Venijnige rouwverwerking

Door de overdosis van bassist Paul Gray in 2010 was het de vraag of de resterende acht maskers van Slipknot door zouden gaan. Creatief gezien waren ze ook wel klaar. De band ontsteeg in 2004 met het vernuftige Vol. 3 het stigma van die ene band voor puberende en gymhatende broertjes, maar opvolger All Hope Is Gone (2008) was een steriele, kleurloze bedoening. Alsof alles gezegd was en nu enkel tamme herhalingsoefeningen resteerden. Zes jaar later landt dan toch .5: The Gray Chapter, een plaat waar Grays dood alomtegenwoordig is. In de teksten, maar ook muzikaal. Slipknot klinkt op een venijnige wijze weer bezield. ‘Sarcastrophe’, ‘AOV’ en ‘The Negative One’ zijn de felste songs die de band sinds het manische IOWA (2001) schreef. Gray wordt helaas ook als bewaker van het Slipknot-geluid gemist, en daar komt de zwakte naar boven. Het is alsof er nummers van het snotgladde project van zanger Corey Taylor, Stonesour, de plaat op zijn geglibberd. Die momenten van zinloze kazigheid (‘Killpop’, ‘Goodbye’) halen de vaart eruit, je waant je in een tienersoap op MTV. Onnodig en zonde, want zelden klonk rouwverwerking zo venijnig.