Tip uit de luwte van Kralingen: wees assertief

Net toen hij twijfelde aan zijn kansen op de arbeidsmarkt, gaf Excelsior hem een baan. Zo werd een huisvader voetbaltrainer in de eredivisie.

Voor een voetbalclub die het ooit moest hebben van oud papier, blijft geld een schaars goed. Toch klopte trainer Marinus Dijkhuizen eind vorig seizoen op de deur van algemeen directeur Ferry de Haan.

Dijkhuizen wist het zeker: een trainingskamp zou de spelers van Excelsior goed doen aan de vooravond van de nacompetitie. „Daarmee gaf ik ze het signaal dat er wat bijzonders ging gebeuren. Het was niet makkelijk, maar na gepuzzel en geschuif met potjes konden we een paar dagen weg.”

Bijna vijf maanden later vertelt Dijkhuizen dit met gepaste trots in zijn kantoor op Woudestein, het knusse onderkomen van Excelsior. Want hoe mooi was het vervolg op het trainingskamp. Eerst FC Den Bosch uitschakelen, toen RKC en vervolgens de champagne ontkurken. Excelsior naar de eredivisie, met een trainer die een half jaar ervoor nog huisvader was. Sterk verhaal voor in de kroeg, met een hoog waarheidsgehalte.

„Dit is zo mooi dat ik eigenlijk geen stap terug wil doen”, bekent de oud-spits van Utrecht, Oss en Cambuur, wiens ploeg zondag gelijkspeelde bij AZ (3-3). De stadions zijn mooier, de tegenstanders heten PSV en Ajax en er is volop belangstelling. Meer dan voor de eerste divisie, waarvan de samenvattingen bijna onvindbaar zijn op de televisie. Eén nadeel: „Ik kreeg er gratis bij dat ik een halve bekende Nederlander werd. Dat had van mij niet gehoeven.”

De situatie vorig jaar rond dit tijdstip is dan ook compleet anders. Dijkhuizen is dan coach van eersteklasser De Meern, een amateurclub nabij Utrecht. Drie avonden, plus een zondagmiddag, neemt die rol hem in beslag. Ook is hij twee dagdelen actief als spitsentrainer bij FC Utrecht. Verder is hij vader aan huis. Koken, stofzuigen en de kinderen naar school brengen. Veel golfen ook. Genoeg vrije tijd.

Leerschool

Eind december veranderde dat toen Excelsior een opvolger zocht voor coach Jon Dahl Tomasson, die naar Roda JC was vertrokken. Natuurlijk zei Dijkhuizen ja. Excelsior was de club waarmee hij in 2006 kampioen werd van de eerste divisie. Klein, gemoedelijk, met een voordeur die altijd openstaat. Warme herinneringen.

De club vormt bovendien een goede leerschool voor trainers. Een eerste halte voor passanten op weg omhoog. Mario Been begon er, evenals Alex Pastoor. Maar ook oud-bondscoach Thijs Libregts, die nog bijna elke thuiswedstrijd van zijn oude club bezoekt. Desgevraagd zegt Libregts (73): „Bij Excelsior werk je niet met het mes op de keel. Bij veel clubs heb je een roerige achterban, eisen ze goede prestaties. Hier is er begrip als je het met de weinige middelen niet redt in de eredivisie. Ook schrijven de media niet wekelijks hele pagina’s over Excelsior.”

Toen niet, en nog steeds niet. Daarvoor is de concurrentie met buren als Feyenoord en Sparta te groot. Maar weinig Rotterdammers zijn verstokte fans van Excelsior. Excelsior supporter je erbij. Al presteert de club beter dan Sparta, waar de aanhang snakt naar voetbal van het niveau dat in Kralingen te zien is.

Dijkhuizen: „Voor een trainer denk ik dat Sparta een veel moeilijkere club is dan Excelsior. Ik weet niet of ik voldoende rijp ben om daar te werken. Hetzelfde geldt voor clubs als ADO Den Haag en NAC. Wij hebben enkele punten meer dan NAC, maar daar is de paniek al uitgebroken. Dan vind ik het niet erg om voorlopig nog twee jaar hier te werken.”

Held of klootzak

Vanuit de luwte van Kralingen ziet hij de grilligheid van het trainersvak. Nuchter trekt hij een parallel met de periode dat hij nog spits was. Scoorde hij, dan gloorde heldendom. Ging de bal mis, was hij de klootzak. Zo is het met trainers ook. Wie wint heeft vrienden. Wie verliest is ze kwijt. bondscoach Guus Hiddink op de wip, Nebojsa Gudelj (NAC), Jan de Jonge (Heracles), Alex Pastoor (AZ), allen eruit. En dan zit pas eenderde van de competitie erop. Conclusie: een trainer als hij moet zich niet verliezen in hosanna, ook al staat Excelsior dertiende. Liever „de gematigde weg”, zonder razernij en polonaises.

Excelsior kwam op het moment dat er twijfels opborrelden bij Dijkhuizen. Niet aan zijn eigen kwaliteiten, wel aan de arbeidsmarkt. Aanleiding was een afwijzing van FC Oss.

Bij die club, op dat moment onderaan in de eerste divisie, had hij nog gevoetbald met toenmalig directeur Mischa Rook. „Ik mocht mijn cv opsturen, maar helaas volgde geen gesprek. Hij had kandidaten met meer ervaring. Toen heb ik me afgevraagd wat er van mij terecht moest komen. Ik had alle papieren, maar als Oss al niet op me zat te wachten. Wie dan wel?”

Die vraag is inmiddels beantwoord. Maar wat te denken van de vele anderen die net als hij de opleiding Coach Betaald Voetbal volgden? Mannen met ambitie, maar zonder interlands achter hun naam. Dijkhuizen: „Peter van den Berg (ex-Feyenoord), Arjan van der Laan (ex-Sparta), zouden zij een kans krijgen? Ik vraag het me wel eens af. Er studeren elk jaar vijftien trainers af. De concurrentie is groot.”

Frank de Boer

Toch kwam hij aan de bak. Vooral door assertief en nederig te zijn. Dat is ook wat hij zou betogen tegenover een klas beginners: „Denk niet alleen aan geld, en wees pro-actief. Zorg voor een netwerk.”

Voorbeeld: bij Excelsior maakte hij wedstrijdanalyses voor toenmalig trainer Ton Lokhoff. Onbezoldigd. Wilde hij dat blijven doen? vroeg diens opvolger Alex Pastoor. Ja, zei Dijkhuizen, maar onder de voorwaarde dat hij mocht meekijken bij trainingen. „Elk probleem waar ik bij de amateurs tegenaan liep, besprak ik met Alex. Hup, het bord erbij. Voor mij een luxepositie, ook al kreeg ik alleen een onkostenvergoeding.”

Dijkhuizen, die ondertussen nog voor nop aanvallers trainde bij RKC en Telstar, bezocht ook trainingen van Utrecht, Feyenoord en Ajax. In de Domstad kenden ze hem nog van gezicht, maar in Rotterdam en Amsterdam stond hij anoniem in een hoekje. Elke oefening in zich opnemend. Hij was er een stille bewonderaar van Frank de Boer, wiens fanatisme hem aanspreekt. De ene keer kalm, dan weer boos. „Maar altijd zichzelf.”

Dat is wat hij zichzelf ook voorhoudt. Marinus Dijkhuizen weigert een sprekende pop te zijn. Wel een trainer die zegt waar het op staat. „Een terechte rode kaart is een terechte rode kaart. Ik hang geen lulverhalen op.”