Begin een bedrijf met je family, friends and fools

Een nieuwe generatie ondernemers ontwikkelt zich in Afrika: geen hippo’s maar cheetahs. Bart Lacroix richtte voor hen een club van ‘crowdfunders’ op.

Foto's AnaÏs LÓpez

Crowdfunding kan ook anders dan je denkt. Zeker, vaak zijn het kunstenaars die een digitaal visnet uitgooien om geld voor hun opera, film, roman of zeefdrukserie te vangen. Een andere methode is ontwikkeld door de 1%Club.

Bart Lacroix (39), afgestudeerd in commerciële economie in Eindhoven, heeft de club opgericht – een stichting (waarvan hij zelf een van de vijftien medewerkers is) gevestigd in een zeventiende-eeuws pakhuis van de West-Indische Compagnie in Amsterdam.

Dit is de methode van de club: „Je maakt een projectplan, dat je voorlegt aan de mensen in je directe omgeving, aan je ‘family, friends and fools’. Je vraagt ze om hulp, je vraagt of ze 1 procent van hun tijd, kennis en geld in jouw idee voor een betere wereld willen investeren.”

Op jullie site staat nu een actie voor een bio-gasbedrijf in Kenia. Geld zou ik daaraan wel kunnen geven. Maar m’n tijd en kennis – dat wordt lastig.

„De gedachte is dan ook niet dat dit biogas-bedrijf vanuit Nederland steun krijgt, maar dat het ter plekke hulp mobiliseert. Dit is geen vorm van ouderwetse ontwikkelingshulp. Het is de bedoeling dat er lokaal allerlei ondernemende netwerken ontstaan.”

Klinkt goed. Maar werkt ’t, in de praktijk?

„Vooral in Afrika ontwikkelt zich een nieuwe generatie die zich losmaakt van de oude tradities, van tribale structuren, met hun stamhoofden – de hippo’s, zo worden ze genoemd, slome nijlpaarden. De jongeren vormen de cheetah-generatie: pijlsnelle, ranke individualisten.”

Mooi bedachte metafoor, maar ...

„De beeldspraak klopt, ik heb tweeënhalf jaar in Tanzania gewoond en meegemaakt hoe die jongeren elkaar weten te vinden en aan de slag gaan. Dankzij hun mobiele telefoon en laptop zijn ze op de hele wereld aangesloten. Ze wonen zo’n beetje op Facebook en praten dezelfde taal van social media en commercie, over metrics en lean startup en zo.”

Om webwinkels op te richten?

„Nee, om te voldoen aan de lokale vraag, om sociale ondernemingen op te zetten voor energievoorziening, drinkwater en riolering, openbaar vervoer, onderwijs, scholing, winkels, kleine bedrijven.”

Zoals? Concreet voorbeeld?

„In Tanzania en Kenia zijn bedrijven opgezet die in scholen computerlokalen inrichten en vervolgens ook zorgen voor het onderhoud. Dit laatste is vaak het probleem: eenmalig geld om computers te kopen is er vaak nog wel, maar als je dan twee jaar later gaat kijken, staan die computers kapot in zo’n lokaal. Zo hebben we inmiddels ruim 550 campagnes in bijna zeventig landen gesteund.”

Wat is de rol van de 1%Club, vanuit Nederland?

„Wij leveren vooral het digitale platform, de website, de software. Behalve de techniek om online fondsen te werven, informeren we crowdfundraisers ook over het ontwikkelen van projectplannen en de promotie voor hun campagne.”

De wereld als dorp: één website, gemaakt en onderhouden in Amsterdam, is voldoende om sociale ondernemers over de hele wereld te bereiken?

„Dat is niet het enige. We zijn betrokken bij het opzetten van AfriLabs: flexwerkplekken waar cheeta’s elkaar ontmoeten en samenwerken, als kraamkamers voor nieuwe bedrijven. Inmiddels zijn er veertig van deze AfriLabs opgezet, in dertig landen. In Amsterdam zitten we met twee andere sociale ondernemingen in een AmLab. Uit al deze Labs groeit een wereldwijd netwerk.”

Hoe komt de 1%Club aan z’n geld? Krijgen jullie een percentage van het ingezamelde bedrag?

„Nee, wij hebben vijf keer 850.000 euro ontvangen uit het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking. Op 1 januari 2016 zal dat voorbij zijn. Dan moeten we onze inkomsten elders zien te vinden.”

Waar?

„Bedrijven kunnen onze software en onze diensten gebruiken voor hun eigen ‘corporate social responsibility programs’. Over maatschappelijk verantwoord ondernemen is al veel gepraat; gelukkig zijn er steeds meer bedrijven die ook echt iets dóén op dat gebied. Via ons laten zij hun personeel 1 procent van hun winst, tijd en kennis, hun netwerk en hun expertise inzetten voor een betere wereld.”

Dat klinkt een beetje als een schaamlap: 99 procent ongeremd je gang gaan en dan 1 procent om goed te doen?

„Die ‘social responsibility programs’ beginnen echt iets voor te stellen. Een bedrijf kan het zo langzamerhand niet meer maken om daar niets aan te doen. De nieuwe generatie op de arbeidsmarkt stelt hierover ook vragen: ‘Wat doen jullie voor de samenleving en voor internationale samenwerking?’ Een werkgever die dan ‘niks’ antwoordt, begint de aansluiting met deze tijd te missen.”

Helpen jullie ook om projecten voor sociale vernieuwing op te zetten in Nederland?

„Dat begint te komen, ja. We werken nu ook voor gemeenten. Een enthousiaste ambtenaar in Medemblik zet zich in om via de 1%Club buurtinitiatieven in zijn gemeente te stimuleren.”

Als vervanging van overheidssubsidie?

„Nieuwe vormen van financieren en samenwerking zie je dankzij internet en social media in de hele wereld ontstaan. Gevestigde organisaties, zoals overheden, bedrijven en banken, zullen zich moeten aanpassen. Zo niet, dan marginaliseren ze zichzelf op de langere termijn.”

Heb je een voorbeeld van hoe de overheid zich kan aanpassen?

„Neem het innen van belasting. Je zou je kunnen voorstellen dat burgers op een dag de mogelijkheid krijgen zelf een bestemming te kiezen voor een deel van het belastinggeld dat ze moeten betalen. Waarom zou je dat volledig aan politici overlaten? Mensen kunnen ook stemmen door te beslissen waaraan ze hun geld willen uitgeven – en hun kennis en tijd.”