Kijk eens rond... Wie wordt er bij jou op het werkgepest?

Zeker honderdduizend werknemers blijken structureel te worden gepest. Mensen die hun collega’s pesten moeten worden beloond. Dat werkt beter dan straffen, stelt een onderzoeksinstituut van de Vrije Universiteit.

foto thinkstock

Als ambtenaar André Horstink (51) zijn kantoor binnenkwam viel er vaak ineens een stilte. Een collega vertelde dat er constant over hem werd geroddeld. Er werd laster verspreid op het stadhuis: hij zou voor geen meter functioneren. In informeel werkoverleg draaiden collega’s hem de rug toe. „Zit je wel op de juiste plek hier?” werd hem regelmatig gevraagd. Gesprekken met zijn leidinggevende hielpen niet. Horstinks contract werd niet verlengd en sindsdien is hij werkloos: „Ik ben eruit gepest door een paar intimiderende vrouwen. En de baas keek weg.”

Pesten op de werkvloer komt vaak voor, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 7,1 procent van de werknemers in Nederland werd in 2013 gepest door een leidinggevende. 5,8 procent zegt gepest te worden door klanten.

Het onderzoeksinstituut voor gedragsverandering (ADRIBA) van de Vrije Universiteit presenteerde vorige week op een seminar een model dat pesten op de werkvloer moet tegengaan. In Nederland worden zeker 100.000 werknemers structureel gepest door klanten of collega’s, volgens het CBS en TNO.

Marius Rietdijk, directeur van het ADRIBA, ziet pesten onder collega’s als een maatschappelijk probleem, en hij denkt dat te kunnen oplossen. Zijn doel: op zoveel mogelijk maatschappelijke gebieden de oerprincipes van gedragsverandering toe te passen.

Expres geen veiligheidshelm op

Zijn stappenplan heeft een eenvoudige opzet. Eerst ongewenst gedrag in kaart brengen en verwerken in grafieken. Bijvoorbeeld: in vergaderingen wordt steeds dezelfde collega genegeerd door de rest. Daarna doelen stellen voor het hele team, zoals: iedereen moet naar elkaar luisteren. En vervolgens succes belonen. Een luxe lunch bijvoorbeeld; of een middagje karten. Dit kunnen ze alleen krijgen door sámen het doel te bereiken. Rietdijk: „Net als op het schoolplein. Als de kinderen braaf met elkaar spelen krijgen ze allemaal een snoepje. Gewenste prestaties belonen werkt ook bij volwassenen. Het is een oeroud principe uit de gedragstheorie dat in de praktijk vaker ingezet zou moeten worden.”

Zo werd Rietdijk ingehuurd door een bouwbedrijf dat helemaal klaar was met bouwvakkers die hun veiligheidshelmen weigerden te dragen. Groepsgedrag. Rietdijk: „Dan ga ik eerst observeren hoeveel mannen die helm niet opzetten. Na drie dagen laat ik het ze zien in grafieken en tabellen. Dat is schrikken, want het niet dragen van die helm is er zo ingeslopen dat ze het zelf niet meer in de gaten hebben. Zelfinzicht, dat is de basis van gedragsverandering. Daarna beloon je de mannen als ze het gewenste gedrag vertonen.”

Waarom pesten? Geen idee

Het is eind 2012 als ambtenaar Horstink begint in het klantcontactcentrum van de gemeente. Horstink is een vrolijke man met blauwe bril, kort grijs haar en een ruitjesoverhemd. Zijn relaas wordt ondersteund door gedetailleerde documenten die hij indiende bij de landelijke klachtencommissie voor ongewenst gedrag bij de decentrale overheid. Twee klachten werden pas begin dit jaar gegrond verklaard. Horstink: „Na twee maanden bij het klantcontactcentrum wist ik al dat het mis zat. Het negeren begon. Heel vilein, maar als je dat elke dag meemaakt, word je langzaam tot wanhoop gedreven. Ze bleven herhalen dat ik mijn werk niet goed deed. Dat was niet waar, maar je gaat ook aan jezelf twijfelen. Ik heb het direct gemeld bij de leiding, maar er werd niet opgetreden.”

De zaak escaleert uiteindelijk in de zomer van 2013.

Horstink breekt. De stress, die zich al maanden ophoopt, komt eruit. Want al maanden nam hij de onrust mee naar huis. Dan zat hij ’s nachts met zijn man koffie te drinken en muziek te luisteren. Horstink: „Proberen het van me af te zetten. Maar dat lukt niet. Het is vreselijk. Na mijn ontslag ben ik in janken uitgebarsten.”

Waarom hij is gepest, weet Horstink nog steeds niet. Hij heeft zich te kwetsbaar opgesteld, denkt hij. Hij had een externe coach voor de pestproblemen en dat vertelde hij openlijk op kantoor. Had hij nooit moeten doen, zegt Horstink nu. „Ik ben een gevoelige man. Te gevoelig. Ze kenden mijn zwakte en hebben die misbruikt.”

Dit is zoals het bijna altijd gaat, zegt Laura Willemse, voorzitter van de Stichting Pesten op de Werkvloer. Het pesten begint onderhuids, het bedrijf wil er niets van weten. Daarom wordt het stappenplan van de VU aan bedrijven ook niet gepresenteerd als antipestplan, maar als plan ‘ter verbetering van de bedrijfscultuur’.

Willemse: „Bedrijven gaan toch niet zeggen dat er bij hen wordt gepest, dus moeten we een ander ‘ticket’ hebben om binnen te komen. Triest, maar waar. Leidinggevenden ontkennen of negeren dat hun personeel het leven zuur wordt gemaakt.”

Vaak is de leiding zelf de oorzaak van het pesten. B. werkte zeven jaar op een notariskantoor, toen ze werd teruggezet in functie. Ze moest achter de receptie zitten. Toen er een nieuwe receptioniste werd aangenomen, moest ze gaan schoonmaken of scannen voor collega’s. B., die niet met haar naam in de krant wil: „De baas wilde me niet meer, terwijl ik mijn werk prima deed. Ik werd genegeerd. Niemand zei er iets van.”

B. probeerde in gesprek te gaan met de baas, maar dat hielp niet. Ze werd ontslagen. „Het is de baas gelukt me eruit te werken. Ik snap nog steeds niet hoe ik daar zes jaar probleemloos kon werken met goede resultaten, totdat het ineens omdraaide.”

Iedereen redde zijn eigen hachje

Horstink en B. hebben het antipestmodel van de VU bekeken. Hoewel ontwikkelaar Rietdijk toegeeft dat het misschien lastig is om het pestgedrag in kaart te brengen en te specificeren, zoals het model voorschrijft, zien de gepeste werknemers er wel iets in. Teamgeest is het belangrijkste, zeggen ze allebei. B: „In mijn bedrijf werkte iedereen voor zichzelf. Iedereen redde zijn eigen hachje. Als een leidinggevende erin slaagt een team verantwoordelijk te stellen voor één doel, kan dat zeker werken.” Horstink: „Het zou kunnen werken, maar je moet er vroeg bij zijn. En de leidinggevende moet durven op te treden. Anders is het te laat. Dan ben je al kapot.”