‘De opwarming is helemaal niet gestopt’

Hoofdauteur IPCC-rapport

Klimaatwetenschapper bij het Planbureau Leefomgeving

„De invloed van de mens op klimaatverandering staat glashelder vast. De gevolgen worden wereldwijd scherper zichtbaar. De prognoses daarover zijn toenemend ernstig. En nog steeds is er een mogelijkheid om de risico’s binnen de perken te houden. Maar naarmate we daar langer mee wachten, wordt dat wel snel duurder.” Daarmee vat Leo Meyer in een telefoongesprek vanuit Kopenhagen, het nieuwste klimaatrapport samen.

Meyer heeft leiding gegeven aan het team van wetenschappers dat voor het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, alle voorgaande studies in één brede visie verenigt. In dit zogeheten syntheserapport, dat gisteren na een week van moeizaam onderhandelen verscheen, herhaalt het IPCC de boodschap die de wetenschappers nu al vele jaren met toenemende stelligheid vertellen: de atmosfeer en de oceanen warmen op, de hoeveelheid sneeuw en ijs neemt af, de zeespiegel stijgt, extreem weer (zoals langdurige droogte, zware regenval, stormvloeden en hittegolven) komen vaker voor. En dat alles is mede het gevolg van de uitstoot van broeikasgassen door de mens.

Die uitstoot zou inmiddels al aan het dalen moeten zijn, maar groeit nog steeds. „We hebben nog 20 tot 30 jaar de tijd om de stijging van de emissies om te zetten in een daling. Daarmee kunnen we de temperatuurstijging tegen het eind van de eeuw waarschijnlijk beperken tot 2 graden Celsius, zoals we een paar jaar geleden in Cancun hebben afgesproken.”

Rond het midden van de eeuw moeten die emissies dan wel met 40 tot 70 procent zijn gedaald. En tegen het einde van de eeuw moeten ze zelfs naar nul. „Je kunt wel langer wachten, maar dan zul je dat later moeten inhalen tegen hogere kosten”, zegt Meyer. „En als je te lang wacht moet je zelfs naar negatieve emissies. Dat wil zeggen dat je de kraan niet alleen dichtdraait, maar ook water uit het bad schept.”

Technisch is het best mogelijk om kooldioxide (CO2) – dat vrijkomt bij de verbranding van steenkool, olie en gas – uit de atmosfeer te halen. Dat kan door het gebruik van biomassa en door de opslag van CO2 onder de grond (CCS). Maar aan beide kleven nadelen.

Biomassa gebruikt kostbare landbouwgrond om bomen of planten te laten groeien die worden verstookt in energiecentrales. CCS is in de perceptie van veel mensen een ongewenste technologie. „De angst van mensen om dingen onder de grond op te slaan, of het nou gaat om radioactief afval of CO2, is groot. Dat kun je niet afdoen als emoties van mensen. Als het gaat om de haalbaarheid van een technologie, zijn emoties ook feiten.”

Maar als het gaat om de reductie van broeikasgassen kunnen we volgens Meyer ook weer niet te kieskeurig zijn. „Er zijn nog steeds mensen die denken dat we alles nog kunnen doen met ‘lieve’ technologieën zoals zon en wind – hoewel die laatste al niet meer helemaal onomstreden is. Maar uiteindelijk wordt het waarschijnlijk toch alle hens aan dek. Het standpunt van het IPCC is: Je kunt wel iets weglaten uit de mix van mogelijkheden, maar dan wordt het duurder.”

Meyer twijfelt niet aan de ernst van klimaatverandering. Dat de temperatuur de afgelopen vijftien jaar minder snel is gestegen, zegt volgens hem niet zoveel. „Niet alle natuurlijke variatie is in de klimaatmodellen zichtbaar. De opwarming is bovendien helemaal niet gestopt. 2010 was het warmste jaar. En nu al is bijna zeker dat 2014 het warmste jaar ooit zal worden. Dat de opwarming langzamer is gegaan, betekent dat die straks ook juist een stuk sneller kan gaan. Maar dat is mijn persoonlijke opvatting, dat staat niet in de rapporten.”

Wetenschappers houden normaal graag een slag om de arm, maar volgens Meyer is de kracht van het IPCC dat het waardeoordelen durft te geven. „Ja, dan is er een kans dat je er soms naast zit.”

Meyer vindt het frustrerend om te zien hoe moeizaam de klimaatonderhandelingen verlopen. „Maar opgeven helpt niet. Als intermediair tussen de wetenschap en de beleidsmakers is het IPCC essentieel.”

Wetenschappers zijn „geen spandoekfiguren” zegt Meyer, maar hij is wel gedreven. Intussen maakt hij zich zorgen over klimaatverandering. „Ik loop daarmee niet voortdurend te koop. En ik hou niet van overdreven alarmisme. Maar ik heb het gevoel dat wij toekomstige generaties opzadelen met problemen die ze niet zouden hoeven hebben. Door ons zitten zij straks, ik zou zeggen bijna letterlijk, met de gebakken peren.”