Pluizige robot is de held van pinguïnonderzoekers

Met een simpel op afstand bestuurd karretje kunnen biologen veel beter onderzoek bij pinguïns doen.

Keizerpinguïns met onderzoeksrobot. Foto: Le Maho, et. al.

De toekomst van het pinguïnonderzoek heeft vier wielen en is pluizig. Een internationaal team onder leiding van Franse onderzoekers, bouwde een op afstand bestuurbaar kuiken. Met deze ‘pinguïnbuggy’ konden de onderzoekers op een afstand pinguïns identificeren. Maar het grootste voordeel is dat pinguïns minder opgewonden raken van een robot dan van een mens, schreven de onderzoekers gisteren in Nature Methods.

Vreemd genoeg zijn de onderzoekers niet de enigen die robotpinguïns maken. De BBC rustte al eens neppinguïns uit met verborgen camera’s voor de natuurdocumentaire Spy in the Huddle uit 2013. Op die manier konden de filmmakers opnames van binnenuit de kolonie maken zonder de pinguïns te verstoren.

De Franse pinguïnonderzoekers hadden hetzelfde idee. Tussen 2008 en 2012 hebben lieten zij een rovertje rondrijden in een kolonie koningspinguïns (Aptenodytes patagonicus) op de Posession-eilanden, een archipel voor de kust van Antarctica. En later probeerden ze het wagentje ook uit bij keizerspinguïns (Aptenodytes forsteri) in ‘Adélie-land’, een door Frankrijk geclaimd deel van Antarctica.

Biologen gebruikten het robotkuiken om pinguïns in de kolonie te identificeren die eerder al gezenderd waren. Het rovertje stuurde het identificatienummer en de GPS-coördinaten van elke gescande pinguïn naar de laptop van de kuikenbestuurder. Als de rover een beetje doorreed, kon het drie pinguïns per seconde identificeren, dat is veel meer dan een onderzoeker met handscanner.

Het wagentje reed niet onopgemerkt aan de pinguïns voorbij: als de rover te dicht langs een broedende koningspinguïn reed, pikte de vogel op hem in. En Het pinguïnhart gaat nog steeds sneller kloppen als een robot nadert, maar dan weer niet zo snel als bij een mens gebeurt. Ook daalde zijn hartslag sneller terug naar de rusthartslag.

In eerste instantie reed het rovertje kaal rond, maar later hebben de onderzoekers hem ook als kuiken vermomt. Op die manier kon hij zelfs binnendringen in de crèche, het deel van de kolonie waar keizerpinguïnkuikens samenkruipen om warm te blijven. Sommige pinguïns riepen zelfs naar het nepkuiken, alsof het een soortgenootje was.

De onderzoekers zijn van plan de robot te verbeteren. Het wagentje heeft moeite met steile hellingen en stenen. En als het erg druk is in de kolonie, verliest de bestuurder de rover soms uit het zicht. De onderzoekers verwachten dat het niet bij rovers blijft. Ook drones of onbemande onderzeeërs kunnen worden ingezet om dieren te bestuderen.