Promovendi klagen over slechte voorbereiding op arbeidsmarkt

Het is de grootste klacht van promovendi: dat ze amper worden voorbereid op een carrière buiten de universiteit. Dat blijkt uit een enquête naar loopbaanverwachtingen, uitgevoerd door het Promovendi Netwerk Nederland en het Rathenau Instituut. De online vragenlijst werd door 2.500 promovendi ingevuld. “Er is groeiende onvrede over dit gebrek”, zegt Rosalie Belder van het Rathenau Instituut.

En dat terwijl die oriëntatie op de arbeidsmarkt hard nodig is. Want voor slechts een klein deel van de gepromoveerden is plaats op de universiteiten. In 1990 promoveerden bijna 1.900 onderzoekers. Vorig jaar waren het er ruim 4.300. Ze kunnen daarna nog wel een tijdje verder als post-doc, maar het aantal daaropvolgende beschikbare posities van universitair docent, universitair hoofddocent en hoogleraar is het afgelopen decennium niet toegenomen.

Door die scheefgroei betekent het dat 70 procent van de gepromoveerden een vervolgbaan buiten de academie moet zoeken. Wat overigens goed lukt, want de werkloosheid onder promovendi is verhoudingsgewijs laag.

Bij de Vereniging van Universiteiten (VSNU) zijn ze verbaasd over de uitkomst van de enquête. Beleidsadviseur Babak Mohammadzadeh zegt dat er sinds een aantal jaren juist aandacht is voor loopbaanbegeleiding.

Universiteiten hebben er zogenaamde graduate schools voor opgericht. Promovendi kunnen er onder andere leren een voordracht te geven en met een werkgever te onderhandelen. Mohammadzadeh:

“Ik heb eerder het idee dat promovendi zelf te weinig bezig zijn met een leven na de wetenschap. Ze gaan er te makkelijk van uit dat ze verder kunnen binnen de universiteit.”

Dat komt ook omdat hoogleraren en promotiebegeleiders er niet voor open staan, zegt Victor de Graaff, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland en zelf promovendus aan de Technische Universiteit Twente.

“Begeleiders reageren vaak boos als je aankaart dat je een carrière buiten de universiteit overweegt. Wetenschap, dat is wat telt. Over een plan B willen ze niet meedenken.”

Niet in alle vakgebieden is die focus op een wetenschappelijke carrière even groot, zo laat de enquête zien. De groep die het liefst verder wil binnen de academische muren zijn de promovendi binnen de taal- en cultuurwetenschappen – 75 procent wil door in de wetenschap. Het laagst scoren de promovendi binnen de technische en gezondheidswetenschappen. Daar ziet 40 procent de universiteit als toekomstige werkgever.