‘Jouw DNA vertelt je hoe je het beste kunt trainen’

Beweert het promotiefilmpje van fitnesscentrum Healthcity, dat ‘DNAFit’ aanbiedt

illustratie Jet Peters

De aanleiding

Sportschoolketen Healthcity adverteert met een nieuwe dienst: DNAFit, een persoonlijk fitnessplan op basis van je genen. Je haalt met een wattenstaafje wat wangslijm uit je mond, laat je DNA analyseren, en voilà, je weet hoe je het beste kunt sporten en diëten. De site van Healthcity stelt: ‘Een uniek en persoonlijk digitaal rapport dat jouw DNA analyseert op maximaal 45 genen en vertelt hoe jouw lichaam reageert op sport zoals conditie- of krachttraining, maar ook hoe je reageert op bijvoorbeeld proteïne, koolhydraten en andere belangrijke voedingsstoffen.’

Waar is het op gebaseerd?

Het Britse DNAFit, dat in Nederland via Healthcity wordt aangeboden, laat alle wangslijmsamples in een laboratorium in Norwich testen. Het lab kijkt naar 45 genen die van invloed kunnen zijn op sporten en diëten. Bijvoorbeeld of je veel langzaam samentrekkende of snel samentrekkende spieren hebt, wat iets zou zeggen over je geschiktheid voor duursport. De test vertelt iets over je glucosestofwisseling, je gevoeligheid voor blessures, of je lactose kunt verdragen of hoe je zuurstofopname is.

Volgens een woordvoerder worden de resultaten „onderbouwd met minstens drie wetenschappelijke studies” per gen. Die studies zijn op mensen gedaan, niet op dieren. Al die 45 resultaten gooit DNAFit in een ‘algoritme’, dat bepaalt hoe je het beste kunt sporten en eten. De uitkomsten van dat algoritme zijn, voor zover de woordvoerder weet, niet wetenschappelijk getest. Het algoritme is bedrijfsgeheim.

En, klopt het?

Cecile Janssens, epidemioloog aan de Amerikaanse Emory University in Atlanta, gelooft er helemaal niet in. Ze heeft daar drie redenen voor.

Eén: Veel verbanden tussen genen en eigenschappen of ziektes zijn ontdekt in genome-wide association studies. Van honderdduizenden mensen werd DNA afgenomen en gekeken welke ziektes en eigenschappen ze hadden. De wetenschappelijke studies waar DNAFit zich op baseert bestaan dus heus wel. En sommige ziektes of eigenschappen liggen ondubbelzinnig vast in je DNA.

Maar, zegt Janssens, heel veel relaties tussen genen en ziektes of eigenschappen zijn juist „ongelooflijk klein”. Neem type 2 diabetes. Dat komt niet door één gen, daar zijn al tientallen genen voor gevonden. En samen hebben al die genen minder effect op diabetes dan overgewicht.

DNAFit kijkt telkens naar één gen. Janssens: „Dat zegt dus helemaal niets over of je minder vet of meer koolhydraten moet eten.”

Stel, je hébt een gen voor snelle vetverbranding. „Dan weet je nog niet welk effect dat heeft op overgewicht.” Genen spelen een rol, zegt ze, „maar van veel genen weten we nog veel te weinig om te voorspellen welk effect ze hebben”.

Twee: De studies naar de effecten van genen gaan over groepen. Dat zegt weinig over iemand persoonlijk. Ja, in het algemeen geldt misschien dat een bepaald gen samenhangt met langzame vetverbranding, maar of dat effect hetzelfde is voor mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, fanatieke en minder fanatieke sporters, weten we niet.

Drie: het algoritme. Al die onzekerheden per gen voegt DNAFit samen, om tot een helemaal onzeker voedings- en trainingsadvies te komen. Dat werkt zeer waarschijnlijk niet. En het wordt ook niet onderzocht door DNAFit.

Wrang is ook dat DNAFit op de Engelstalige website naar een aantal reviews wijst die hun product moeten onderbouwen. Maar die artikelen vertellen vooral dat dit soort tests nog niet afdoende zijn onderbouwd. In de aanbevolen studie Genetic influence on athletic performance uit 2013 staat bijvoorbeeld: ‘Ondanks de toename in gebruik van dit soort tests ontbreekt het bewijs van de nuttigheid van genetisch testen boven traditionele talentselectietechnieken in het voorspellen van atletische capaciteiten.’ 

Conclusie

Bevat je DNA het beste trainings- en dieetplan? Onwaarschijnlijk. Hoe je het beste kunt trainen hangt af van je (nog grotendeels onbekende) genen, maar ook van je motivatie, je interesses, of je ouders je lieten sporten. We beoordelen de stelling dus als onwaar.