Online daten dwingt tot nadenken

Gina Potârca ontdekte dat online daters minder op elkaar lijken dan andere stellen.

Gina Potârca onderzoekt dating. Jongeren gebruiken mobiele dating-apps, zoals Tinder, en mensen van middelbare leeftijd gaan naar datingsites. Foto Kees van de Veen

Vier vrouwen die ook voor het warenhuis staan te wachten heb ik al aangesproken: „Hallo, ben jij Gina?” Nee. Volgende. Ik begin me te voelen alsof ik mijn internetdate niet kan vinden op het eerste real life afspraakje. Dan realiseer ik me dat we elkaar binnen zouden ontmoeten. Even later zitten we in het café, met grote bekers sinaasappelsap voor onze neus.

Gina Potârca is maandag in Groningen gepromoveerd op haar onderzoek naar online dating. Op basis van Amerikaanse gegevens concludeert ze dat mensen die elkaar op een datingsite hebben ontmoet minder op elkaar lijken wat betreft opleiding en etnische achtergrond dan mensen die elkaar op een andere manier hebben ontmoet. Daarnaast onderzocht ze wat online daters uit verschillende landen in een partner zoeken. Daarvoor gebruikte ze gegevens uit 2011 van de internationale datingsite eDarling, waar mensen uitgebreide vragenlijsten over zichzelf en hun voorkeuren moeten invullen voordat hun zoektocht kan beginnen. eDarling was toen actief in Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Spanje, Zweden en Zwitserland.

Zelf komt Potârca uit Roemenië. Daar deed ze een bachelor sociologie en ging toen bij een marketingbedrijf werken. „Na een jaar dacht ik: ik moet verder studeren”, vertelt ze. „En ik wilde altijd al in het buitenland studeren.” Op een universiteitsbeurs in Boekarest stond een stand van Groningen. In 2008 begon ze er aan een onderzoeksmaster. Ze vond het eten raar („in Roemenië eten we niet zoveel broodjes”) en de regen niet heel prettig, maar toch genoot ze van Groningen: „Zó internationaal!” Dus bleef ze er voor haar promotieonderzoek naar online dating.

Een aantal jaar geleden was dat nog een beetje ongebruikelijke manier om een partner te ontmoeten, maar dat stigma verdwijnt snel, zegt Potârca. Jongeren gebruiken nu vaak mobiele dating-apps, zoals Tinder, en mensen van middelbare leeftijd gaan naar datingsites.

Bij online dating wordt een beslissing die mensen vroeger nogal onbewust namen, op wie je verliefd wordt, een veel bewustere beslissing. Is dat wel een goede ontwikkeling?

„Ja, dat klopt, en ik denk het wel. Mensen verhuizen tegenwoordig vanwege hun werk vaak weg van traditionele ‘koppelaars’: familie en vrienden. Ze zijn zelf verantwoordelijker geworden voor het vinden van een partner. En bij online dating hebben ze heel veel informatie over de achtergrond en de interesses van potentiële partners. Er is wel kritiek dat online dating niet zo romantisch is, maar ik denk dat het belangrijker is dat mensen een goed geïnformeerde keuze kunnen maken. Uiteindelijk is het beter om een partner te hebben die aan je behoeften voldoet dan een avontuurlijk verhaal over hoe je elkaar hebt ontmoet.”

Maar weten mensen zelf wel wat ze willen?

„Ik denk dat de uitgebreide vragenlijsten op die sites hen helpen om hun gedachten over hun voorkeuren te structureren. Maar we weten nog weinig over de vraag of voorkeuren veranderen, en in hoeverre ze vaststaan of onderhandelbaar zijn. Het zou interessant zijn dat te onderzoeken. En we weten ook nog niet precies in hoeverre mensen zich gedragen naar de voorkeuren die ze invullen. Al lijkt dat wel consistent te zijn.”

Je ontdekte dat online daters minder op hun partner lijken dan mensen die elkaar op een andere manier hebben ontmoet. Dan gaan ze toch niet zo sterk op hun voorkeuren af? Want mensen zoeken over het algemeen een partner die op hen lijkt.

„Mijn interpretatie is dat die overeenkomst dan meer zit in bijvoorbeeld manier van leven en hobby’s. Dankzij online dating kunnen mensen makkelijker groepsgrenzen doorbreken, met name etnische grenzen.”

Op de Nederlandse eDarling-site waren etnische minderheden oververtegenwoordigd vergeleken met de algemene bevolking...

„Dat was in de andere landen ook zo. Online dating is voor minderheden een alternatieve markt waar ze gemakkelijker een autochtone partner kunnen vinden. Vergeleken met de Verenigde Staten hebben etnische minderheden in Europa een sterkere voorkeur voor autochtone partners. Dat kan ermee te maken hebben dat minderheden hier recenter zijn geïmmigreerd dan in de VS. Pioniers staan meer open voor autochtonen. Omdat ze tot een kleine groep behoren, is er minder pressie vanuit die groep.

„In de VS hebben we gezien dat daarna een tweede fase komt: als de allochtone groep groter wordt, vermindert hun belangstelling voor autochtone partners. We moeten nog afwachten of dat in Europese landen ook zo zal gaan. Voor mensen van Arabische afkomst is het in feite al zo: die kennen heel strenge sancties als iemand een niet-moslimpartner kiest. Mensen van andere minderheidsgroepen, vaak met koloniale banden, staan juist erg open voor relaties met autochtonen.”

Je hebt ook de datingvoorkeuren van homoseksuele mannen en vrouwen onderzocht. Die worden in dit type onderzoek vaak genegeerd.

„Ja, en daardoor weten we daar heel weinig over. Ik vond het belangrijk om die groep er wel bij te betrekken. Een van de interessantste resultaten vond ik dat zij meer belangstelling hebben voor een vaste relatie in landen waar homoseksualiteit sterk geaccepteerd is en waar een homohuwelijk of geregistreerd partnerschap mogelijk is. Het stereotiepe idee is dat homoseksuele mannen alleen geïnteresseerd zijn in vrijblijvende snelle seks. Maar in feite willen ze dus hetzelfde als hetero’s. Misschien moeten ze die behoefte in minder tolerante landen wel verbergen en moeten ze daarom maar genoegen nemen met korte relaties. Dit onderzoeksresultaat is belangrijke steun voor het idee dat het homohuwelijk geliberaliseerd moet worden.”

Je hebt hierna een aanstelling aan de universiteit van Lausanne. Wat ga je daar onderzoeken?

„Dat weet ik nog niet precies, waarschijnlijk iets op het gebied van demografie, immigratie en gezinsvorming. Maar eerst ga ik vrijwilligerswerk doen in Costa Rica: ik ga met zeeschildpadden werken en kinderen lesgeven. In januari begin ik in Zwitserland.”