Hoe we leerden ons niet druk te maken om de atoombom

Deze week is het een kwart eeuw geleden dat de Berlijnse Muur viel, het sluitstuk van de Koude Oorlog. Een halve eeuw geleden, in 1964, verscheen Stanley Kubricks gitzwarte komedie Dr. Strangelove, Or How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb. In die film ontketenen militairen een nucleaire catastrofe en moeten de restanten van de mensheid, volgens de plannen van de sinistere Dr. Strangelove althans, zien te overleven in als Playboy Mansions ingerichte schuilkelders, met tien vrouwen voor elke man. Voortplanting voor alles, immers.

Vorige week zag ik Dr. Strangelove weer eens voor een inleiding: in Groningen blikken ze deze week terug op de Koude Oorlog. Zou de legendarische komedie nog steeds werken? Toen ik hem in 1984 voor het eerst zag, vond ik hem visionair en hilarisch. De leiders van de supermachten leken mij indertijd tot alles in staat: geschifte etalagepoppen als Ronald Reagan en Margaret Thatcher versus de mummelende zombies – Brezjnev, Andropov, Tsjernjenko – van het Oostblok.

Maar anno 2014 valt Dr. Strangelove een beetje tegen, met zijn paddestoelwolken in zwart-wit, hysterisch acteren en pikante woordspelingen: zo heet de geschifte commandant van ‘Burpelson Air Base’ die op eigen houtje de Sovjet-Unie aanvalt Jack D. Ripper. Maar bovenal lijkt de nucleaire holocaust erg retro. Toen Poetins Rusland dit jaar dreigde met zijn kernwapens, werd dat alom opgevat als kinderachtige bluf. Tegen instabiele kernmachten als Irak, Pakistan en Noord-Korea wordt al zo lang gewaarschuwd dat het verveelt. Kernwapens zijn geen olifant in de kamer die we krampachtig ontkennen: we nemen ze gewoon niet zo serieus meer. We stopped worrying.

Ook in de film is de bom uit beeld. Begin jaren tachtig, toen de spanning tussen Oost en West opliep, toonden gruwelfilms als The Day After en Threads de nucleaire holocaust, wat ook de subtekst was van actiefilms als The Terminator of Octopussy, met James Bond die verkleed als clown een kernbom ontmantelde. De kerndreiging werd in de jaren negentig, toen de Sovjet-Unie uiteenviel, iets lokaals. James Bond en andere actiehelden rukten uit als op de zwarte markt rondslingerende Russische kernkoppen mooie steden als Istanbul in de as dreigden te leggen, meestal uit winstbejag van louche zakenlieden.

Vermoedelijk zijn we in de 21ste eeuw atoommoe: nieuwe problemen. De apocalyps komt nu als meteoriet, tsunami, lava of klimaatverandering – Moeder Aarde die het gewoon met ons gehad heeft, zoals deze week in Christopher Nolans Interstellar. Toch staan ze nog steeds klaar: tienduizenden kernkoppen. Is het niet zorgelijk dat we er ons zo weinig zorgen over maken? Ik voorzie een comeback van de paddestoel.