Tragische tafelgesprekken voor misantropen

Theatertelevisie met vechtgesprekken in een restaurant van toneelschrijver Neil LaBute

Komiek Jace (David Boreanaz, rechts) blijkt, in gesprek met zijn advocaat Stanley (Julian McMahon), geen lieverdje maar een lomperik te zijn.

Een eigenaardiger begin van een televisieserie dan de eerste aflevering van Full Circle heb ik nooit gezien. Twee jonge mensen, Tim en Bridgette, eten in een restaurant en bespreken wat de afsluiting van een half jaar geheime liefde blijkt te zijn. Zij is getrouwd en kiest voor haar man. Hij weet niet anders te doen dan haar keer op keer te tarten, aan te vallen en boos te worden. Het is een onaangenaam en ongemakkelijk gesprek dat steeds hetzelfde rondje loopt.

Dat rondje is niet de cirkel van de titel: die slaat op de estafette aan tafelgesprekken die deze serie is. Elke aflevering is er één nieuwe gast. Bridgette eet vervolgens met haar man, een koele advocaat, die weer met een cliënt eet – net zolang totdat de laatste weer met de eerste, Tim, eet.

De eerste vier zijn vechtgesprekken, hatelijk, met personages die onredelijk en geïrriteerd zijn. Maar dit is dan ook het universum van de Amerikaanse toneel- en filmscenarioschrijver Neil LaBute, befaamd om zijn illusieloze personages en ijskoude conflicten. Ook in Nederland is zijn theaterwerk wel opgevoerd, onder meer door het Onafhankelijk Toneel.

Full Circle is ook theatertelevisie, op zijn smalst: bijna exclusief pratende hoofden, in steeds hetzelfde restaurant. Zelfs de klierige ober, die vraagt hoe het eten is zonder een antwoord af te wachten, keert steeds terug, bijna een running gag.

Elk etentje is er wel één iemand die zijn hart wil luchten of een geheim wil delen. Om bij dat dramatisch punt te komen, en daarna hangt veel af van de kracht van de dialoog, en de acteurs. Dat lukt een aantal afleveringen heel goed. Om te beginnen bij de advocaat en zijn cliënt, Jace, een shockcomedian. Jace zit in de problemen omdat hij op Twitter een fan, die hem bekritiseerde, voor homo uitschold, waarna de jongen werd gemolesteerd. Tegenover zijn advocaat gaat deze lompe gast vrijelijk tekeer, misogyn en homofoob. „Hé, als ik zwart zou zijn zou het rap zijn, en zou ik er een miljoen voor krijgen.”

De advocaat die in het gesprek met zijn vrouw behoorlijk fout bleek met zijn macho gedrag verbleekt erbij. Dat is natuurlijk het idee: dat een nieuwe gesprekpartner een andere kant laat zien van de persoon uit het gesprek ervoor. Dat lukt Chan’dra met Jace. Zij, het zusje van het slachtoffer, krijgt hem met verbale klappen in de hoek. De tiener laat Jace inzien hoe lomp hij is. Jace, altijd een weerwoord klaar, valt zelfs even stil.

Zo ver komt het niet altijd. Trisha vraagt haar echtgenoot Trent of hij wel echt gelukkig is. Uit het voorafgaande gesprek weet de kijker wat er mis is – veel – maar Trent komt niet verder dan een halve zin. De rest van het gesprek verzandt. Wat LaBute schrijft is niet altijd even puntig.

De meeste acteurs weten gelukkig raad met stiltes, nietszeggende praat en halve suggesties. Kate Walsh (van Private Practice) intrigeert als Trisha en Keke Palmer is een dwingende Chan’dra. De zonderlinge Celeste, die een duister gesprek houdt met haar zoon, blijkt Ally Sheedy – voor het laatst gezien als het alternatieve meisje in cultklassieker The Breakfast Club uit 1985, en nooit vergeten. Nog steeds even weird.

Het einde dat LaBute aan de serie breit, heeft vervolgens niets van doen met de cirkel aan gebeurtenissen – alsof hij Tarantino is. Het is bruut en nihilistisch: misantropen kunnen zich warmen aan dit gure vertoon.