Het verraden van z’n vrienden is begonnen

Voor het eerst legde kroongetuige Fred Ros gisteren voor het hof verklaringen af. Hij maakte een stabiele indruk. Zijn verhaal week soms wel af van dat van Peter la S., de andere kroongetuige.

Advocaten wachten in de extra beveiligde rechtbank in Badhoevedorp tot de zittingszaal opengaat. Foto ANP

Kroongetuige Fred Ros (46) heeft een grote, zwarte bril op zijn neus, net even andere gelaatstrekken en wijde kleding die zijn sportschoolfiguur niet helemaal verhult. Hij is zichtbaar op een televisiescherm in de rechtbank, zittend in een klein, afgeschermd getuigenhokje. Blauwe polo, zwart vestje. Ros ziet er keurig uit. Weg is de wilde Hilversummer met halflang haar die zo bekend is van politiefoto’s. Zeker niet het uiterlijk van een gewetenloze ‘moordmakelaar’ die bezig is zijn oude vrienden te verraden.

Maar daar begon Ros gisteren wel mee. Voor het eerst moest de nieuwe kroongetuige van justitie in de grote liquidatiezaak vragen beantwoorden van het hof. Het Openbaar Ministerie wil in het hoger beroep van de zaak, over zeker zeven geruchtmakende liquidaties in de onderwereld, de opdrachtgevers veroordeeld krijgen.

Bij de eerste behandeling werden drie verdachten – de uitvoerende huurmoordenaars – al veroordeeld tot levenslang. Ros werd in die zaak al veroordeeld tot dertig jaar cel voor het organiseren van de moord op kroegbaas en drugshandelaar Thomas van der Bijl.

Een paar maanden geleden werd bekend dat Ros de nieuwe kroongetuige is. Opmerkelijk, want met Peter la S. hád deze zaak al een kroongetuige. Nooit eerder waren er twee kroongetuigen in dezelfde zaak. Zij kunnen elkaars verhalen over het criminele milieu versterken. Maar, zo bleek gisteren, ook verzwakken.

De rechter wilde van Ros weleens weten wanneer hij betrokken raakte bij de liquidatiegolf. Ros: „Direct na mijn vrijlating op 7 december 2005 hoorde ik dat Van der Bijl vermoord moest worden.” Toch gek, repliceerde de rechter, dat collega-kroongetuige La S. zegt dat Ros, samen met medeverdachte Jesse R., zeker drie jaar eerder al een ‘dodenlijst’ zou hebben gekregen met daarop ook de naam van Thomas van der Bijl. Ros: „Nee, dat klopt niet. Voor dat verhaal moet u bij hem zijn. [...] Ik kende die namen nog helemaal niet.”

Ros maakte een stabiele indruk als getuige. Hij antwoordde rustig en kernachtig op vragen. Hij was bovendien eerlijk over wat hij níét weet („Moppie R., nee die kende ik eigenlijk niet echt.”) – het Openbaar Ministerie ziet dat als een teken van betrouwbaarheid.

Maar de echte beschietingen moeten nog komen als de advocaten van de verdachten Ros verder mogen ondervragen. Nico Meijering, advocaat van Dino S. en Ali A., liet eerder al weten dat „geen millimeter van de dossiers niet afgestoft zal worden”.

Ros beschuldigde – net als in zijn uitgelekte kluisverklaringen – Dino S., Ali A., Stanley Hillis en Willem Holleeder ervan het brein achter veel liquidaties te zijn. De kroongetuige herhaalde dus delen van zijn kluisverklaringen, en ging soms wat verder. Details over afspraken voor een liquidatie, bijvoorbeeld. Ros: „We spraken altijd wel over liquidaties. Op een kinderverjaardag gingen we dan bijvoorbeeld een rondje lopen. We hadden het er alleen niet over in uitgaansgelegenheden of bij de vrouw aan tafel.”

Ook ging Ros in op zijn beweegredenen om te verklaren. Hij ontdekte onder meer dat de stroom aan „zwijggeld” (175 euro per dag, plus een ‘spaarfonds’ van 3.000 euro per maand) die zijn criminele maten hem betaalden toen hij vastzat, opdroogde. Ze hadden hem laten vallen, dacht Ros, en dat is in het criminele circuit gevaarlijk. „Ik heb informatie waardoor andere mensen in gevaar kunnen komen. Een onzekere factor. Die kun je soms beter monddood maken.”