Nuis rekent af met die ene slechte dag in 2013

Kjeld Nuis won de 1.000 meter in een wereldrecord laaglandbanen. Vorig jaar verkrampte hij, nu niet.

Vogels fluiten, een aangenaam zomerbriesje blaast over de berg Falkenstein in Inzell als Kjeld Nuis van een zeventien meter hoge rots naar beneden springt. Recht in een piepklein bergmeer eronder, en even later nog een keer met salto toe. Wie is hier nou de koning van de zomertraining? Achteloos schudde hij een paar dagen later een 1.000 meter uit de benen in een toptijd van 1.09 minuut. Direct daarna een partijtje voetbal op de parkeerplaats, met alweer wat acrobatische hoogstandjes. Wat is het leven mooi als je zo’n begenadigd talent bent. Alleen die ene dag in december 2013, die niet.

Nuis, nog altijd pas 24 jaar, was dit weekeinde de absolute uitblinker bij de NK afstanden in Thialf. Bij het begin van dit postolympisch seizoen brak de schaatser uit de ploeg van coach Jac Orie direct een wereldrecord. Niemand was op een laaglandbaan ooit sneller dan zijn winnende tijd van 1.08,25. Niet de Amerikaan Shani Davis, die tot gisteren de drie snelste tijden ooit in Thialf op zijn naam had staan. Niet zijn ploeggenoot en directe tegenstander Stefan Groothuis, vorig jaar in Sotsji nog olympisch kampioen op de 1.000 meter waar Nuis ontbrak. Door die ene verpeste race.

Vier jaar lang constant progressie, steeds vaker winnen, tot nationale titels en wereldbekers toe. Van talentje op de Leidse Menkenbaan tot een van de favorieten voor olympisch goud. Tot het bij de kwalificatiewedstrijden ineens onverklaarbaar mis ging. „Ik probeerde in één race zoveel te geven”, analyseerde Nuis gisteren de grootste tegenslag in zijn carrière. „Ik stond zo strak om heel hard te gaan, dat je daardoor jezelf juist tegenhoudt en stram gaat rijden.” Weg Sotsji, weg kans op goud. De grond zakte weg onder zijn voeten.

Nog altijd zet hij meteen de radio uit als Kane’s Legendary Lane klinkt. Muziek van toen. „Ik denk er de hele tijd aan terug”, gaf hij gisteren na zijn recordrace toe. „Dat gevoel zal ook niet één-twee-drie weggaan. Erover praten deed hij alleen in een kleine kring van familie, vrienden, coach Orie. Een sportpsycholoog? Niet nodig. Liever terloopse gesprekjes met zijn nieuwe ploeggenoot Sven Kramer, ervaringsdeskundige in het omgaan met hoge verwachtingen. „Wat ik heb, heeft Sven keer tien.”

Teleurstelling omzetten in extra motivatie? Juist niet. Tenminste, niet als het weer leidt tot verkramping. In de zomer is er geen vuiltje aan de lucht. Keihard trainen, „met een lekker los gevoel”. Zie hem vliegen in Cecina aan de Italiaanse kust, waar hij uitblinkt met de gewichten, skeelers en schaatsplank. En zelfs Kramer verslaat in een tijdritje van drie kilometer op de fiets. „Hoppa, hoppakee”, jubelde hij. En in een trainingsrace in Inzell raffelde hij onlangs een drie kilometer achteloos af in een snelle 3.46. „Lekker vaak het grensje opgezocht”, noemt hij dat zelf.

Maar wonderzomer of niet, eens kwam de dag dat hij voor een vol stadion met de billen bloot moest. Zijn 500 meter bij de NK afstanden viel niet mee (elfde) en ook de 1.500 meter van zaterdag (vierde) was nog wat ‘stroperig’. Alles op zijn favoriete 1.000 meter dan maar? Pas op, niet raar doen onder druk. „Maak het niet specialer dan het is”, had hij gedacht. Om in een perfecte race af te rekenen met Groothuis, die in 1.08,56 als tweede eindigde. „Ik hoorde Stefan na de finish roepen ‘wow, wow’. Ik dacht 1.09,2, het zal wel. Was het 1.08,2. Ik kan het niet bevatten.”

Opgelucht? „Ik zou liegen als ik zei van niet”, sprak Nuis. „Een wereldrecord rijden of een titel winnen is blijvend. Als klein jochie liep ik hier en zag ik die toptijden staan. Nu staat straks mijn naam erbij.” In Sotsji niet, in Thialf wel.