Mensje van Keulen wordt bekroond voor hele oeuvre

Foto ANP

„Tjonge, nou vooruit dan maar”, reageert Mensje van Keulen wanneer ze het juryrapport van de Constantijn Huygensprijs hoort. Deze oeuvreprijs die jaarlijks wordt uitgereikt door de Jan Campert-stichting, werd gisteravond aan haar toegekend in het radioprogramma Kunststof.

Tijdens dat programma maakte Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum en voorzitter van de Jan Campert-stichting ook bekend welke andere prijzen er nog uitgereikt werden [zie inzet].

Omdat de Jan Campert-stichting tot doel heeft de Nederlandse letterkunde te stimuleren, worden er elk jaar prijzen uitgereikt aan verschillende disciplines. De Huygensprijs voor een heel oeuvre is de meest prestigieuze, en er is een bedrag van 10.000 euro mee gemoeid. De andere prijswinnaars krijgen ieder 5.000 euro.

Over het oeuvre van Mensje van Keulen merkt de jury op: „Het oeuvre dat Mensje van Keulen in ruim veertig jaar heeft opgebouwd getuigt van buitengewoon technisch meesterschap. Al haar verhalen zijn met precisie en fijnzinnigheid gecomponeerd, ogenschijnlijk zijn ze gewoon en alledaags, maar de typische Mensje-van-Keulenverbeelding geeft er steevast een verrassende lading of onverwachte wending aan. Dat is het keurmerk van haar schrijverschap en daarmee vertegenwoordigt Mensje van Keulen een geheel eigen stem in de Nederlandse letteren.”

„Dat ik een eigen stem heb, is leuk om te horen, ook al wordt die getroebleerd door verkoudheid.”

Is een oeuvreprijs ook op te vatten als de afsluiting van een schrijverschap?

„Nee zeg, alsjeblieft, daar moet ik niet aan denken. Ik ben bezig met een nieuw boek, maar ik weet niet of dat een roman of novelle wordt want ik merk dat ik met de jaren steeds compacter ga schrijven.”

U wint nu deze prijs en Maarten ’t Hart, ook schrijver van realistisch proza, staat centraal tijdens Nederland leest. Is dat veelzeggend voor het literaire klimaat in Nederland?

„Het literaire klimaat is heel divers, misschien minder experimenteel dan in de jaren zeventig toen de realistische schrijvers opkwamen. Maar ’t Hart heeft een gereformeerde achtergrond, en ik een katholieke, als je daar al iets aan kan aflezen. Ik denk niet dat je er iets uit kan afleiden.”