Onverwachte nieuwe samenstellingen

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Vorige week was de week van de onverwachte nieuwe samenstellingen. In de eerste plaats was daar de suzuki-fruitvlieg. Echt nieuw is de Drosophila suzukii, zoals de wetenschappelijke naam luidt, niet. Dit schadelijke fruitvliegje is in 1916 voor het eerst gesignaleerd en al in 1931 beschreven. Maar vorige week was de suzuki-fruitvlieg opeens voorpaginanieuws in Nederland.

Naar welke Suzuki deze Drosophila is genoemd, heb ik niet kunnen achterhalen, maar het vliegje is voor het eerst in Japan gezien en daar is Suzuki een veelvoorkomende naam. Met het automerk Suzuki heeft dit fruitvliegje dus niks te maken, maar toch zal iedereen daar als eerste aan denken. Fabrikanten houden er niet van als een merknaam negatief in het nieuws komt, ook niet indirect. Coca-Cola zou bezwaar maken tegen een woord als Cola-diarree, Nivea tegen zoiets als Nivea-schimmel, en zo verder. Mocht Suzuki’s fruitvlieg – je komt het woord ook in die schrijfwijze tegen – voor nog grotere problemen gaan zorgen, dan zal dit bij de autofabrikant tot veel chagrijn leiden. Het zou me niet verbazen als Suzuki onderzoek naar de bestrijding van de suzuki-fruitvlieg gaat subsidiëren.

Tweede onverwachte samenstelling: serieaanrander. In één week kwamen twee Utrechtse zedendelinquenten in het nieuws: de Utrechtse serieverkrachter (tegen wie het proces is begonnen) en de Utrechtse serieaanrander (geïdentificeerd na een zogenoemde DNA-match). Serieverkrachter is – helaas – een gangbaar woord, serieaanrander niet. Overigens hebben beide mannen verkrachtingen én aanrandingen op hun naam staan. De aanduiding serieaanrander zal zijn verzonnen om hem te onderscheiden van de serieverkrachter, maar erg exact is de aanduiding niet. En wellicht zelfs onnodig verzachtend, want velen zien aanranding als een ander misdrijf dan verkrachting.

De derde onverwachte samenstelling van de afgelopen week is terreurclown. Hier komen twee woorden samen die totaal verschillende gevoelswaarden hebben: clown positief, terreur bij uitstek negatief. Dat maakt het een samenstelling die schuurt en schrijnt, net als het synoniem horrorclown.

Terreurclown en horrorclown lijken een kleine kortsluiting in de hersens te geven. Een kortsluiting die ook ontstaat bij woorden als martelnar, folterpret of plezierverkrachting. Het zijn samenstellingen van woorden die normaal gesproken niet in elkaars nabijheid komen. Dat er in diverse films en boeken horrorclowns voorkomen, is me bekend – dat heeft het beeld van de clown sowieso al flink aangetast.

In het Nederlands is clown overigens een betrekkelijk jong woord. Het Engels kent het al sinds de 16de eeuw, in het Nederlands is het pas in de eerste helft van de 19de eeuw voor het eerst aangetroffen. Een van de vroegste Nederlandse vindplaatsen is bij mijn weten een advertentie uit 1833 in de Utrechtsche Courant. In die advertentie wordt het optreden aangekondigd van een grote groep koorddansers en pantomimespelers. Tussen hun optredens in, zo lezen we, „zal de Jonge Amsterdammer, voor het eerst, de eer hebben in deze stad zijne talenten als Clown of Komiek te doen zien en verscheidene Gymnastische Exercitien te verrigten”. Hoe de Jonge Amsterdammer voluit heette, vermeldt de advertentie helaas niet.

Vanzelfsprekend was het beroep van clown ook hier toen al heel lang bekend. Maar voor die tijd sprak men onder meer van potsenmaker, grappenmaker, hansworst, harlekijn, piero of paljas.