Chris Nolan: de slimste man in Hollywood

De regisseur krijgt ongekende vrijheid om in Hollywood epische films te maken voor grote budgetten. Met ‘Interstellar’ gaat hij de ruimte in

Wie naar de nieuwe film van Christopher Nolan gaat, moet een zakdoek meenemen. De epische ruimtevaartfilm Interstellar zit ook boordevol met ideeën; het is geen alledaagse gebeurtenis dat een grote Hollywoodfilm – met een budget van 165 miljoen dollar – een daadwerkelijke, serieuze poging doet om Einsteins relativiteitstheorie te visualiseren. Maar dat is niet zozeer verrassend, Nolan staat bekend om zijn ambitieuze cinema van ideeën, in films voor een breed publiek. Het verrassende is dat de film waarin de liefde tussen ruimtevaarder Cooper (Matthew McConaughey) en zijn dochtertje Murph centraal staat, zo ongehoord emotioneel is.

Interstellar is puur melodrama in de ruimte, een space weepie. Bedoeld of onbedoeld rekent de regisseur van films als Memento, The Prestige, The Dark Knight en Inception zo in één klap af met het vooroordeel dat hij louter kille, verstandelijke films zou maken. Dat was weliswaar een grove simplificatie, maar het is waar dat het soms gemakkelijker is zijn films te bewonderen dan er echt van te houden.

Tijd is duidelijk het centrale thema in het werk van Nolan – tijd en herinnering in Memento, een chronologisch omgekeerd verhaal over een man met geheugenverlies die de moordenaar van zijn vrouw zoekt, droomtijd in Inception, tijd en bedrog in The Prestige, een kostuumfilm over twee rivaliserende goochelaars, en hyperbewuste reflectie op het film maken zelf.

Met Interstellar heeft Nolan weer een nieuwe manier gevonden om zijn centrale thema aan te pakken. Het verhaal speelt ingenieus met de relativiteit van tijd in de ruimte: enkele minuten op een ver weg gelegen planeet kan gelijk staan aan dertig jaar op aarde. Daardoor worden de leeftijdsverhoudingen tussen de personages flink door elkaar gehusseld.

Nolan, die nooit een filmacademie van binnen zag, verklaart zijn passie voor complexe, niet-chronologische verhalen uit zijn studie literatuur aan het University College Londen. Zijn plan was altijd al filmmaker te worden. Hij is een van die regisseurs die al op achtjarige leeftijd bezig was filmpjes te maken met de camera van zijn vader. Hij koos voor University College Londen vanwege de goede filmfaciliteiten. Daar ontmoette hij als negentienjarige zijn latere vrouw en de producent van al zijn films: Emma Thomas. Inmiddels wonen ze met hun vier kinderen in Los Angeles.

Paradox: Nolan is een realist die in zijn droomwerelden, zelfs in een superheldenreeks als The Dark Knight-trilogie, altijd vertrekt vanuit de werkelijkheid. Ook in Interstellar is dat zo: de ruimtewetenschap in de film moest in ieder geval zo plausibel mogelijk zijn. Die voorliefde voor zo echt mogelijk geldt voor zijn research, maar ook voor zijn werkwijze. Hij geeft de voorkeur aan draaien op locatie boven de studio, aan daadwerkelijk gebouwde sets en echte stunts boven louter digitale effecten. Hij draait zijn werk ook nog steeds op film en heeft een passie voor beelden op 80mm van het Imax-systeem.

Hoe cerebraal soms ook, Nolans films hebben ook een haast naiëve, jongensachtige kant, nooit meer dan in Interstellar. De film is onder veel meer ook een ouderwetse lofzang op de romantiek, de zin voor avontuur en de pioniersgeest van de ruimtevaart. Nolan heeft daarnaast een jongensachtig enthousiasme voor gadgets, die hij vooral kon uitleven in zijn buitengewoon succesvolle Batmanfilms. Nolan (44) is een kind van zijn tijd in de zin dat hij weinig onderscheid lijkt te maken tussen hoge cultuur en populaire cultuur. Zijn passie voor het labyrintische werk van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges is oprecht, zijn fascinatie voor Batman ook. Niet alleen Kubricks esoterische 2001, ook Star Wars en Close Encounters of the Third Kind, films die hij als kind in de jaren zeventig zag en die diepe indruk op hem maakten, hebben hem gevormd.

Interstellar was aanvankelijk een script dat zijn jongere broer, Jonathan Nolan, de co-auteur van zijn beste films, had ontwikkeld voor Steven Spielberg. Die spielbergiaanse oorsprong is nog steeds aan de film te zien: vaders en kinderen, Spielbergs grote thema, staan ook in Interstellar centraal. „Vroeger maakte Chris uitsluitend de films die hij zelf wilde zien”, zei Emma Thomas onlangs. „Nu maakt hij films die hij met zijn kinderen kan kijken.” Misschien is dat nog wel de beste verklaring voor de zachtere, minder zwartgallige aanpak van Interstellar.

Nolan is een man die zich moeilijk laat kennen. Voor een van de meest succesvolle Hollywoodregisseurs van dit moment, die een ongekende vrijheid heeft in de filmindustrie om te maken wat hij wil, is er weinig over hem bekend. Vragen over zijn persoon weigert hij meestal te beantwoorden, op vragen over zijn jeugd gaat hij niet in. Alleen de kale feiten zijn bekend: zijn Britse vader was een reclameman, zijn Amerikaanse moeder stewardess. Nolan groeide deels op in Londen, deels in Boston. De regisseur blijft in veel opzichten raadselachtig. De spaarzame keren dat hij met journalisten praat, geeft hij weldoordachte, afgemeten antwoorden. Hij profileert zich dan bij voorkeur als techneut, die voornamelijk bezig is met het oplossen van praktische problemen. Zijn gereserveerdheid is een handige strategie om feitelijk buiten beeld te blijven, effectiever dan die van een filmmaker als Terrence Malick, die zich niet eens laat fotograferen en daardoor juist speculaties en aandacht over zich afroept. Bij Nolan valt niet op hoe mysterieus hij eigenlijk is.

Zo blijven sommige aspecten van zijn werk vaak onbesproken. Veel van zijn films ontlenen hun ongebruikelijke ernst – zeker voor een genre als de superheldenfilm – aan het feit dat ze draaien om een trauma. Dat geldt voor Guy Pearce die zijn vrouw en zijn geheugen kwijt is in Memento, voor Hugh Jackman die zijn vrouw voor zijn ogen ziet verdrinken in The Prestige, en voor Leonardo DiCaprio die zich schuldig voelt over de zelfmoord van – opnieuw – zijn vrouw in Inception. Batman is een ideale superheld voor Nolan, omdat ook hij is getraumatiseerd is door de dood van zijn ouders. Intrigerend is ook Nolans bewondering voor het werk van de traumaschilder bij uitstek Francis Bacon – inspiratiebron voor de make-up van The Joker in The Dark Knight, nog altijd zijn beste film.

Voor een deel is zijn koude, cerebrale reputatie mede daarop gebaseerd: getraumatiseerde personages lopen niet te koop met gevoelens, die moeten ze juist voortdurend onderdrukken. Maar waar komt dat zo belangrijke thema in zijn werk precies vandaan? Misschien dat een goede biograaf van Nolan, die in zijn films evenzeer zijn dromen als zijn angsten vormgeeft, daar nog eens achterkomt.