Defensie accepteerde tot na 2002 blootstelling aan giftige stoffen

Foto ANP/Evert-Jan Daniels

Het ministerie van Defensie heeft tot na 2002 het risico geaccepteerd dat medewerkers wegens onvoldoende veiligheidsmaatregelen in aanraking kwamen met ernstig kankerverwekkende stoffen. Dat blijkt uit de meer dan 500 documenten die het ministerie vorige week vrijgaf op verzoek van deze krant en andere media. Zo’n 900 ongeruste oud-medewerkers hebben zich intussen bij een speciaal meldpunt gemeld.

Bij het onderhoud en verven van legervoertuigen, gebruikte het ministerie (vooral in NAVO-verband) al sinds de jaren 80 verven met kankerverwekkende stoffen. Na publicaties over gezondheidsklachten van (oud)medewerkers deze zomer, reageerde minister Hennis-Plasschaert: “Vooralsnog heb ik geen aanwijzingen dat (voormalige) medewerkers zijn blootgesteld aan te hoge concentraties gevaarlijke stoffen.”

Meer dan 15 jaar bekend

Maar uit de vrijgegeven documenten blijkt het tegenovergestelde: het risico van deze verven, het feit dat medewerkers daar tegen beschermd moesten worden – met adembescherming, goede afzuiginstallaties en vol-gelaatsmaskers – én dat dit jarenlang onvoldoende gebeurde, was binnen Defensie meer dan 15 jaar bekend.

Ook rijst uit de interne correspondentie het beeld op dat leidinggevenden genoegen namen met onveilige situaties: interne en wettelijke regels, bijvoorbeeld voor voldoende ventilatie, afgesloten ruimtes en beschermde kleding, werden lange tijd niet nageleefd, of vaak met grote vertraging ingevoerd. “Het is vooralsnog onmogelijk om te voldoen aan het meest wenselijke criterium, namelijk de zogenaamde nulblootstelling”, zo schreef een functionaris in 2002. Onderhoud aan dit legermaterieel zonder blootstelling aan kankerverwekkende stoffen was als “een bakkerij zonder meel”. Hij klaagde ook over het achterwege blijven van geplande technische voorzieningen die de veiligheid konden vergroten, en waarvoor ook een budget beschikbaar was. “Van een feitelijk financieel probleem kan dus geen sprake zijn.” De conclusie van deze staffunctionaris: “De urgentie [...] wordt blijkbaar niet door iedereen gedragen.”

Geen beschermende kleding

In een ander intern stuk over het terugdringen van een kankerverwekkende stof, schrijft een Defensieambtenaar dat “de maatschappelijk gewenste grenswaarde nog altijd een factor 100 lager ligt dan die welke thans als haalbaar wordt gesteld.” Dat was 13 jaar nadat binnen Defensie al inspectierapporten circuleerden over ongezonde werksituaties, en vier jaar nadat op verschillende vliegbases werkzaamheden werden stopgezet omdat op de vliegbasis Twente te hoge concentraties kankerverwekkende stoffen werden aangetroffen. In een interne memo beklaagt een arbo-specialist in 1995 dat werknemers hun beschermende kleding niet dragen, ondanks dat hij een leidinggevende herhaald heeft gewaarschuwd.

Eerder meldde de NOS dat er tot 1998 geen adequate veiligheidsmaatregelen waren getroffen. Nu blijkt uit interne stukken dat die situatie tot in ieder geval 2002 voortduurde. Defensie hield toen nog rekening met “blootstelling van bepaalde groepen medewerkers aan chroom- en chroomverbindingen gedurende de komende tientallen jaren, als gevolg van reeds op materiaal aanwezige chroomlagen”, zo staat in een document uit 2001.

Defensie wil in afwachting van een door Hennis aangevraagd “historisch onderzoek” niet reageren op feiten uit het verleden. Over de huidige veiligheidssituatie doet het ministerie voorafgaand aan het debat met de Tweede Kamer geen mededelingen.

Update 15.50 uur: Het debat over chroom-6 van vanavond gaat niet door. Het is verplaatst naar volgende week.

Lees het achtergrondverhaal in nrc.next: De verf op deze tank kan kankerverwekkend zijn (€).