Lang leve het lenen, of je nou wilt of niet

Vandaag behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor een hervorming van de stufi. Luid protest van de oppositie heeft weinig kans op succes.

Minister Bussemaker tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto ANP/MARTIJN BEEKMAN

De basisbeurs is dood, leve het leenstelsel. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) heeft weinig zorgen als de Tweede Kamer vandaag en morgen haar wetsvoorstel voor hervorming van de studiefinanciering behandelt. Vanaf collegejaar 2015-2016 verdwijnt de basisbeurs – een gift van 279 euro voor uitwonenden en 100 euro voor thuiswonenden – en moeten studenten dit bedrag gaan lenen.

Het leenstelsel is na twee jaar voorbereiding de belangrijkste onderwijshervorming van deze regeerperiode. De plannen van coalitiepartijen VVD en PvdA hebben de steun van D66 en GroenLinks, zodat er ook in de Eerste Kamer een meerderheid voor is. De haast waarmee Bussemaker en deze partijen de wetsbehandeling hebben geagendeerd, maakt wel dat de rest van de oppositie getergd achter het katheder zal staan.

Studentenbonden zijn tegen

De overige partijen en de studentenbonden zijn vanaf het begin fel tegen de plannen. Ze vinden dat het leenstelsel de toegankelijkheid van het hoger onderwijs vermindert en jongeren met jarenlange schulden opzadelt. Kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie) sprak van „beleid dat ambitie bestraft”. De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, was eerder ook kritisch over het wetsvoorstel en wilde onder meer een overgangsperiode.

Bussemaker ziet het anders. Ze schreef gisteren in haar blog dat de basisbeurs in bijna drie decennia haar werk heeft gedaan als „motor voor emancipatie en toegankelijkheid”. Maar overvolle collegezalen, te weinig docenten en te weinig uitdaging voor studenten maken dat de minister wil investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Dat moet gebeuren met geld dat studenten nu maandelijks krijgen. Wel stijgt de aanvullende beurs voor minder welvarende studenten, en wordt de aflostijd verlengd.

De tijd voor maatschappelijke discussie houdt Bussemaker kort. Haar ministerie kreeg vorige week 61 A4’tjes met vragen van de tegenstanders van het wetsvoorstel – en beantwoordde die in één nacht. De oppositie steigerde. Overhaast, onzorgvuldig en oncollegiaal, zo klonk het. Michel Rog (CDA) probeerde via hoofdelijke stemming de behandeling te verzetten. Dat lukte niet.

Demonstratie komt te laat

Zo kan het dat de demonstratie van studenten en scholieren op het Malieveld op 14 november te laat komt. Tom Hoven, voorzitter van studentenbond LSVb, zegt dat het protest zich sowieso niet zou richten op de Tweede Kamer, maar op de senatoren van de Eerste Kamer. „VVD en PvdA hebben daar geen meerderheid, en met D66 en GroenLinks is de meerderheid er nog dun.”

Hoven verwacht deze week niets nieuws te horen in de Tweede Kamer. „We zullen vuurwerk zien, maar ook een herhaling van zetten. De voorbereidingstijd voor de oppositie was absurd kort, maar het zal weinig uitmaken. Iedereen heeft zich al weken ingegraven en herhaalt dezelfde standpunten.”

Ook de oppositie zal zich richten op de Eerste Kamer. Daar zullen ze het beeld schetsen van een inderhaast in elkaar gezet wetsvoorstel (elf maanden geleden moest Bussemaker haar eerste versie terugtrekken) dat nadelig is voor toekomstige studenten.

De minister besluit haar blog ermee dat oppositiepartijen „geen enkel reëel alternatief” bieden om te investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs. „Dat is een keuze. Hun keuze, niet de mijne.”