Column

Irritant gelukkig

Als het aan de wereld ligt, ben ik misbruikt door mijn zus. Dat vergt wat uitleg. Zaterdagavond was Lena Dunham in Nederland. Sommigen zullen Dunham kennen als regisseur van de hitserie Girls, anderen zullen haar kennen als de twintiger die een generatie vertolkt voor wie het persoonlijke politiek is – een idealisme dat soms doorslaat in een egodocument, uit eigenliefde of uit vrees om iets te zeggen over een wereld die je niet kent. Sommigen vinden Dunham geweldig, anderen vinden haar vreselijk irritant. In ieder geval zat ik zaterdag een halve meter bij haar vandaan.

Ik kon de vergeten haartjes op haar verder gladde benen tellen, terwijl ik haar samen met Niña Weijers interviewde voor een volle kerkzaal (de theaters waren volgeboekt) met Lena-fans.

We begonnen simpel: How are you? Ze zei natuurlijk dat het goed ging, waarop ik vroeg of ze het ons zou vertellen wanneer het anders was.

Een dag later bleek van niet, want zondag cancelde Lena plots haar tour-bezoek aan België en Duitsland. Ze was ziek.

Misschien was er ook iets anders aan de hand. Terwijl ze bij ons in Amsterdam op het podium zat, werd ze op Twitter verketterd als kindermisbruiker. Dat vergt wat uitleg. Vorige maand verscheen Lena’s adviesboek Not That Kind of Girl. Openheid is haar stijl. Ze zegt niet wat je moet doen, maar toont welke gekke en onprettige dingen haar zijn overkomen. Een soort Don’t try this at home-waarschuwingen die juist tot acceptatie van gekte en ongemak moeten leiden. Zo memoreert ze de nieuwsgierigheid naar haar eigen lichaam en dat van haar zusje Grace. Toen Grace nog een baby’tje was, heeft ze in haar vagina gekeken.

Die beschrijving circuleert nu op internet. ‘Als ze een man was geweest, was ze allang gearresteerd,’ wordt er geroepen. Maar Lena was geen man. Ze was ook geen vrouw. Ze was 7.

We kunnen die obsessieve verkettering maar beter aangrijpen om eens met onze broers en zussen te praten en samen te lachen. Niet om wat je vroeger deed, maar om hoe ridicuul snel we ons daarvoor schamen.

Zat ik vroeger met mijn zus in bad, dan klemde ze mijn hoofd tussen haar dijen en weigerde los te laten: ze vond het schattig hoe mijn bolle kop steeds roder aanliep. Afsluitend vroegen we Lena of ongemak en falen niet makkelijker te verbeelden is dan slagen. Dat beaamde ze, als een ware Tolstoj: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op z’n eigen manier.’

Omdat Lena uit een geprivilegieerd en gelukkig gezin komt, blaast ze klein zeer op om toch dramatische televisie te kunnen maken. Als je ziet wat een rel een paar zinnen over kinderlijke nieuwsgierigheid naar genitaliën veroorzaken, moet je je afvragen hoe irritant gelukkig we zijn.