Jeugd vreest dat leger revolutie kaapt

President Compaoré trad vrijdag af na een volksopstand. De roes van de betogers is omgeslagen in ontgoocheling.

Inwoners van Ouagadougou lopen langs het geplunderde huis van François Compaoré, de jongere broer van de afgezette president. Als de financiële man van Compaoré’s regime was hij gehaat. Foto Reuters

Op enkele uitgebrande auto’s of geplunderde gebouwen na was alles weer bij het oude in Burkina Faso na de volksopstand tegen president Compaoré. Het leven hervatte zijn slaperige gang. Winkeltjes langs de stoffige wegen in de hoofdstad Ouagadougou waren weer open, aan de universiteit begonnen de colleges.

Maar de studenten, die vorige week een voortrekkersrol speelden bij de opstand, hadden wel wat anders aan hun hoofd dan college. Hun overwinningsroes heeft plaatsgemaakt voor ontgoocheling. De gesprekken op de campus gaan maar over één ding: de nieuwe militaire machthebbers. „We vrezen dat het leger onze revolutie zal kapen”, verwoordt Gabriel Kambou de stemming aan de telefoon.

Jongeren als Kambou zijn bijzonder trots op hun ‘revolutie’. En met reden: ze hebben één van de langstzittende leiders van Afrika afgezet. President Compaoré, die in 1987 met geweld de macht greep, kwam vrijdag ten val na een week van massaal protest. Aanleiding voor de volkswoede vormde een aangekondigde grondwetswijziging, zodat Compaoré zich voor de vijfde keer op rij verkiesbaar kon stellen.

Dit was de druppel voor veel Burkinabé. „Ik heb geen andere president gekend dan Compaoré”, zegt Kambou, een gevoel dat de jonge demonstranten verbond. Ruim 65 procent van de bevolking is onder de 25 jaar. „Sinds de staatsgreep van 1966 is het leger onafgebroken aan de macht geweest. Dat is ontoelaatbaar. We willen geen corrupte militairen die alleen aan zichzelf denken, maar een burgerregering die het land ontwikkelt.”

Burkina Faso (letterlijk: land van de rechtschapen mensen) is één van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Het overgrote deel van de overheidsuitgaven komt uit ontwikkelingshulp. Naar schatting 80 procent van de jongeren is werkloos. Het kleine land net ten zuiden van de Sahara produceert alleen wat katoen. En buitenlandse mijnbedrijven delven er naar goud. Daar heeft alleen de kliek rond de president flink van geprofiteerd.

Die elite woont in Ouaga 2000, een wijk in Ouagadougou met ommuurde villa’s, waar mensen in de nieuwste terreinwagens rondrijden. Die exorbitante rijkdom wakkerde de woede bij de Burkinabé aan. Betogers sloegen vorige week aan het plunderen in de wijk. Vooral huizen van regeringsfiguren, zoals de gehate broer van Compaoré, moesten het ontgelden.

„Deze groep schermde Compaoré volledig af van de realiteit”, zegt Gideon Vink, een Belgische televisiemaker die al tien jaar in Ouagadougou woont. Hij maakt het programma Droit Libré TV met nieuws uit West-Afrika. „Alles om Compaoré heen werd opgepoetst. Hij heeft een paleis met privédierentuin in zijn geboortedorp, waar hij zich vaak met zijn entourage terugtrekt. Dit is het meest ontwikkelde dorp van Burkina Faso, met een eigen radio- en televisiezender en straatverlichting. Om maar de schijn op te houden dat hij het land ontwikkelt. Maar de rest van het land leeft in grote armoede.”

De sluimerende onvrede over de situatie kwam al eerder aan de oppervlakte. In 2011 brak er een muiterij uit. Studenten sloten zich hierbij aan, uit woede over de hoge prijzen, het gewelddadige politieoptreden en het algehele gebrek aan ontwikkeling.

Dit keer was de opstand breder. Hij werd gedragen door jongeren die eerder niet politiek actief waren. Ze organiseerden zichzelf via sociale media. „Bijna iedereen heeft Facebook op zijn telefoon”, zegt Kambou, een freelance journalist. „Het is ons wapen tegen onderdrukking. Via Facebook hielden we elkaar op de hoogte en riepen we mensen op zich aan te sluiten bij de protesten. Want de meeste media zijn niet te vertrouwen. Ze melden wat de machthebbers uitkomt.”

Nadat Compaoré naar Ivoorkust was gevlucht, brak een machtsstrijd uit tussen facties binnen het leger. Die werd gewonnen door de presidentiële garde. „Dit is het meest gehate en gevreesde onderdeel van het leger dat al het vuile werk opknapte voor Compaoré”, zegt Vink. „Er is veel woede en onbegrip dat juist deze mensen nu de macht hebben gegrepen en de grondwet hebben opgeschort. De president is weg, maar zijn kliek niet.”

Veel Burkinabé vragen zich af hoeveel invloed Compaoré nog uitoefent vanuit Ivoorkust. Op de Ivoriaanse televisie zei hij beschikbaar te blijven om mensen te „adviseren” over een „overgangsperiode”. De nieuwe machthebber bezweert dat zijn bewind slechts tijdelijk is, maar daar wil de oppositie niets van weten.

Ook de Afrikaanse Unie oefent grote druk uit om de macht over te dragen aan een civiel bestuur. De presidenten van Ghana, Senegal en Nigeria arriveerden vandaag in Ouagadougou voor gesprekken. Alleen op straat blijft het stil. Vink verwacht geen grote nieuwe protesten. „Veel mensen ging het om één ding: het vertrek van Compaoré. Ze zijn vooralsnog bereid de nieuwe machthebbers het voordeel van de twijfel te geven.”