Obama is nu campagnerisico

Democraten in swing states proberen zich uit alle macht te distantiëren van de president.

Gouverneurskandidaat Mark Schauer (links) enkandidaat voor de Senaat Gary Peters (rechts) fluisteren Barack Obama iets in, tijdens een campagnebijeenkomst in Detroit, Michigan dit weekend. Foto AP

Barack Obama, de man die in 2008 Amerika inspireerde met een briljante campagne en die in 2012 met de modernste technieken zijn herverkiezing veiligstelde, is nu nergens meer welkom. Vrijwel geen Democraat wil met hem gezien worden. Zijn populariteit daalde dit weekend onder de 44 procent. Zo laag scoorde Obama de afgelopen 6 jaar nooit.

Morgen zijn de tussentijdse Congresverkiezingen. En sinds Dwight Eisenhower in 1959 is het een Amerikaanse traditie dat presidenten in hun tweede termijn die verliezen. Eisenhower verloor 13 zetels in de Senaat en 48 in het Huis van Afgevaardigden. Na hem overkwam het Reagan, Clinton en George W. Bush.

Hetzelfde dreigt morgen voor Barack Obama, die nu zijn ‘six year itch’ meemaakt, de traditionele relatiecrisis met de Amerikaanse kiezer.

Morgen kiezen de Verenigde Staten een nieuw Huis van Afgevaardigden en 36 senatoren. In alle peilingen staan de Democraten er beroerd voor. De Republikeinse dominantie in het Huis zal groeien, en de Democratische meerderheid in de Senaat (55 van de 100 zetels) dreigt Obama te verliezen. Acht Democratische zetels liggen binnen bereik van de Republikeinen.

Een vijandig Congres zal Obama in zijn laatste twee jaar isoleren. Zijn plannen – hervorming van het immigratiestelsel, verhoging minimumloon en milieumaatregelen – zullen het vrijwel zeker niet halen.

De president moet dezer dagen dus vechten voor zijn politieke leven. Maar waar is hij? Niet in de swing states waar Democraten de Senaat moeten zien te behouden. Obama regeert, speelt af en toe golf, en houdt hier en daar een spreekbeurt. Dat wil zeggen: alleen in staten waar de Democratische zege al vaststaat, zoals Michigan.

Maar juist in conservatieve staten hebben Democraten moeite hun zetels te behouden – daar scoort Obama gemiddeld niet eens 30 procent. Daarom houden de Democratische kandidaten de president er rigoureus uit de buurt.

Neem bijvoorbeeld de Democraat Alison Lundergan Grimes, die in de conservatieve staat Kentucky de Republikein Mitch McConnell uitdaagt. Grimes wilde in een tv-debat niet eens toegeven dat ze op Obama had gestemd. Ze maakte een spotje waarin ze, schietend met een sportgeweer, zegt: „Ik ben Barack Obama niet” en benadrukt dat ze het oneens is met de president, over vuurwapens, kolen en het milieu. Zoals veel Democratische kandidaten laat ze nooit vallen bij welke partij ze hoort.

De populariteit van een president is altijd conjunctuurgevoelig. George W. Bush stond er in 2006, in zijn zesde jaar, slecht voor, met name om de oorlog in Irak. Bill Clinton zat in zijn zesde jaar, in 1998, middenin de Lewinsky-affaire.

Obama’s probleem is hetzelfde, met het verschil dat er niet één oorzaak voor zijn lage populariteit is. De economie trekt aan. Maar er is onvrede over zijn buitenlandse beleid, met name de aanpak van Rusland en terreurgroep IS. Hij krijgt kritiek om de ebolacrisis. Zijn zorgstelsel, Obamacare, is niet populair. Maar er is niet één explosieve kwestie waarop de maatschappelijke woede zich concentreert.

Een rode draad in de kritiek is wel dat Amerikanen leiderschap missen. Obama maakte er de laatste maanden geen geheim van dat hij genoeg heeft van de leegte van de politiek: hij sprak vol verachting over gouverneurs die symbolische maatregelen tegen ebola namen. „Hij verzet zich tegen de theatrale kant van het presidentschap”, zei zijn hondstrouwe oud-rechterhand David Axelrod onlangs. „Hij verwaarloost de symboliek.” Verbeelding is inderdaad ver te zoeken sinds zijn herverkiezing. Wellicht hebben burgers daar behoefte aan.

Ironisch genoeg hebben juist de senatoren die Obama nu het hardst afwijzen, het meest aan hem te danken. In 2008, op de golven van Obama’s succes, wonnen de Democraten in staten die bijna altijd Republikeins stemmen, zoals Colorado.

Obama hield afgelopen donderdag een van zijn zeldzaam geworden spreekbeurten bij een campagnebijeenkomst. „U kunt niet op mij stemmen”, zei Obama. „Dit is mijn laatste verkiezing als president.” Daar kreeg hij een „nostalgisch” gevoel van, zei hij. „Want campagnevoeren is leuk.”