Sopraan zorgt voor vervoering bij Mozart

Jammer dat Amsterdam Sinfonietta en Cappella Amsterdam tijdens een serie Allerzielenconcerten geen gebruik maken van de nieuwste versie van Mozarts in 1791 onvoltooid nagelaten Requiem. De Amsterdamse musicoloog Clemens Kemme kwam in 2006 tot een stijlgetrouwere uitwerking en instrumentatie dan de vaak gekritiseerde versie van Franz Süssmayr. Die leerling van Mozart kwam met een voltooiing die volgens Kemme middelmatig is en na het Sanctus instort.

Daniel Reuss dirigeerde met een eerder stevige dan subtiele hand de oude en vertrouwde versie in redelijk snelle tempi, dramatisch en contrastrijk. Pas in het Benedictus met veel ruimte voor het goede solistenkwartet, aangevoerd door stersopraan Carolyn Sampson, ontstond wat ware vervoering. Het slot Lux aeterna was zoals altijd indrukwekkend.

Het concert opent met Mozarts korte Adagio en fuga voor strijkers, inkervend en geagiteerd. Daarna klinken twee van de tien delen uit de Kanon Pokajanen (1997) van Arvo Pärt. Het meer dan twee uur durende werk voor vierstemmig a-capellakoor is gebaseerd op muziek uit de zesde eeuw en vereist voor de juiste sfeer eigenlijk een galmende kerkakoestiek. Mystiek, ritueel en een gevoel van ‘oer’ beheersen de goed gezongen indringende smeekbeden voor een eeuwig leven.