Defensie accepteerde risico gifverf

Ministerie wist allang dat medewerkers kanker konden krijgen door hun werk. Minister Hennis moet uitleg geven.

Het ministerie van Defensie accepteerde vanaf 1989 tot zeker na 2002 dat medewerkers werden blootgesteld aan ernstige gezondheidsrisico’s. Weliswaar ontstond er af en toe paniek bij het departement, als media berichtten over medewerkers die met ernstig kankerverwekkende stoffen werkten, of over een verontrustende luchtmeting. Maar de zorgen waaiden altijd weer snel over – veiligheidsmaatregelen bleven uit of verwaterden.

Dat blijkt uit de meer dan 500 documenten die het ministerie vorige week vrijgaf op verzoek van deze krant en andere media.

Bij het onderhoud en verven van legervoertuigen gebruikte het ministerie (vooral in NAVO-verband) al sinds de jaren 80 verven met kankerverwekkende stoffen, zoals chroom-6. Die stof is volgens deskundigen „erger dan asbest” en kan tientallen jaren na de blootstelling nog tot ziekte leiden.

Na nieuwe publicaties over gezondheidsklachten van (oud-)medewerkers deze zomer, reageerde minister Hennis-Plasschaert (VVD) verbaasd: „Vooralsnog heb ik geen aanwijzingen dat (voormalige) medewerkers zijn blootgesteld aan te hoge concentraties gevaarlijke stoffen.”

Maar uit de vrijgegeven documenten blijkt het tegenovergestelde: het risico van deze verven, het feit dat medewerkers daar tegen beschermd moesten worden én dat dit jarenlang onvoldoende gebeurde, was binnen Defensie sinds 1989 bekend. Leidinggevenden bleken genoegen te nemen met onveilige situaties. „Het is vooralsnog onmogelijk om te voldoen aan het meest wenselijke criterium, namelijk de zogenaamde nulblootstelling”, schreef een functionaris in 2002. Onderhoud zonder blootstelling aan kankerverwekkende stoffen was als werken in „een bakkerij zonder meel”. Een andere Defensieambtenaar schreef dat „de maatschappelijk gewenste grenswaarde nog altijd een factor 100 lager ligt dan die welke thans als haalbaar wordt gesteld.”

Dat was dertien jaar nadat bij Defensie al rapporten circuleerden over ongezonde werksituaties, en vier jaar nadat op verschillende vliegbases werkzaamheden werden stopgezet omdat op de vliegbasis Twenthe te hoge concentraties kankerverwekkende stoffen werden aangetroffen.

Eerder meldde de NOS dat er tot 1998 geen adequate veiligheidsmaatregelen waren genomen. Nu blijkt dat die situatie tot in ieder geval 2002 voortduurde. Defensie hield in 2001 ook zelf nog rekening met „blootstelling van bepaalde groepen medewerkers aan chroom- en chroomverbindingen gedurende de komende tientallen jaren, als gevolg van reeds op materiaal aanwezige chroomlagen”.

Defensie wil in afwachting van een door de minister aangevraagd „historisch onderzoek” niet reageren op feiten uit het verleden.

Over de huidige veiligheidssituatie doet het ministerie voorafgaand aan een debat vanavond met de Tweede Kamer geen mededelingen. Overigens is het vooralsnog onwaarschijnlijk dat de minister in het debat in de problemen komt. Kamerleden beseffen dat de misstanden voor haar tijd plaatsvonden en willen haar de gelegenheid geven op juiste wijze te reageren.