Column

Europa, neem de gevoelens van haters ook serieus

Hoogopgeleiden zien in de EU kansen, laagopgeleiden bedreigingen. Daar kijkt de EU op neer. Europa zou zich in hen moeten inleven, zegt Floor Rusman.

Over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden wordt al jaren gepraat, maar nu is er ook wetenschappelijk bewijs. De kloof bestaat, concludeerden de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) afgelopen week in een rapport met veel tabellen en grafieken.

Hard bewijs kan geen kwaad, maar dat hoog- en laagopgeleiden in gescheiden universa leven is natuurlijk geen nieuws. De Vlaamse schrijver David Van Reybrouck schreef er in 2009 een essay over, Pleidooi voor populisme. Daarin schetst hij hoe hoogopgeleiden, met hun kosmopolitische houding en goede smaak, neerkijken op de laagopgeleiden die om moppen lachen en Lloret de Mar als favo vakantiebestemming hebben. Van Reybrouck maakt zich hier druk over. Het is gemakkelijk om je superieur te wanen, maar de mensen aan de overkant van de kloof maken ook deel uit van onze samenleving, waarschuwt hij zijn snobistische vrienden.

Deze boodschap lijkt nog niet te zijn geland. Als het gaat om de Europese Unie, bijvoorbeeld, is er nog veel wederzijds onbegrip. In het rapport wordt alles wat we eigenlijk al wisten over globalisering nog eens uiteengezet: hoogopgeleiden zien in de EU vooral kansen, laagopgeleiden zien bedreigingen. En, ook belangrijk: hoogopgeleiden beschrijven de voordelen van Europa vooral in economische termen (interne markt), laagopgeleiden hebben vooral culturele bezwaren (soevereiniteitsverlies).

Ik moest tijdens het lezen denken aan een persreis naar Brussel waaraan ik recentelijk deelnam. We bezochten de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad, waar wij te horen kregen dat men in Nederland veel te negatief denkt over de EU. Een van de sprekers zei dat verdere Europese integratie de enige mogelijkheid is, om vervolgens te pleiten voor een ‘dialoog met de burgers’. Op de vraag hoe zo’n dialoog eruitziet als er volgens hem maar één wenselijke uitkomst is, had hij geen bevredigend antwoord. Eigenlijk wilde hij helemaal geen dialoog, kreeg ik de indruk. Hij leek te vinden dat elk weldenkend mens moet inzien dat verdere Europese integratie de enige rationele keuze is. Het doel van de ‘dialoog’ moet dus zijn om de mensen weldenkend te maken.

Als je er zo over denkt, sta je ver af van de laagopgeleiden uit het WRR/SCP-rapport. Dan heb je geen enkel begrip voor de angst die velen hebben voor een verlies aan nationale identiteit en democratische controle. Om te variëren op Van Reybrouck: het is makkelijk om vanuit Brussel neer te kijken op die kortzichtige Nederlanders die er niks van begrijpen, maar op die manier los je het probleem niet op. Als je de mensen aan de overzijde van de kloof bij de politiek wil betrekken (wat me de enige manier lijkt om de EU legitimiteit te geven), moet je hun gedachten en gevoelens serieus nemen.