Kameel en dromedaris hebben genen voor leven in de woestijn

De kameel en de dromedaris hebben aangepaste genen die de dieren beschermen tegen extreme droogte, extreme uv-straling, hittestress en verstikkende stofwolken. De kameel kan een kwart van zijn lichaamsgewicht aan water verliezen. Bij andere zoogdieren is meer dan 15 procent al dodelijk. Veel genaanpassingen hebben effect in de nierwerking en daarmee in de regulatie van vocht en suiker in het bloed.

Dat blijkt uit een vergelijking van alle genen van kameel, dromedaris en de Zuid-Amerikaanse alpaca. Het onderzoek is deze maand in wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications gepubliceerd, door Chinese en Saoedi-Arabische onderzoekers.

De alpaca is een verre verwant van beide woestijndieren. Hun laatste gemeenschappelijke voorouder leefde 16 miljoen jaar geleden. Dromedaris en kameel splitsten ongeveer 4,5 miljoen jaar geleden in twee soorten. Dat gebeurde nadat hun voorouders uit Zuid-Amerika, via de Beringstraat in Euraziatisch of Afrikaans woestijngebied verzeild raakten.