Tijd voor échte macht, zegt D66

Op het honderdste partijcongres blaakt D66 van zelfvertrouwen: zeven keer verkiezingswinst op rij. Het einde van het gedogen nadert.

Niet eerder bezochten zoveel leden van D66 een partijcongres. Bijna tweeduizend mensen waren afgelopen zaterdag in de Brabanthallen in Den Bosch bijeen voor het honderdste congres van de partij.

Het ging om het jubileum, niet om de inhoud. Bij het eerste congres, in 1966, worstelden de initiatiefnemers van D66 nog met de vraag of het een politieke partij dan wel een beweging moest worden. In 1974, op het zestiende congres, werd na een beroerde uitslag bij de gemeenteraadsverkiezingen een motie ingediend om de partij op te heffen. Alleen omdat het vereiste quorum niet werd behaald, redde dat voorstel het niet.

Veertig jaar later is D66 met een recordaantal van 26.000 leden en ruime vertegenwoordigingen in alle bestuurlijke organen een echte politieke partij geworden.

De Democraten blaken van zelfvertrouwen. Bij de verkiezingen van 2006 haalden ze nog maar drie zetels. Sindsdien hebben ze onder leiding van Alexander Pechtold bij zeven verkiezingen op rij gewonnen. D66 is nu de grootste Nederlandse partij in Europa en in veel grote steden, waaronder Amsterdam, Utrecht, en Den Haag. Ze regeert op gemeentelijk niveau al volop mee, met 148 wethouders en 856 raadsleden, een verdubbeling van het aantal wethoudersposten sinds de vorige verkiezingen. De partij die op het beleid van het kabinet alleen als gedoogpartner bij verschillende akkoorden invloed heeft kunnen uitoefenen, staat inmiddels te popelen om na de volgende Kamerverkiezingen zelf het initiatief te nemen.

In de slotrede van het congres verweet Pechtold het kabinet gebrek aan ambitie. „Is dit kabinet, dat niet vooruit te branden is, nog wel het beste kabinet voor Nederland?” Nee, luidde zijn antwoord. „Met het vijftigjarig bestaan van de partij in zicht mag ons zelfbewustzijn inmiddels wel zover gegroeid zijn dat we na de volgende Kamerverkiezingen niet hoeven te zeggen tegen de oude, voormalige drie machtspartijen: na u, we denken wel mee, we vullen wel aan, we zijn wel constructief. Het is mooi dat een ander kabinet onze agenda uitvoert, maar mijn inzet is dat dát in een volgend kabinet anders zal zijn. Dat de kiezer ons koers en tempo laat bepalen.”