Kindman valt voor scholiere in een te ironische romkom

Een held, zo leer je in de leerboekjes scriptschrijven, heeft een motivatie, of zoekt er op zijn minst een. Hij mag slagen of falen, maar een doel moet er zijn. Breek je met die regel, dan maak je arthouse.

Verfrissend dat regisseur Michiel ter Horn (31), nu de Nederlandse romantische komedie zo succesvol is, in Aanmodderfakker brutaal met de regels van dat genre speelt. Op het Nederlands Film Festival werd dat onlangs ruimhartig beloond met Gouden Kalveren voor beste film, acteur en scenario. Toch is de film niet helemaal geslaagd. De doffe, botte kindman Thijs mag dan een held van deze tijd zijn, aan het eind boeit het niet erg of hij slaagt of faalt. Je bent dan het liefst gewoon van hem af.

Eeuwig student Thijs (32) is zo’n type dat verkrampt op de drempel van de volwassenheid staat. Een mannelijk variant van Frances Ha, de kindvouw die lekker mal wil blijven vlinderen terwijl haar vrienden al banen en kinderen hebben. Op een gegeven moment wordt zoiets zielig, en Thijs is dat punt allang voorbij.

Dat weet Thijs zelf ook wel: zijn leven is vreugdeloze routine. Sloom baantje bij Mediamarkt, bier, sigaretten en ’s ochtends ontwaken met zijn wang op het toetsenbord. Dat zie je al in de eerste, knappe scène, waar hij beneveld door een park fietst, stopt om een sigaretje op te steken en zonder enige emotie waarneemt dat er plots een boom over de weg valt. Boeien.

Thijs deelt een morsig studentenhuis met de slons Walter, heeft een lade vol ongeopende aanmaningen en rijke ouders die studiegeld blijven sturen. Zijn zwager ziet in hem een vrijbuiter, in het echt is Thijs een jochie dat zich tegenstribbelend laat pamperen door zijn bazige moeder en op hem kankerende zus. Tot de zestienjarige scholiere Lisa opduikt. Ze is intelligent, ambitieus en een beetje mal, wil naar Oxford en speelt mondharp. Lisa ziet wel iets in Thijs.

Aanmodderfakker gaat „over mannen die te lang jongens blijven, en meisjes die te snel vrouwen willen worden”, lees ik. Het motto van de ‘slacker comedy’ dus, het subgenre over verlate volwassenheid. Dat draait vaak om de liefde tussen kindman – een slons die zijn dagen doorbrengt met vrienden, tv en waterpijp – en een al te perfect, ambitieus meisje. Sinds Bridesmaids en Lena Durham mag het meisje ook de slacker spelen.

Ter Horn en scriptschrijver Anne Barhoorn zijn een verrijking voor de Nederlandse film: een duo met een heel eigen toon, wat al begint met hun filmtitels – voor Aanmodderfakker was er De Ontmaagding van Eva van End. Titels die roepen: wij doen gewoon ons ding. Maar hoewel beide films veel sterke scènes en dialogen bevatten, klikt het allemaal net niet samen tot iets voortreffelijks. Daarvoor is het te zelfbewust ironisch.

Zo haalt Aanmodderfakker de conventies van de romantische komedie iets te zelfbewust overhoop. Het stramien: liefde, terugval, zelfinzicht en ‘run for love’: de held of heldin, bevrijd van zijn blokkade, zet het tenslotte op een hollen als zijn geliefde voor altijd uit zijn leven dreigt te verdwijnen. Ter Horn speelt openlijk met die regels dat je aan identificatie met de helden niet toekomt. Zo wordt, als in heel veel romkoms, de ontluikende liefde op een gegeven moment samengevat in een muzikaal intermezzo. Dat is hier zo bizar – Lisa en Thijs spelen mondharp – dat hun liefde een grap blijft. Daardoor laten Thijs en Lisa je ook onverschillig: bij de ‘run for love’ hoop je dat de nurkse, kinderachtige Thijs te laat komt. Je gunt Lisa iets beters. Het elastiek is iets te ver opgerekt, de emotionele spankracht is eruit.

Minder ironie zou helpen. Ter Horn bekijkt het menselijke gedoe nu wel erg afstandelijk, alsof hij met een stokje in een mierenhoop prikt.