Column

Hoger opgeleiden houden van alles wat je niet kunt zien

Hogeropgeleiden, schrijven de kranten, houden van cultuur en globalisering en mensenrechten. Alles wat je niet kunt zien. En van sla, maar dat is dan meteen ook hun meest tastbare en concrete liefde.

Nu de WRR erover heeft geschreven hoor je pas hoe belangrijk en onmisbaar hogeropgeleiden zijn. Gelukkig dus maar dat we er steeds meer van krijgen. Als het aan Europa ligt, is over een paar jaar bijna de helft van de Europeanen hogeropgeleid. Bijna de helft van de Europeanen is dan vanuit hun kantoren pleitbezorger van sla en automatisering en globalisering en de andere helft vangt op straat de klappen op.

In dit bloeiende intellectuele klimaat vind ik het lastig op te biechten dat ik tegenwoordig wel eens naar de politieserie Perception kijk, omdat dat op afstand de stompzinnigste serie is die op dit moment wordt uitgezonden. De enige manier om me eruit te kletsen is door publiekelijk toe te geven dat ik behoor tot de lunatic fringe van de hogeropgeleiden. De ordinaire tak.

Daaraan kan ik meteen toevoegen dat je veel leert van misdaad en intriges. In de serie Perception is Dr. Daniel Pierce bovendien een schizofrene neuropsychiater met paranoïde wanen. Daar zijn er niet veel van en ook dat is dus leerzaam. Op het internet beweert een literatuurwetenschapper zelfs dat kijkers door Perception inzicht hopen te krijgen in de neurologische tics en trucs van hun eigen brein en dat ze er een wetenschappelijke verklaring zoeken van hun sociale functioneren. Kijk, dat klinkt als een interesse waarvoor je je niet hoeft te schamen.

Laat ik nu toevallig in mijn archieven een knipsel hebben over de vraag wat hogeropgeleiden kunnen leren van de roman. In 1991 schreef een hoogleraar wetenschapsfilosofie in de krant dat romanschrijvers te weinig aandacht hadden voor de werking van het brein. Romans bleven maar draaien om verdriet en liefde, terwijl de psychologische wetenschap zich al lang van zulke onzin had afgewend. Een eigentijdse psychologische roman zou moeten gaan over syntactische transformatieregels, en om de vraag op welk moment een hoofdpersoon zijn fonemen selecteert. Niet om gevoel. ‘De huidige psychologie interesseert dat geen barst.’

Aan de roman is ze onopgemerkt voorbij gegaan, deze smeekbede om een cognitieve roman waarin de werking van het brein centraal staat. Maar de misdaadschrijvers hebben gehoorzaamd. De moderne misdaadserie is de laatste jaren een schatkamer geworden van neurologische afwijkingen en krankzinnigheden. In de criminele casus gaat het niet langer om het gevoel en het motief van de dader, alles draait om het brein van de speurder. Vooral diens abnormaliteit wordt gezien als bevorderlijk voor het denken.

Je hebt de serie Monk, waarin genialiteit gepaard gaat met een obsessieve-compulsieve stoornis. Je hebt Unforgettable, waarin een voormalige detective lijdt aan een aandoening waardoor ze zich visueel alles herinnert wat ze heeft waargenomen. Er zijn telepathische detectives – in Medium, The Mentalist en The Listener – die hun gaven inzetten voor de FBI. En je hebt dus Perception, waarin de FBI wordt bijgestaan door een neuropsychiater die paranoïde schizofreen is, wat kennelijk leuker is dan het klinkt.

Er hangt ontegenzeggelijk een negentiende eeuwse romantiek rond deze series. Geestesziekten worden erin aangeprezen als charmante eigenaardigheden. Maar daarnaast is er het eenentwintigste eeuwse uitgangspunt dat je brein voor je denkt. De detectives lossen hun zaak niet op door diep te fronsen en argumenten af te strepen. Nee, ze hoeven alleen maar aan hun hersens te vragen hoe het zit. In Perception duikt dr. Daniel Pierce in het probleem van de selectieve waarneming en krijgt hulp van speciaal door hem gehallucineerde vrouwen.

Allemaal heel verstandig. Toch klopt er iets niet, en dat komt door de negentiende eeuwse visie op kijker en lezer. Ga maar na. Als een serie of een roman niet gaat over verdriet maar over de werking van het brein, zou je als eenentwintigste eeuwse kijker geen verhaal met romantische helden willen zien, maar foto’s van hun brein. Als communicatie bestaat uit afleidingsregels, zou je die niet willen lezen, maar via een USB-poort inladen in je eigen brein.

Als onze darmen belangrijke adviseurs zijn van onze hersenen, zoals recent onderzoek leert, zouden romans geschreven moeten worden door des schrijvers darmen. Of indien dat onmogelijk mocht blijken, zou de schrijver via de boekhandel zijn darminhoud aan de lezers kunnen verkopen. Dat mag dan primitief klinken, niet echt iets voor academici, maar het zou wel state of the art cognitietheorie zijn.

Beweren hogeropgeleiden dat ze de werking van het brein werkelijk serieus nemen? Dan moeten ze de krant niet lezen, maar opeten.