Hoe echt gras in het profvoetbal luxeartikel wordt

Alle duels dit weekend waren op gras – een zeldzaamheid. De opmars van kunstgras is onstuitbaar. „Kwestie van tijd.”

Toen Ludwig Boosveld in de zomer van 2013 de middenstip van de Adelaarshorst ontvreemdde, was hij er van overtuigd dat hij de laatste plaggen met gras te pakken had van de voor hem heilige voetbalgrond in Deventer. „We waren net gepromoveerd en alles wees erop dat we naar kunstgras overgingen. Ik dacht: dan wil ik die laatste echte middenstip hebben”, zegt de fanatieke supporter van Go Ahead Eagles.

Maar Deventer kwam in verweer. Kunstgras? Dat nooit. Met een groep supporters haalde Boosveld 95.000 euro op om veldverwarming mogelijk te maken in stadion de Adelaarshorst. Voor een bedrag van tien euro sta je al met een eervolle vermelding op de flank van het hoofdgebouw als één van de honderden ‘Pitch Owners’. Zelf veilde Boosveld ‘zijn’ middenstip voor 8.000 euro en zo werd echt gras voor de komende jaren gegarandeerd bij Go Ahead Eagles. „Dat hoort bij het dna van deze club”, zegt Boosveld.

De voorbije speelronde in de eredivisie was een bijzondere. Nu zes van de achttien clubs hun thuiswedstrijden op kunstgras spelen is het nog net niet uniek wanneer alle wedstrijden gespeeld worden op echt gras. Afgelopen weekend was het zo – en op 10 mei nog eens. En daarna? Misschien wel nooit meer. De licentie-eisen voor de eredivisie zijn zo dat vrieskou geen reden meer mag zijn voor afgelasting. Dus: of (dure) veldverwarming, of kunstgras. Steeds meer clubs kiezen optie twee.

Met een beetje fantasie is de wedstrijd Go Ahead Eagles - Heracles Almelo (1-3) van gistermiddag ook het duel tussen de club die het felst weerstand biedt tegen het oprukkende kunstgras en de club waarmee het allemaal begon. Heracles – met kunstgrasproducent Ten Cate als hoofdsponsor – bracht kunstgras in 2003 naar het profvoetbal en sindsdien zwichtte club na club voor de lagere onderhoudskosten die zo’n veld met zich meebrengt.

Gemor

Maar ondanks de technische ontwikkeling van kunstgras klinkt er gemor. Technisch directeur Martin van Geel van Feyenoord zei onlangs dat het aantrekken van spelers lastiger is geworden nu de eredivisie een kunstgrascompetitie is geworden. De spits die wel kwam, Colin Kazim-Richards, klaagde vorige week over het veld van Cambuur dat aanvoelde „alsof ik met blote voeten op beton speelde”. Kunstgras komt er in enquêtes onder profs slecht van af.

Twee verantwoordelijken zitten in Deventer op de tribune. Jan Smit, voorzitter van Heracles en in die hoedanigheid kunstgraspionier. Maar ook Jelle Beuker, nu manager bij Go Ahead Eagles maar in het recente verleden als (interim-)directeur van de Coöperatie Eerste Divisie verantwoordelijk voor een collectieve deal die vorig jaar gesloten werd met producent Ten Cate. „Die behoefte bestond breed bij clubs in de eerste divisie”, legt Beuker uit. „En niet alleen om het kostenplaatje: dit kwam allereerst voort uit sportieve redenen. Clubs wilden niet dat na oktober de velden dramatisch zijn. Als er dan ook nog een aantrekkelijk alternatief is met het kunstgras tegenwoordig, ligt een collectieve deal voor de hand.” Beuker denkt dat op termijn het geweeklaag bij voetballers uitsterft. „Vooral jonge spelers die opgegroeid zijn met kunstgras maakt het al niet meer uit. Ik denk dat het een kwestie van tijd is voor dit geen item meer is.”

80.000 euro per jaar

Een aantal gepromoveerde clubs verder zit nu ook de eredivisie met een flink smaldeel kunstgrasclubs. Ironisch genoeg is juist Beukers Go Ahead Eagles nu één van de clubs met een kleine begroting (6 miljoen euro) die desondanks nog op echt gras speelt. „Onderhoud van het gras kost ons ongeveer 80.000 euro per jaar”, zegt Beuker. De nadelen van echt gras gaan verder dan onderhoud alleen. Door de beperkte belastbaarheid kan Go Ahead niet trainen in het stadion. En Beuker ziet met jaloezie hoe bij clubs met kunstgras kinderen na de wedstrijd het veld op mogen en hoe daar bedrijvencompetities mogelijk zijn in het stadion. „Ook dat is binding met supporters. Voetbal is meer dan de wedstrijd, biertje en weer naar huis.”

Eagles-bestuursleden als Beuker zijn dus minder stellig tegen kunstgras dan supporters zoals Boosveld. Of de pragmaticus en de romanticus elkaar ooit zullen vinden? Beuker: „Ik zeg maar zo: je moet je aanpassen aan je omgeving. Hier is de weerstand zo groot tegen kunstgras, dat moeten we gewoon niet doen. Bovendien draagt ons veld bij aan het Engelse sfeertje dat we hier graag cultiveren, ook naar sponsors toe.”