Adem in, adem uit... Daar ben ik toch veel te druk voor!

Werkstress is een groeiend probleem, volgens minister Asscher. nrc.next-redacteur Kim Bos krijgt zo’n twee keer per jaar moordfantasieën van te veel werkdruk. Tijd voor een antistressworkshop. Maar helpt dat wel?

illustratie jenna arts

Ik heb last van een terugkerende hersenschim. Een soort lugubere wensdroom, eigenlijk. Het begint met een echte situatie op Utrecht Centraal Station, onderweg naar mijn werk in Amsterdam.

Ik sta op de roltrap en daar beneden kan de trein ieder moment vertrekken, dus ik heb haast. Maar tussen mijzelf en het spoor staat een muurvaste mensenmassa. Mijn ademhaling wordt oppervlakkiger, ik krijg het warm. Ik erger me.

Dan begint de wensdroom. De mensen op de roltrap zijn niet zomaar forenzen, ze zijn de lelijkste forenzen ooit, monsters. En zij durven mij te belemmeren in mijn reis. De woede – en dit gebeurt in beide werelden maar het hevigst in de imaginaire – begint in mijn buik en kolkt richting mijn hoofd. En dan, ik ben pas een paar meter onderweg naar beneden, ontplof ik – figuurlijk. Stuk voor stuk duw ik mensen die mij in de weg staan over de leuning. Als ze op het platform vallen, barst hun hoofd uit elkaar. Dat zie ik niet, maar ik hoor het. Aangemoedigd door dat geluid til ik in zo’n wensdroom soms een kleine forens op bij zijn achterhoofd, ik zoek grip in het haar. Krak, met zijn kop tegen de spiegelende muur.

Check je Werkstress Week

Die hersenschim heb ik niet wekelijks, maar wel zo’n twee keer per jaar. Ben ik gek, psychotisch, moordlustig? Dat opgefokte gevoel waar ik al langer mee rondliep en dat een denderende piek bereikte op de roltrap, was waarschijnlijk stress, vertelde een bevriende psycholoog me desgevraagd. Dat geloofde ik wel. Ik had al weken het gevoel dat ik meer moest doen dan ik aankon – de officieuze definitie van stress. Ik had last van werkdruk. Die barstende hoofden symboliseerden misschien wel dat van mijzelf.

Vermoedelijk lopen er steeds meer opgefokte mensen door Nederlandse stations. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) kondigde vorig jaar aan dat SZW vier jaar lang met werkgevers en werknemers werkstress wil aanpakken. Deze week is het hoogtepunt van de campagne: de Check je Werkstress Week. Op checkjewerkstress.nl kun je je stressgehalte testen.

Een subjectief rommeltje

Stress is de afgelopen tijd een belangrijk thema geworden. Regelmatig doken nieuwe stresscijfers op. ‘Eenderde van het ziekteverzuim onder werknemers is het gevolg van stress op het werk’, aldus Asscher vorig jaar. Dat is volgens hem veel erger dan vijftien jaar geleden: ‘In 2013 was in bijna 50 procent van de gevallen een psychische stoornis de oorzaak van arbeidsongeschiktheid tegen ruim 30 procent in 1998.’

De meeste onderzoekers en hoogleraren zijn het erover eens dat werkstress toeneemt – dat wordt vaak gekoppeld aan de onzekere economie en reorganisaties binnen bedrijven. Maar het is toch best gek dat er ook met keiharde cijfers wordt geschermd. Want stress is nogal een subjectief rommeltje.

Een oerreactie

Het uit zich bij iedereen op een andere manier. Mijn wensdroom op de roltrap is waarschijnlijk het resultaat van opgebouwde spanning, maar bijna iedereen heeft dagelijks stressmomenten – en dat is helemaal niet erg. Dat gevoel alsof je een spuitje energie hebt gekregen, dat je dingen kunt die onmogelijk leken, dat is ook stress. „Het is een oerreactie”, legt Noortje Wiezer van onderzoeksinstituut TNO uit, waar ze al jaren onderzoek doen naar stress. „Je lichaam bereidt zich voor op een bedreiging. Vroeger was dat bijvoorbeeld een mammoet. Tegenwoordig kan een deadline of een auto die snel invoegt voor dezelfde reactie zorgen.” Je hart gaat sneller kloppen, want je moet zuurstof naar je spieren pompen. Er komen hormonen vrij zoals cortisol en adrenaline. Je staat op scherp. „Het is belangrijk dat het daarna snel over is”, zegt Wiezer. Anders raakt je lichaam uit balans.

Ken je die circusact waarbij je een bord op een stok draaiend balanceert? Ron de Kloet, hoogleraar aan de universiteit van Leiden en gespecialiseerd in stress, gebruikt die truc als metafoor voor de manier waarop stress in je hersens werkt. „Je probeert dat bord draaiende te houden door je aan te passen, maar eenmaal uit evenwicht kost het heel veel energie om terug te gaan naar de oorspronkelijke staat.’’ Je act kan ook in elkaar storten. Het gevolg kan een burn-out of een depressie betekenen, maar ook reuma of zelfs zoiets als griep. Je weerstand vermindert. De Kloet: „Stress is vooral negatief als het gepaard gaat met onzekerheid, omdat je geen controle hebt over wat er gebeurt.”

Het vreemde is: de oorzaak van die stress, heb je grotendeels zelf bedacht. „Er zit een sterke, imaginaire component bij stress. Je kunt gestrest zijn, gewoon omdat je het je inbeeldt”, zegt De Kloet.

Als stress in je hoofd zit, kun je het dan ook zelf uitbannen of voorkomen? Veel coachingsbedrijven vragen tijdens de Check je Werkstress Week aandacht voor hun eigen antistressworkshops.

Cursussen timemanagement zijn vooral gericht op het praktische. Hoe houd je overzicht? Mindfulness is moeilijk te duiden: het gaat over „je aandacht richten op het hier en je bewust zijn van je gedachten en gevoelens in plaats van je erdoor mee te laten slepen”, zegt Judith Knijn, auteur van In de juiste versnelling. Tijdens de Check je Werkstress Week geeft ze een kennismakingsworkshop, vooral gericht op mindfulness, van vier uur.

Zaltbommel, in een zaal met bruin tapijt staan 22 stoelen in een kring. Er zijn vier mannen en achttien vrouwen.

We moeten de clownsneus opzetten die bij aankomst al dreigend klaarlag op de stoel. Aan een vrouw in het rood met kort grijs haar die net voor zichzelf is begonnen, vraag ik: „Wat moet jij allemaal van jezelf?” Dat is de opdracht.

Die clownsneus is symbolisch, zegt cursusleidster Judith Knijn. „Omdat het best komisch is, dat we onszelf allerlei dingen opleggen.” Knijn („mijn vrienden noemen me weleens stresskonijn”) begon in 1995 met haar coachingsbedrijf Werken met Spirit, nadat ze zelf een burn-out had.

Helemaal in het hier en nu

Later in de cursus – we gooien eerst nog ballen naar elkaar tijdens een voorstelronde – doen we een ademhalingsoefening. Tien keer diep in en uit, via onze buik. „Voeten stevig op de grond.” Knijn adviseert ons om een mantra te gebruiken als onze gedachten afdwalen. „Ik ben helemaal hier. Dit moment is goed zoals het nu is.” Een buurvrouw grinnikt. Knijn, na afloop: „Vinden jullie dit zweverig?”

Een Vlaamse huisarts in een paarse trui negeert die vraag, maar twijfelt of ‘in het hier en nu zijn’ echt werkt: „Ik zie tijdens mijn spreekuur heel veel mensen die helemaal niet in het nu willen leven, ze willen juist vergeten dat ze pijn hebben.”

Maar volgens Knijn is het belangrijk dat je je stress „onder ogen komt”. Dat gaat vaak gepaard met metaforen. „Houden jullie eens je handen tegen elkaar. Hoe harder je duwt, hoe meer weerstand je voelt.” Met andere woorden: je verzetten tegen de werkelijkheid werkt averechts. Knijn besteedt ook veel aandacht aan welk type we zijn (Pleasers? Perfectionisten?) en aan onze ‘energiegevers’ en ‘energienemers’.

Is deze manier van werken zweverig, of kan het werken? Stress is een lastig onderwerp voor cursussen, zegt De Kloet. „Het is iets wat door elke cursist anders wordt ervaren.” Volgens De Kloet is het belangrijk dat cursussen worden gegeven door mensen met levenservaring, omdat zij verschillende situaties kunnen herkennen.

Maar wat beter werkt, is om het niet op de negatieve kant van stress te laten aankomen, zegt De Kloet. „Je moet zelf controle nemen om onzekerheid te verdrijven. Iets dinsdag afmaken als het pas zaterdag af hoeft te zijn. Als je moet vertrouwen op dingen als mindfullness en diep ademhalen is het kwaad al geschied.”

En bazen, kunnen die iets voor hun werknemers doen? „Het is voor organisaties heel lastig – de een voelt zich prima en de ander gaat aan hetzelfde onderdoor.” Het is volgens De Kloet belangrijk dat werknemers goed geïnformeerd worden om onzekerheid te verminderen. „Dat helpt om werkstress te kunnen hanteren.”

Taboe

Daarom is het vervelend dat we het er eigenlijk niet over kunnen hebben op ons werk, zegt Noortje Wiezer van TNO. „Het is moeilijk om het met je baas over gevoel te hebben.” Werknemers zijn bang dat het ze hun baan kost als ze erover praten. Dat is deels terecht. Uit onderzoek van TNO blijkt dat werkgevers eerder geneigd zijn om een werknemer met psychische klachten te ontslaan.

Ik probeer mijn stress zelf te beteugelen. Een test. Nu, achter de computer, toch weer dat gespannen gevoel in mijn schouders. Ik doe mijn ogen dicht, zet mijn voeten op de grond. „Ik ben helemaal hier. Dit moment is goed zoals het nu is.” Ik wil tien keer diep in- en uit- ademen. Fuck ontspanning, denk ik bij de achtste keer, ik heb wel wat beters te doen. Stress beteugelen moet je leren, maar misschien lukt dat nooit.