Nieuwe getuige in zaak tegen ex-topman van Justitie

De afgelopen week heeft een nieuwe getuige tegenover een notaris een verklaring afgelegd over pedoseksuele activiteiten van Joris Demmink. Vandaag vindt een nieuwe zitting plaats in de ontuchtzaak.

De nieuwe getuigenis is van een Nederlandse zakenman die in 1995 in Praag in „een besloten club met uitsluitend genodigden” zegt te hebben gezien hoe Demmink ontucht pleegde met twee „erg jonge jongens” van naar schatting 15 en 16 jaar.

Demmink was van 2002 tot 2012 de hoogste ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De nieuwe getuige meldde zich naar aanleiding van de publiciteit die begin dit jaar ontstond toen het gerechtshof in Arnhem oordeelde dat het Openbaar Ministerie Demmink moet vervolgen op verdenking van verkrachting van twee Turkse jongens. De getuige, die anoniem wil blijven om „mogelijke schadelijke gevolgen voor mijn professionele leven te vermijden”, zegt zich pas dit jaar door gepubliceerde foto’s te hebben gerealiseerd wie hij in 1995 zag. De verklaring is in bezit van NRC.

De belastende verklaring wordt door stichting De Roestige Spijker – die ijvert voor de berechting van de 66-jarige voormalige secretaris-generaal – ingebracht in een rechtszaak die vandaag dient. Voor de rechtbank in Rotterdam eist Demmink 100.000 euro smartengeld van het Algemeen Dagblad „wegens aantasting van zijn eer en goede naam”. De krant schreef twee jaar geleden dat Demmink begin jaren 80 contacten zou hebben onderhouden met een Haagse pooier van minderjarige jongens.

Advocaat Matthijs Kaaks van De Roestige Spijker wijst erop dat het afgelopen jaar nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die de dagvaarding die Demmink uitbracht tegen het AD achterhaald maken. In de dagvaarding uit 2013 wordt gesteld dat uit verscheidene onderzoeken naar Demmink „geen begin van juistheid is gebleken ten aanzien van de geruchten en aantijgingen” over ontucht. Advocaat Kaaks: „Die stelling klopt niet want inmiddels loopt er op last van het gerechtshof zelfs een strafrechtelijk onderzoek naar Demmink wegens verkrachting van minderjarigen.” In de dagvaarding beweert Demmink ook dat hij „in het geheel niet is genoemd in het zogenaamde Rolodex-onderzoek”. Dat onderzoek ging over de betrokkenheid van hoge justitiefunctionarissen bij pedoseksuele activiteiten.

Demmink laat desgevraagd weten de nieuwe verklaring „onzin” te vinden.