Wie zakt is niet geschikt

Selectie aan de poort? Laat aankomende studenten tentamen doen, zeggen Susan Niessen en Rob Meijer. Dan toets je intelligentie en motivatie.

foto anp

Nu de loting wordt afgeschaft, ontwikkelen universiteiten en hbo-instellingen procedures om studenten te selecteren voor hun studies en opleidingen. Veel studenten zijn nu eenmaal goed voor de financiën en daarom selecteren ze niet alleen, maar matchen ze ook. Dat wil zeggen, ze proberen te beoordelen of de student past bij de opleiding, zodat de student die begint aan een opleiding deze ook afmaakt. Een soepele doorstroom van studenten scheelt veel geld en frustratie, zowel voor de onderwijsinstelling als voor de student.

Wanneer is dit nu echt zinvol en hoe kan je dat het beste doen?

Selectie leidt niet vanzelf tot betere studenten. Ten eerste is selectie alleen rendabel wanneer er ook echt wordt geselecteerd. Dat betekent dat een aanzienlijk deel van de kandidaten wordt afgewezen. Het probleem is namelijk dat zelfs de beste instrumenten voor selectie nauwelijks kunnen voorspellen welke studenten succesvol zullen zijn. Dit leidt onvermijdelijk tot een aantal foutieve beslissingen in zowel het aannemen als afwijzen van studenten.

Daarbij, het percentage studenten dat zonder de selectie in zeg vier jaar het diploma haalt, is nu al niet al te hoog. Bij opleidingen met een huidig slagingspercentage van zo’n 70 à 80 procent, kan een selectieprocedure dus niet veel meer verbeteren. Selectie heeft alleen toegevoegde waarde wanneer het aantal toegelaten studenten niet te groot is en de huidige rendementen redelijk laag zijn. Is dit niet het geval, dan kan er net zo goed worden geloot.

Opleidingen dienen zich dit goed te realiseren voordat zij de ‘selectieboom’ optuigen.

Stel dat aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Hoe kan dan het beste worden geselecteerd en gematcht? In kranten en nieuwsbrieven (ook van onze eigen universiteit) komen wij voornamelijk termen tegen als ‘motivatie’ en ‘persoonlijkheid’, naast ‘capaciteiten’. Kortom, er is een neiging om ‘de hele mens’ in ogenschouw te nemen.

Dat is een loffelijk streven, maar het is in de praktijk lastig te realiseren. Instrumenten op dit gebied zijn namelijk vaak te onbetrouwbaar of te gevoelig voor sociaal-wenselijke antwoorden („Ik heb altijd al psychologie willen studeren want ik ben een echt mensen-mens en wil graag mensen helpen”).

Daarnaast zijn intelligentie en cijfers op de middelbare school goede en betrouwbare voorspellers voor studiesucces, maar zowel bestuurders als studenten vinden dit een onacceptabele manier van selecteren, omdat ‘motivatie en interesse’ buiten beschouwing worden gelaten. En het lijkt toch wel ver af te staan van wat een student later moet kunnen. Bovendien zou de beschikking over een havo- of vwo-diploma al moeten aantonen dat een aankomend student over voldoende capaciteiten beschikt om een studie in het hoger onderwijs aan te kunnen.

Wat nu te doen? Onderzoek aan zowel de Universiteit van Amsterdam (UvA) als aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft laten zien dat een eenvoudig selectie-instrument goede resultaten kan opleveren. Laat aankomend studenten alvast student zijn; geef potentiële studenten een tentamen. Bij de studie psychologie aan de RUG krijgen potentiële studenten bijvoorbeeld twee hoofdstukken inleidende psychologische studiestof toegestuurd om thuis te bestuderen.

Bij dezelfde studie aan de UvA volgen de studenten daarnaast ook hoorcolleges over de stof. Op de toetsdag maken de studenten daar een tentamen over. Onderzoek heeft laten zien dat dit een zeer goede voorspeller is voor het studiesucces in latere jaren in de studie: studenten die hier goed scoren, gaan vaak ook succesvol door hun studie.

Dit is niet zo vreemd, want we vragen van potentiële studenten om gedrag te vertonen dat ze later ook moeten laten zien.

Bovendien worden zowel intelligentie als motivatie getoetst. Aankomende studenten die niet de moeite willen nemen om een boek te bestuderen uit de studie van hun keuze, zijn waarschijnlijk niet geschikt voor die studie. Maar ook: minder intelligente studenten kunnen door hard te werken zo toch een acceptabel cijfer halen op een tentamen. Bovendien krijgen de studenten vast een beeld van hoe hun dagen er tijdens het volgen van de studie uit zullen zien.

Een ander voordeel van deze methode is dat de acceptatie van dergelijke selectie of matching waarschijnlijk groot is. Het is veel gemakkelijker om een student te overtuigen dat hij/zij niet zo geschikt is voor de studie door te laten zien dat belangrijke stof te moeilijk is, dan te zeggen dat de persoonlijkheid niet toereikend is. En we blijven gevrijwaard van vage opdrachten of vragenlijsten die weinig voorspellende waarde hebben.

Ten slotte, deze manier van selecteren is relatief goedkoop. Leve het tentamen dus.