‘Voetbalfans bemoeilijken coming-out’

Nederlandse profvoetballers zien het gedrag van de fans en de machocultuur in het voetbal als de belangrijkste oorzaken voor de homofobie in het voetbal. Uit een onderzoek onder vierhonderd contractspelers blijkt dat 82 procent vindt dat het daardoor heel moeilijk is voor homoseksuelen om uit de kast te komen.

Bijna de helft van alle contractspelers in Nederland vulde de enquête van de Vereniging van Contractspelers (VVCS) en de John Blankenstein Foundation (JBF) in. Zeventig procent van de ondervraagden zegt geen enkel probleem te hebben met een teamgenoot die homo- of biseksueel is. De media spelen volgens de ondervraagde spelers ook een rol. 32 procent denkt dat de landelijke aandacht een coming-out bemoeilijkt. Slechts zeven procent ziet het mogelijke verlies van marktwaarde als beletsel voor een speler om voor zijn geaardheid uit te komen.

De resultaten van de enquête verrassen KNVB-voorzitter Michael van Praag niet. „Dit is voor de KNVB een extra stimulans om bij clubs in het betaald voetbal meer aandacht voor het thema homoacceptatie te vragen. Clubs moeten homoacceptatie bespreekbaar maken. De meerderheid van de spelers geeft ook aan hier open voor te staan.”

Namens de KNVB voer Van Praag vorig jaar nog mee op een boot tijdens de Gay Pride, met onder anderen toenmalig bondscoach Louis van Gaal. Doel daarvan was om het onderwerp bespreekbaar te maken.

De bekendste speler die uit de kast is gekomen is de voormalige Duitse international Thomas Hitzlsperger. In Nederland was oud-speler van Helmond Sport Wensley Garden de eerste en tot dusverre de enige. (Novum)