? „Sla je iemand dan is het snel vergeten. Dus waarom neem ik de route van zelfvernietiging?”

Hij weet het zelf ook niet.