Bergsma heeft niets te vrezen van ‘luie’ tegenstanders

Heel even zag Jorrit Bergsma zijn tegenstander Sven Kramer zelfs in de rug, toen hij het laatste rechte eind opdraaide van de tien kilometer bij de NK afstanden. Keurige race van de regerend olympisch kampioen. Eerste, als enige schaatser onder de grens van dertien minuten: 12.59,16.

Maar Kramer? Geen moment kon hij van de eerste onderlinge confrontatie tussen de nummers één en twee van Sotsji een wedstrijd maken. Niet zoals vorig jaar bij de olympische kwalificaties, toen hij Bergsma uit geslagen positie nog onnavolgbaar had verslagen. Driehonderd meter na zijn tegenstander eindigde Kramer nu de tien kilometer. Negende in 13.23,74, zelden reed hij langzamer. „Ik heb deze zomer andere keuzes gemaakt”, herhaalde Kramer na afloop wat hij van tevoren ook al had gezegd. Onder zijn nieuwe coach Jac Orie stelt hij de 1.500 meter centraal. Die hij zaterdag in 1.46,14 prompt won, met behoorlijke voorsprong op Koen Verweij en Thomas Krol (beiden 1.46,47). Het was na de vijf kilometer van vrijdag al zijn tweede afstandszege. Maar progressie op de mijl zal ten koste gaan van de ‘tien’.

Jillert Anema, coach van Bergsma, doelde niet eens zozeer op Kramer toen hij na afloop de concurrentie van zijn kopman „lui en decadent” noemde. Dat gold niet voor routinier Bob de Jong, die twintig jaar na zijn eerste deelname ‘gewoon’ weer tweede werd. Ook niet voor de nummers drie en vier, Erik-Jan Kooiman en Jouke Hoogeveen, beiden uit Anema’s Clafisploeg. De twee nieuwkomers toonden volgens hun coach juist dat je met een paar maanden hard werken al ver kunt komen op de langste afstand.

Maar wie kan dat nog opbrengen? Jan Blokhuijsen gaf tijdens zijn rit zomaar op. De jeugd kiest massaal voor sprint en middenafstand, buitenlandse schaatsers deden dat allang. „De ISU (internationale schaatsunie) wil de tien kilometer afschaffen, wij willen hem teruggeven aan het volk”, sprak Anema. Maar wie durft de concurrentie met Bergsma nog aan?