Bowlingbal of veren - wat valt er sneller in een vacuüm?

Galileo Galilei was de eerste die zich er mee bezighield. De theorie dat alle voorwerpen, van welke grootte of gewicht dan ook, met dezelfde snelheid vallen in een vacuüm.

De bowlingbal en de veer hangen aan het plafond van vacuümkamer van de Space Power Facility in Cleveland voordat ze worden losgelaten. Foto screenshot YouTube

Galileo Galilei hield zich ermee bezig. En ook Isaac Newton en Albert Einstein. De theorie dat alle voorwerpen, van welke grootte of gewicht dan ook, met dezelfde snelheid vallen in een vacuüm.

Het is één van die theorieën uit je natuurkundeboek - in een vacuüm valt een veer net zo snel als de bowlingbal - die het goed doet op feestjes en borrels. De veer valt op onze wereld langzamer dan de bowlingbal. Daar zorgt de combinatie van de vorm van de veer en de luchtweerstand voor. In een ruimte zonder luchtweerstand telt enkel de versnelling van de zwaartekracht - 9,81 m/s² - en die is voor elk object, ongeacht afmeting of gewicht, hetzelfde.

Toch hebben maar weinig mensen het klassieke experiment met de bowlingbal en de veer gezien. Want waar vind je nou een vacuüm groot genoeg om dat experiment uit te voeren?

Space Power Facility

Nou, in de stad Cleveland in de staat Ohio in de Verenigde Staten welteverstaan. Daar staat ‘s werelds grootste vacuümkamer - afmetingen 37 meter hoog en 30 meter breed. De NASA gebruikt deze Space Power Facility om ruimtevaartuigen te testen. Toen de BBC er een bezoekje bracht konden ze het niet laten om ook de ruim 400 jaar oude theorie van Galilei te testen.