De terroristenafdeling van justitie is een snelkookpan

De terroristenafdeling raakt vol. Het imago ervan is niet best. „Het bevestigt terreurverdachten in hun idee dat het Westen tegen hen is.”

De gevangenis in Vught, een van de twee plaatsen met een terroristenafdeling. Foto Hollandse hoogte

Iedere keer als hij de afdeling verlaat, als hij naar zijn rechtszaak moet, als hij een bezoeker aanraakt, komt een bewaker naar hem toe. Dan krijgt hij de opdracht zich om te draaien, „voorover te bukken” en zijn „billen uit elkaar” doen. Visiteren, noemt de bewaker dat. Hij vindt het een „vernedering”.

Dat vertelt een anonieme gevangene die vastzat op de terroristenafdeling in Vught in een Youtube-video. Ook in Rotterdam is een ‘TA’. De afdelingen zijn speciaal bedoeld om verdachte en veroordeelde terroristen te huisvesten. Sinds er Nederlanders naar Syrië vertrekken, raakt hij steeds voller. Tegengehouden Syriëgangers, teruggekeerde Syriëgangers, ronselaars van Syriëgangers: allemaal komen ze hier terecht.

Ook de vermeende jihadronselaar Oussama C., die gisteren voor de rechter stond, zit vast op de terroristenafdeling. Zijn advocaat Michiel Pestman vindt het regime veel te zwaar voor de 18-jarige. Hij eiste gisteren opheffing van de voorlopige hechtenis.

Ronselen voorkomen

Wat is de terrorismeafdeling en waarom worden alle Syriëgangers hier met elkaar opgesloten?

De afdeling is bedacht in 2005. Theo van Gogh was net vermoord, de Hofstadgroep net opgerold en er kwamen signalen dat Hofstadgroepleden medegevangenen probeerden te rekruteren. De overheid besloot alle terroristen voortaan samen op te sluiten om te voorkomen dat zij anderen ronselen. In de terrorismeafdeling geldt sindsdien een van de zwaarste regimes. Alle telefoongesprekken worden afgeluisterd, alle brieven bekeken. Gevangenen mogen bezoekers alleen begroeten met een handdruk en worden vaker dan andere gevangenen gevisiteerd, gefouilleerd en geboeid.

„De afdeling kwam tot stand onder behoorlijke politieke druk: er móést iets gedaan worden tegen terrorisme”, zegt terrorismeonderzoeker Tinka Veldhuis van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij schreef in 2011 een evaluatierapport over de terrorismeafdeling. „Wat mij opviel”, zegt ze, „is dat er geen goed onderzoek was gedaan naar de noodzakelijkheid van zo’n terroristengevangenis. Er is niets bekend over hoe radicalisering zich verspreidt in een gewone gevangenis, evenmin is bekend wat de gevolgen zijn van het gezamenlijk opsluiten van terroristen. Ik vind het een voorbeeld van slecht onderbouwd beleid.”

Het imago van de terrorismeafdeling is niet best. In jihadistische kring draagt het als bijnaam de Leeuwenkooi. De afdeling geldt er niet geen terrorismegevangenis, maar als ‘moslimgevangenis’. Want er zitten alleen maar moslims. Andere terrorismeverdachten komen er wel, zoals strijders van de Tamiltijgers, maar die worden volgens ingewijden al gauw doorgeplaatst naar andere afdelingen.

„Dit bevestigt terreurverdachten in hun idee dat het Westen tegen hen is en dat moslims onrechtvaardig worden behandeld”, zegt Daan Weggemans, onderzoeker van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme. „Ze zien zichzelf als politieke gevangenen.”

Een voorbeeld van hen is de 32-jarige Azzedine C., die vastzit op de terrorismeafdeling wegens vermeende ronselpraktijken. Hij schreef vanuit de gevangenis dat hij zich „vereerd” voelt dat hij nu bij een reeks islamitische gevangenen hoort die „omwille van hun geloofsbelijdenis worden opgesloten”. Zijn brief werd via Facebook en Twitter verspreid.

Hogeschool voor radicale ideeën

Weggemans heeft onderzoek gedaan naar de reïntegratie van veroordeelde moslimextremisten. De studie, nog niet gepubliceerd, suggereert dat opsluiting op de terrorismeafdeling nadelige gevolgen kan hebben voor de reïntegratie. Weggemans: „De terrorismeafdeling kan fungeren als een hogeschool voor radicale ideeën. Sommige jongens die op de terrorismeafdeling terechtkomen, hebben nog geen radicaal netwerk. In de gevangenis zijn ze opeens omringd met vermeende terroristen, die allemaal onder dezelfde zware omstandigheden vastzitten. Meerdere gedetineerden die ik sprak, hebben vrienden aan hun verblijf op de afdeling overgehouden.”

„Het is een snelkookpan”, zegt ook Veldhuis. „Jongens die nog niet zo ver zijn geradicaliseerd, worden geplaatst bij jongens die dat wel zijn. Daarmee wordt hun de mogelijkheid ontnomen hun opvattingen bij te stellen. In een gewone gevangenis kom je in aanraking met mensen die zeggen: doe even normaal. Dat gebeurt op de terrorismeafdeling niet.” Veldhuis acht de kans groot dat gevangenen juist verder radicaliseren. „Alleen al door de naam van de afdeling geef je ze een stempel mee: jij bent een terrorist. Dat is de rol waarnaar ze zich gaan gedragen.”

Hoeveel mensen precies hebben vastgezeten op de terrorismeafdeling is niet bekend, evenmin hoe het hun vergaat. Van een aantal ex-gevangenen staat vast dat zij hun radicale ideologie hebben afgezworen na opsluiting op de terrorismeafdeling. Er zijn meer gevallen bekend van ex-gevangenen die juist radicaal zijn gebleven. Zo reisden meerdere leden van de Hofstadgroep na hun detentie naar Syrië als jihadstrijder. Ook drie mannen die op de terrorismeafdeling vastzaten na een vermeende jihadreis naar Kenia, zijn naar Syrië vertrokken. Een van hen, Saddik S., verklaarde hierover: „De TA heeft van mij een soldaat gemaakt.”

Logisch, zegt Weggemans, want op de terrorismeafdeling wordt nauwelijks gewerkt aan een terugkeer naar de maatschappij. In de huisregels staat letterlijk dat de afdeling „in zeer beperkte mate” is gericht op reïntegratie. „Daar moet echt meer aandacht voor komen”, zegt Weggemans, „anders bestaat de kans dat mensen nog kwader uit de terrorismeafdeling komen dan ze er al ingingen.”

Zowel Weggemans als Veldhuis vindt dat vermeende Syriëstrijders of ronselaars niet zomaar geplaatst moeten worden op de terrorismeafdeling. Weggemans: „Want niet iedere jihadganger is even radicaal.”