Column

Nu vechten we ineens voor het huwelijk?

Groot-Brittannië is een ijzingwekkend voorbeeld, waarschuwt het Openbaar Ministerie in de zaal van het Haagse Gerechtshof, waar in hoger beroep de vijftigjarige imam Fawaz J. terecht staat. Engeland wordt in toenemende mate geplaagd door het bestaan van parallelle rechtsystemen zoals de islamitische sharia. Dat verdachte in een Haagse moskee religieuze plechtigheden heeft verricht met betrekking tot huwelijksvoltrekking, is een eerste stap op weg naar Engelse toestanden, meent de advocaat-generaal.

Fawaz J. heeft gezondigd tegen artikelen in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafrecht, die religieuze huwelijksplechtigheden verbieden voordat de trouwlustigen kunnen aantonen dat zij voor het boterbriefje bij de burgerlijke stand zijn langs geweest. Zo zwaar tilt het OM aan deze zaak, dat het in beroep is gegaan tegen de uitspraak van de kantonrechter, die Fawaz J. vorig jaar slechts tot een voorwaardelijke geldboete heeft veroordeeld.

Het heeft met sharia niets te maken, zegt Fawaz J., die ter zitting niet uitmunt in mededeelzaamheid. Zijn advocaat betoogt dat het islamitisch huwelijk als ‘seksbriefje’ moet worden opgevat: zonder een religieuze plechtigheid kunnen gelieven in islamitische kring nog niet elkaars handje vasthouden. Aangifte is niet door echtelieden gedaan, maar door het bestuur van de moskee, na een waarschuwende interventie van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen (VVD). Het is helemaal een beetje een VVD-zaak, aan het rollen gebracht door twee VVD-Kamerleden die er in 2007 aan de minister van Justitie vragen over stelden. De zaak Fawaz J. lijkt een uitgelezen kans voor wie de principiële scheiding tussen kerk en staat door de rechter nog eens stevig bekrachtigd wil zien.

Het verbod dateert uit de napoleontische tijd, mede ingegeven door de wens Roomse geestelijken die de neiging vertoonden zich boven de staat te stellen, de pas af te snijden. Daar kun je nu moeilijk meer mee aankomen. De meeste vragen van het Hof hebben ten doel vast te stellen of verdachte zich wel voldoende realiseert dat het Nederlands burgerlijk huwelijk bedoelt de rechten van de zwakste partij, in dit geval vrouw en kinderen, te beschermen. Verdachte beaamt dat, summier.

Het burgerlijk boterbriefje heeft in de afgelopen decennia veel van zijn glans verloren. Velen kiezen tegenwoordig voor andere vormen – geregistreerd partnerschap, samenlevingscontract, helemaal niks. Steeds meer kinderen worden buiten de echt geboren. De staat bekommert zich niet meer om het geslacht van de partners. Het burgerlijk huwelijk is van een hoeksteen van maatschappelijke ordening in een facultatief feestje veranderd. Dit allemaal met instemming van de wetgever, zonder dat er twijfel aan het goed burgerschap van betrokkenen opkomt, en zonder dat je de indruk krijgt dat Nederland in rechteloosheid en anarchie verzinkt. In deze vrolijke kakofonie van intermenselijke betrekkingen zouden de religieuze verrichtingen van Fawaz J. plotseling de grondslagen van recht en staat bedreigen? Wie hecht aan instituties die staatsideologie en wettelijke bescherming spijkerhard garanderen, had er wellicht beter aan gedaan die instituties niet eerst te ondergraven. Uitspraak 14 november.