Op uw poep!

‘Om kwart na zeven, dat is zijn dagdagelijkse kost, verwachtte hij zich aan haar stoemp uit de microgolf, maar omdat zijn lief hinder had op de autostrade bleef hij die avond op zijn honger zitten.’

Het is een aangenaam gezelschapsspel op feestjes met Vlaamse vrienden: maak een ‘Nederlandse’ zin waar een Nederlander zijn tanden op stuk bijt.

‘Ik heb die catalogus al scheef geslagen’, denk dáár maar eens over na, plaagt Anne, een kennis, die werkt voor een Vlaams wegenbouwbedrijf dat zaken doet met Nederlanders.

Twee glazen bier later geef ik op. Een catalogus scheef slaan? „De Hollanders waarmee ik werk kwamen er ook niet uit”, lacht Anne. „Iets scheef slaan betekent iets pakken dat je niet is aangeboden, maar waarvan je vermoedt dat het wel oké is.”

Bandbreuk of lekke band, golfke of vestje, poepen of neuken – leuk voor op een feestje, maar onder taalkundigen in Vlaanderen woedt er fel debat over wat wel en niet mag in het Standaardnederlands. Dagblad De Standaard, dat deze week heeft uitgeroepen tot Taalweek, vraagt zich af of Vlamingen alles wat ‘Belgisch’ is moeten weren om echt bij het Nederlandse taalgebied te horen.

Taalpuristen hebben vanaf de jaren zestig de Vlaming het Algemeen Beschaafd Nederlands willen bijbrengen, „maar ze hebben het omgekeerde bereikt van wat ze beoogden”, zegt de Leuvense neerlandicus Johan De Schryver. De Noord-Nederlandse norm druist volgens hem in tegen het taalgevoel van de Vlaming, met ‘kromtaal’ als gevolg. „Men heeft de Vlaming mismeesterd”, zegt De Schryver die meewerkte aan de Hoe Vlaams is mijn Nederlands-test op de website van De Standaard.

Voorbeeldje: ‘Hij verkoopt zijn Lamborghini aan de prijs van een Lada’. Zou u deze zin gebruiken in een officiële brief of toespraak, ja of nee?

Toen de test onder Vlaamse taalkundigen werd afgenomen was de uitslag verrassend: een meerderheid vindt dat het Standaardnederlands best wat Vlaamser mag. ‘Allergisch zijn aan’? Geen probleem, vond driekwart van hen.

‘Moest ik in dit huishouden de baas zijn, ik kocht ons een Porsche.’ Waarom niet, zegt De Schryver die de tendens naar een Vlaamser getint Standaardnederlands niet erg vindt. Maar zijn tegenstanders, de puristen, moeten minder hebben van de kromtaal, die ook wel wordt aangeduid met tussentaal en verkavelingsvlaams.

‘Op uw poep, en zwijg!’ leerde mijn zoon op de eerste schooldag, bij onze aankomst in Brussel. Poep is gat, jongen, wen er maar aan. En als je het nergens op vindt slaan dan antwoord je de strenge juf: ‘Dat trekt op niks.’ En vind je dat ze een verkeerde kwestie aansnijdt, dan zeg je: ‘Da’s een ander paar mouwen’.

Zo proberen wij, Ollanders, ons aan te passen. Ik bestel hier een smoske in plaats van een belegd broodje. Als de auto kapot is bel ik een mechanieker.

Of ik binnenkort nog naar IKEA moest, vroeg een vriendin van wegenbouwster Anne op hetzelfde feestje. ‘Neem dan voor de zekerheid een Néderlandse IKEA-catalogus mee’, was het advies. We spreken officieel dezelfde taal, maar IKEA heeft een Nederlandse catalogus die voor de Vlaamse markt wordt vertaald naar het Vlaams. „Jullie schroefke heet bij ons een vijske hè”, zegt de Vlaamse IKEA-woordvoerster als ik haar om opheldering vraag. „Wij hebben een inruil-sofa-campagne, bij jullie is dat een zitbankcampagne. Jullie zeggen magnetron, wij zeggen microgolf, een beetje op z’n Zuid-Afrikaans. Wij vertalen dingen vaak letterlijk.” Op het feestje krijg ik het telefoonnummer van de man die de IKEA-catalogus vertaalt naar het Vlaams. Met hem ga ik op jacht naar een zetel om op mijn poep te zitten.