Bank net zo fout als corporatie

Na de enquête over de woningcorporaties lijken de banken voor de zoveelste keer de dans te ontspringen, meent Jan Smit.

Illustratie pavel constantin

‘Ze verkochten als het ware racefietsen aan mensen in een rolstoel.” De banken die Vestia tussen 2004 en 2012 hebben overladen met gevaarlijke renteverzekeringen, zogeheten derivaten, kregen de afgelopen jaren veel kritiek. Maar bovenstaand citaat van Gerard Erents, de man die Vestia na het gedwongen vertrek van directeur-bestuurder Erik Staal leidde en redde van de ondergang, blijft onovertroffen.

Falend toezicht, falende corporatiebestuurders en de falende politiek zijn de belangrijkste oorzaken van de vele deconfitures die de corporatiesector de afgelopen jaren hebben getroffen, concludeert de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties in haar eindrapport. Maar de bedenkelijke rol die de banken hebben gespeeld bij onder meer Vestia blijft onderbelicht. Een gemiste kans.

Ja, het toezicht rammelde aan alle kanten – zowel intern, door de commissarissen, als extern, door het Centraal Fonds Volkshuisvesting, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en het ministerie van BZK. Ja, de politiek is daarvoor verantwoordelijk. En ja, hebzucht en hoogmoed van mensen als Erik Staal, de gewezen directeur-bestuurder, en kasbeheerder Marcel de Vries speelden een grote rol. Het is terecht dat de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties daar in Ver van huis, haar vorige week donderdag gepresenteerde eindrapport, allemaal de vinger op legt.

Des te navranter is het dat de banken daarmee weg lijken te komen. Zij zijn medeverantwoordelijk, maar het heeft er alle schijn van dat ze de dans ontspringen. Voor de zoveelste keer.

Om het geheugen even wat op te frissen: dertien banken verkochten Vestia in acht jaar tijd voor ruim 23 miljard euro aan rentederivaten. Wereldspelers als Citibank en Deutsche Bank, maar ook Nederlandse banken als ABN Amro, Rabobank, ING en de Bank Nederlandse Gemeenten. Derivaten kunnen nuttig zijn, bijvoorbeeld ter bescherming tegen een eventuele rentestijging. Maar ruim negentig procent van de betreffende contracten was volstrekt overbodig. Vestia kocht deze derivaten louter om te speculeren op een rentestijging.

In het najaar van 2011 ging het mis. In plaats van te stijgen, daalde de rente, waardoor de corporatie flink moest bijlappen. Alleen door de derivaten voor ruim 2,1 miljard euro af te kopen, bleef de woningstichting overeind.

Hamvraag is natuurlijk of de banken wisten dat ze Vestia gevaarlijke producten verkochten. Dat is zeer aannemelijk. Belangrijke aanwijzing daarvoor: in plaats van rechtstreeks hebben de banken de corporatie het gros van de derivaten verkocht via een tussenpersoon, een zogenoemde agent. Die agent, Fifa Finance, ontving daarvoor provisie. Een deel van deze provisies sluisde de tussenpersoon door naar de kasbeheerder van Vestia, Marcel de Vries.

Wilden de banken Vestia derivaten verkopen – en dat wilden ze: Vestia was een gewillige prooi – dan moesten ze met Fifa Finance in zee. In ruil voor die bemiddeling kreeg de tussenpersoon grof betaald – 30 miljoen euro in zes jaar tijd. De banken betaalden daarbij per transactie. Dat laatste is merkwaardig. Banken betalen agents doorgaans alleen provisie voor het aanbrengen van nieuwe klanten. Fifa Finance daarentegen bracht telkens dezelfde klant aan: Vestia.

De banken wisten: er voert slechts een weg naar Vestia en die loopt via Fifa Finance. Dat ze de tussenpersoon daarvoor miljoenen euro’s moesten betalen, namen ze voor lief. Ze verdienden ruim 600 miljoen euro aan de corporatie. Bij Deutsche Bank bijvoorbeeld was in het jaar 2005 maar liefst 20 procent van de winst afkomstig uit de verkoop van derivaten aan Vestia.

De route via Fifa Finance was niet alleen goed voor de beurskoersen en voor de aandeelhouders van de banken, ook voor de accountmanagers, de quants, de whizzkids die de doorgaans zeer gecompliceerde derivatenconstructies bedenken, én voor de bestuurders.

Hun bonussen waren rechtstreeks aan de winst gerelateerd. Aan deze accountmanagers werd flink getrokken; een van hen kreeg in 2010 zelfs een welkomstpremie (golden hello) van een miljoen euro toen hij verhuisde naar Goldman Sachs. Hij kreeg die premie vooral omdat hij Vestia als klant meenam.

De enquêtecommissie had de betrokken bankiers hierover mooi aan de tand kunnen voelen. Daartoe had zij alle aanleiding – in het eindrapport noemt zij het handelen van de betrokken banken „immoreel en verwerpelijk.”

Dat is niet gebeurd. De commissie had daarvoor deels een excuus: zij kon geen buitenlandse bankiers horen. De Wet op de parlementaire enquête staat dat niet toe. Maar, schrijven de onderzoekers in hun eindrapport, zij hadden daaraan ook ‘geen behoefte’. De accountmanagers die de derivaten daadwerkelijk hebben verkocht en de bestuurders van de Nederlandse banken hadden wel mogen komen getuigen. Mensen als Gerrit Zalm (ABN Amro) en Jan Hommen (ING), die destijds de scepter zwaaiden bij deze banken, hadden onder ede kunnen verklaren waarom ze corporaties maar ook tal van bedrijven en andere semipublieke organisaties met miljarden aan levensgevaarlijke producten hebben opgezadeld.

Een uitgelezen kans om Vestia te helpen de rekening voor de ten minste ruim 3 miljard euro aan volkshuisvestelijk vermogen die nu verloren gaat daar te leggen waar zij thuishoort: bij de banken.