Schikking in rechtszaken rond gezonken autoschip

Na twee jaar komt een einde aan juridisch touwtrekken rond aanvaring op de Noordzee, waarbij elf mensen omkwamen.

De Baltic Ace voor hij zonk, voor de kust van IJmuiden. Foto ANP

De rechtszaken rond het in 2012 gezonken autoschip Baltic Ace zijn geëindigd met een schikking. De Rotterdamse rechtbank ging afgelopen week akkoord met de verdeling van de beschikbare 3 miljoen euro voor schadevergoeding die de partijen hadden voorgesteld. Eerder was al een afzonderlijk akkoord bereikt over een bijdrage van 3 miljoen euro aan de opruimingskosten voor het wrak van de Baltic Ace.

Dat ligt, met aan boord 1.400 Mitsubishi’s, in ondiep vaarwater op een drukke verkeersroute naar Rotterdam, 65 kilometer uit de kust. De zaak, aanvankelijk een kluwen procedures in verschillende landen, leek begin dit jaar nog muurvast te zitten.

De Baltic Ace zonk op de avond van 5 december 2012 in slecht weer binnen een kwartier na een aanvaring met een klein containerschip, de Corvus J. Elf zeelieden kwamen om. De materiële schade aan het autoschip en zijn lading beliep zeker 70 miljoen euro. Het containerscheepje kon doorvaren.

De schikking gaat formeel voorbij aan de schuldvraag. Praktisch gezien bleek er voor de Duitse eigenaren van de Corvus J echter geen andere optie dan het nagenoeg volledig uitbetalen van de wettelijk geregelde bedragen voor schadevergoeding.

Die hangen samen met de ‘tonnenmaat’ (grootte) van betrokken schepen. Omdat de Corvus J een vrij klein schip is, was de aansprakelijkheid beperkt tot in totaal 6 miljoen euro. Daarvan gaat nu 2 miljoen naar de eigenaar van de lading van de Baltic Ace en 1 miljoen naar de eigenaar van het schip. Rijkswaterstaat krijgt 3 miljoen euro als bijdrage aan de opruimkosten voor het wrak.

Die zijn begroot op 70 miljoen euro en komen voor rekening van de Staat. De eigenaar heeft afstand gedaan van het wrak, dat in het Nederlandse deel van de Noordzee ligt. De berging van het wrak werd eerder dit jaar gegund aan een Nederlands consortium van Boskalis en Mammoet Salvage en zou in 2015 voltooid moeten zijn.

De berging verloopt moeizaam. Uit inspecties is volgens Rijkswaterstaat gebleken dat de schade aan het wrak groter is dan gedacht. Daardoor zou het niet mogelijk zijn het schip op de geplande manier in stukken te zagen en die afzonderlijk boven water te hijsen.