‘Steeds meer jongeren vinden een baan’

Dat zei Mirjam Sterk, ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid, in de Tweede Kamer

Illustratie Martien ter veen

De aanleiding

Steeds meer jongeren vinden een baan. Tenminste, dat zei Mirjam Sterk, ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid, vorige week in een hoorzitting in de Tweede Kamer. De NOS schreef er online een berichtje over. Om hoeveel jongeren het gaat, staat er niet in. Waarop Sterk haar uitspraak baseert evenmin.

Zijn er steeds meer jongeren aan het werk? Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

De cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), laat een woordvoerder van Sterk weten. Ze stuurt een link mee. De cijfers laten inderdaad een werkloosheidsafname zien: in september waren er 112.000 werkzoekende jongeren (werkloosheidspercentage van 13,8 procent). Dat zijn er 2.000 minder dan een maand eerder. Ter vergelijking: ook de algemene werkloosheid daalde. Eind september zaten nog 628.000 Nederlanders zonder baan thuis, wat er 4.000 minder waren dan in augustus (werkloosheidspercentage van 8 procent).

En, klopt het?

Allereerst moeten we de definitie van jeugdwerkloosheid weten. Het CBS definieert jeugdwerklozen als jongeren van 15 tot 25 jaar die minder dan twaalf uur per week werken. Een aantal jongeren dat wordt meegeteld werkt dus wel enkele uren per week. De aantallen zijn gebaseerd op een enquête, waarin jongeren zeggen dat ze op zoek zijn naar werk voor twaalf uur of meer. Maar wat zeggen die cijfers? Volgens Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, niet zo veel. „Je kunt zeggen dat er 2.000 jongeren minder hebben gezegd op zoek te zijn naar werk. De vraag is: waarom doen ze dat?” aldus Wilthagen.

We weten namelijk niet waar die 2.000 jongeren die uit de statistiek verdwenen, gebleven zijn. Zijn ze gestopt met zoeken naar een baan? Zijn ze weer een opleiding gaan volgen? Hebben ze werk gevonden?

En als ze werk hebben, wat voor werk doen ze dan, vraagt Robbert Coenmans, voorzitter van FNV Jong zich af. „Veel jongeren zitten niet op de plek waar ze willen zijn.” Ze werken onder hun niveau, hebben de baan die ze ook hadden tijdens hun studie. Met een master geschiedenis fulltime bij de Blokker.

Maar er zijn meer aanwijzingen voor de stelling van Sterk. Afgelopen vrijdag maakte het UWV bekend dat het aantal WW-uitkeringen aan jongeren tot 27 jaar afneemt. Begin dit jaar was het aantal jongeren met zo’n uitkering historisch hoog; zo’n 37.000 jongeren ontvingen er één. Nu krijgen nog zo’n 27.000 jongeren een WW-uitkering.

Je hebt pas recht op een WW-uitkering als je ‘minimaal 26 weken hebt gewerkt in de 36 weken voordat je werkloos werd’. De UWV-cijfers gaan over jongeren die al (een beetje) werkervaring hebben.

De jongeren die nog niet hebben gewerkt, kunnen in de bijstand terecht komen. Het aantal jongeren in de bijstand is dit jaar, net als het totale aantal mensen in de bijstand, opgelopen. Maar: ‘De bijstand volgt de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt met enige vertraging’, aldus het CBS. Ook het beeld dat deze gegevens opleveren is niet helemaal compleet; jongeren tot 27 jaar moeten eerst vier weken op zoek naar werk voordat ze in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering.

Bij iedere economische crisis zijn het de jongeren die de klappen opvangen. Zij hebben veel vaker dan oudere werknemers tijdelijke contracten en weinig, of geen, werkervaring. Trekt de economie aan, dan hebben jongeren daar ook het eerst voordeel bij. „Onze analyse is dat de daling van het aantal WW-uitkeringen aan jongeren een teken is dat de arbeidsmarkt aantrekt”, zegt een woordvoerder van het UWV.

Wilthagen is voorzichtiger. „Deze daling is te klein om te zeggen dat de grote kentering is begonnen”, zegt hij. In 2010 toonde de jeugdwerkloosheid ook een daling, om daarna razendsnel omhoog te schieten. „We willen heel graag dat het beter is, dat het is afgelopen. Maar de arbeidsmarkt is nog zeker niet hersteld.”

Conclusie

Vinden steeds meer jongeren een baan? Volgens (voorzichtige) cijfers van het CBS en uitkeringsinstantie UWV wel. We beoordelen de stelling als grotendeels waar. Al is het te vroeg om te juichen, en nooit te vroeg voor een kanttekening: deze daling wil niet zeggen dat de grote kentering is begonnen.