Column

Bijna hield Van Rijn stand tegen zijn vader

Staatssecretaris Martin van Rijn bijPauw.

Het is de nachtmerrie voor elke politicus, dat een naast familielid zich in het openbaar met zijn beleid gaat bemoeien. Vraag het maar aan Geert Wilders (PVV), die door zijn broer Paul werd aangevallen, of aan de schermutselingen van president François Hollande met zijn ex-partner.

Je kunt het dan namelijk nooit goed doen. Een familielid afvallen is bijna net zo erg als je standpunt aanpassen. Bovendien wek je de indruk de regie over werk en privéleven kwijt te zijn.

Een spindokter zal de betreffende politicus bijna altijd aanraden even niet in de vlek te wrijven en te duiken totdat de bui is overgedreven. Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, Zorg) maakte een andere keuze door gisteren wel bij Pauw (VARA) te gaan zitten.

Het duurde even voordat duidelijk werd dat Joop van Rijn, de klokkenluider die in het Algemeen Dagblad publiciteit zocht voor de slechte verzorging van zijn dementerende vrouw in een Haagse vestiging van WoonZorgcentra Haaglanden (WZH), de vader was van de verantwoordelijke bewindsman, en de vrouw bij wie de urine langs de enkels liep zijn moeder.

Pauw had de andere woordvoerder, met wie Van Rijn sr. in de cliëntenraad zat, uitgenodigd, en Lilian Marijnissen (FNV/SP), strijdster tegen misstanden in de zorg. Zij meldde echter op Twitter dat ze bij aankomst in de studio weer naar huis kon gaan, omdat Van Rijn jr. zelf was gekomen om het uit te leggen. En die wilde kennelijk niet tegenover twee critici plaatsnemen.

De staatssecretaris, een zeer goed van de tongriem gesneden, behendig politicus, redde het bijna. Hij beet zich vast in de mantra dat hij precies om dit soort problemen op te kunnen lossen voor de politiek gekozen had. Dat het wel eens mis gaat heeft niet alleen met geld te maken, maar met het feit dat alleen ernstige gevallen nog een plaatsje vinden en het personeel soms nog niet helemaal is toegerust op die taakverzwaring. Zijn vader was bezorgd, maar helemaal niet erg ontevreden. Het was niet waar dat hij door medewerkers van WZH op zijn nummer was gezet. Hij wilde alleen maar niet op televisie omdat hij geschrokken was van alle publiciteit.

Maar in de blessuretijd ging het toch nog helemaal mis. Hij onderschatte de vasthoudendheid en authentieke boosheid van de buurman van zijn vader, Ben Oude Nijhuis. Die stelde dat Van Rijn alleen maar bezig was WZH uit de wind te houden en dat hij geen echte compassie toonde. Zelf was Oude Nijhuis ook geïntimideerd, dat wil zeggen: een familielid van hem was gebeld met het dringende verzoek hem een tv-optreden uit het hoofd te praten.

Weg geloofwaardigheid! Het pleidooi van Van Rijn om zijn vader enige privacy te gunnen („Ik ken mijn vader het best”) kreeg zo het aanzien van een nieuwe manoeuvre in de operatie Beperk de Schade.

Het kan best zijn dat een technocratische benadering van de enorme problemen in de zorg de beste is. Om de burgers daarvan te overtuigen mag je niet de indruk wekken dat je je straatje schoonveegt. Maar Van Rijn kon niet anders dan vasthouden aan eigen beleid. Zijn beslissing daar te gaan zitten getuigde van moed maar was niet heel verstandig. Gedenkwaardige televisie, in de juiste banen geleid door Jeroen Pauw.