Column

Héé, goed nieuws uit het Midden-Oosten!

Vandaag een keer goed nieuws uit het Midden-Oosten. Het gaat goed in Tunesië. Dat blijft een beetje verscholen achter de kalief want die is voor ons journalisten een stuk sexyer. Bij wijze van spreken. Alleen Omaniërs vind ik persoonlijk echt sexy. Die sultan!

Ik heb wel eens geschreven: als ik een land mocht uitkiezen voor een democratisch experiment zou het Tunesië zijn. Niet Libië, dat helemaal getraumatiseerd is door meer dan veertig jaar experimenten in autocratie van Gaddafi. Niet Egypte, dat te groot, te arm en te analfabeet is en te veel in de ban van het leger. En zeker niet Irak, lappendeken van antagonistische meerder- en minderheden. Tunesië is klein (11 miljoen inwoners), het is homogeen, relatief hoog opgeleid, het heeft een behoorlijke middenklasse, zijn economie is redelijk op orde en het leger heeft er nooit zo’n grote rol gespeeld. En inderdaad, het lukt!

Jullie hebben de keus tussen ons en de fundamentalisten, zo pareerde de Tunesische leider Ben Ali, net als Egyptes Mubarak en andere Arabische tirannen, zeldzame kritiek op zijn repressieve beleid door westerse bondgenoten altijd. Wat moet hij hebben gelachen toen zowel in Tunesië als in Egypte inderdaad fundamentalisten de verkiezingen wonnen. (Aan de andere kant, misschien heeft hij niet zo hard gelachen, want de seculiere Ben Ali woont nu noodgedwongen in het bepaald niet seculiere Saoedi-Arabië.) Ben Ali gooide iedere fundamentalist in de gevangenis, maar onderdrukking is dus geen tovermiddel om een onwelkome oppositie weg te krijgen. Kalief en koningen, luistert u?

Ik herinner me nog wel de waarschuwingen uit de tijd van de Algerijnse verkiezingen van 1991 die fundamentalisten voorbestemd waren te winnen: één man, één stem, één keer. Als ik te impliciet ben: dat ze eenmaal aan de macht nooit meer verkiezingen zouden uitschrijven. In Algerije annuleerde het leger dus de tweede ronde van de verkiezingen en volgde een griezelig bloedige burgeroorlog.

Ik spring over de ups en downs in Tunesië sinds 2011 en land bij de verkiezingen van 26 oktober. Die verloren de fundamentalisten tegen een seculiere partij, en het allerbelangrijkst, ze accepteerden hun verlies. Ze zeiden niet dat er was geknoeid of dat het anderszins niet eerlijk was verlopen. Volgens mij, maar corrigeer me als u het beter weet, is het de eerste keer dat een moslimfundamentalistische partij berust in het verlies van de macht.

Tunesië is er nog lang niet. De economie draait niet goed, en er is een venijnige moslimextremistische opstand aan de gang in het grensgebied met het anarchistische buurland Libië. Net als in zoveel andere landen zijn duizenden jongeren naar de kalief in zijn Islamitische Staat vertrokken die met gewelddadige plannen naar huis kunnen terugkeren. Maar er is een structurele stap naar democratie gezet.

Tot zover het goede nieuws. Tunesië is een eenzaam succes. De rest van de regio zakt steeds verder de afgrond in.