Ook haar tweede man ging naar de oorlog in Syrië

Een jong echtpaar staat terecht, verdacht van jihadisme. Waarom stond Maher H. met een kalasjnikov op de foto?

De gesluierde Shukri F. (20) praat zo zacht dat rechtbankvoorzitter R. Elkerbout haar herhaaldelijk vraagt duidelijker in de microfoon te spreken. En na ruim twee uur ondervraging begint ze te huilen. De rechtbank schorst om haar tot rust te laten komen. Uit het dossier van justitie komt een heel ander beeld van F. naar voren: dat van een zelfverzekerde en radicale vrouw die veel invloed heeft op anderen.

F. wordt verdacht van ronselen. Gisteren begon in Den Haag de inhoudelijke behandeling van haar zaak. Tegelijk stond Maher H. terecht, haar man, eveneens 20 jaar. Hij wordt verdacht van gevechtshandelingen in Syrië en opruiing.

F., geboren in de Somalische hoofdstad Mogadishu, woont nu bij haar moeder in Zoetermeer. Ze heeft een uitkering en zoekt een baan. Afgelopen zomer is ze bevallen van een dochter.

De vrouw had overwicht, zouden mensen uit haar omgeving verklaren. Volgens hen vertelde ze over haar geloof en zou ze vrouwen stimuleren en helpen om te trouwen met jihadisten in Syrië. In een telefoongesprek met een vriendin – getapt door de politie – zou ze hebben gezegd: „Ik accepteer niet dat je hier blijft.”

Zelf ontkent ze ooit te hebben geronseld. De vriendin van het telefoongesprek overwoog al te emigreren, wellicht naar Marokko, voor een studie. En F. bedoelde simpelweg dat ze „niet zou willen” dat haar vriendin „hier zou achterblijven” als ze zelf naar Syrië zou verhuizen.

Ze geeft toe dat mannen vanuit Syrië wel eens vroegen „of er zusters zijn die willen trouwen”. „Maar dat vragen ze niet alleen aan mij, hoor.”

Maher H. is de tweede man van F. De vrouw wordt ervan verdacht beide mannen – met wie ze islamitisch trouwde – te hebben „geworven voor de gewapende strijd”. Haar eerste man vertrok z’n twee jaar geleden, een maand na de bruiloft, naar Syrië. F. wist niet van zijn reisplannen, zegt ze. Kort daarop zijn ze gescheiden. „Als het niet klikt, dan klikt het niet.”

Met maher H. trouwde ze enkele maanden later. Een week na de bruiloft werden ze samen in Rotterdam opgepakt, op het station. Ze wilden samen naar Syrië. In de sporttas van H. zat outdoorkleding en een hoofdband met de islamitische geloofsbelijdenis.

H. werd direct vrijgelaten en ging alsnog naar Syrië. Twee weken later volgde zijn vrouw. Hij was daar enkel voor hulpverlening, zegt hij zelf. Gedetailleerd beschrijft hij zijn werkzaamheden: voedselpakketten samenstellen, logistiek werk in magazijnen, vrachtwagens volladen met matrassen, kleding en medicijnen, vluchtelingenkampen bezoeken. Namen van metgezellen of organisaties wil hij niet noemen.

In die tijd veranderde H. zijn profielfoto op Facebook: hij poseert met een kalasjnikov in de ene hand, en wijst met de andere naar de hemel. Waarom geen foto met een voedselpakket, vraagt de rechter. H: „Dan zeg je: kijk eens hoe goed ik ben. Dat mag niet van de islam.” En zo’n wapen vasthouden vond hij „best stoer”. „Ik heb vroeger schietspelletjes gedaan.”

In een sms aan zijn moeder – onderschept door inlichtingendienst AIVD – berichtte hij: „We hebben ons vannacht teruggetrokken [...] om tactische redenen. Ben nu thuis.” Zijn moeder reageerde: „Zoon, neem altijd afscheid van me als je het slagveld opgaat.” Daar wil de verdachte niets over zeggen.

Voor vandaag stonden het requisitoir van het Openbaar Ministerie en het pleidooi van de advocaten gepland. De uitspraak is 1 december.