Na examen even helpen in Afrika is echt geen ramptoerisme

Unicef lanceerde vorige week de campagne: ‘Children are not tourist attractions’. De organisatie maakt zich zorgen over het opkomende vrijwilligerstoerisme, waarbij Nederlandse jongeren vrijwilligerswerk doen in een ontwikkelingsland. Hoewel ik de beweegredenen van Unicef begrijp, heb ik vraagtekens bij het beeld dat de organisatie neerzet van vrijwilligers. Op de campagneposter zien we ongelukkig uitziende kinderen achter glas, omsingeld door jongeren die als een stel aasgieren fotocamera’s op hen gericht hebben. De vrijwilliger als ramptoerist.

In 2012 ben ik voor drie maanden naar Tanzania geweest om les te geven op een overheidsschool. Heb ik kinderen dan ook als toeristische attractie gebruikt? Ben ik één van de aasgieren op die poster? Ik kan niet voor mijn leerlingen spreken, maar ik denk dat het mogelijk is dat het voor hun een waardevolle ervaring was om via mij een kijkje te krijgen in de wereld buiten hun dorp en een leerkracht te hebben die voor ze opkwam als er stokslagen werden uitgedeeld door de lokale leraren.

Zoals de groei in het vrijwilligerstoerisme aantoont, zijn er steeds meer jongeren die de handen uit de mouwen willen steken en het zou interessant zijn voor Unicef om die bron aan te boren. Een belangrijke vraag die in deze discussie bijvoorbeeld nog niet gesteld is, is waar al dat altruïsme onder Nederlandse jongeren vandaan komt. Zijn ze het misschien beu om te horen te krijgen dat de beste manier waarop ze kunnen helpen door middel van hun portemonnee is? Willen ze graag een persoonlijke connectie met mensen die onder compleet andere omstandigheden opgroeien dan zijzelf?

Een campagne die op mij overkomt als een wijzend vingertje in de richting van mensen met goede bedoelingen, nodigt niet uit om mee te denken over de vraag hoe we de situatie van kinderen op de wereld kunnen verbeteren. Ook Unicef is ergens begonnen en moet zich constant af blijven vragen waar het precies goed aan doet. Ik vraag me dan ook af in hoeverre het eerlijk is dat ik mij nu voel afgeschilderd als een ramptoerist.

Noord-Korea

Tijd om in actie te komen

In 1940 was de wereld getuige van ernstige misdaden tegen de menselijkheid. Hoe kan het dat er na meer dan zeventig jaar nog zoveel onrecht, onmenselijkheid, conflict en leed in de wereld bestaat? Nog steeds worden mensen geïsoleerd en gemarteld omdat hun denkbeelden afwijken van een criminele dictatuur. In Noord-Korea bestaan de concentratiekampen nog steeds en op dit moment worden tweehonderdduizend mensen zoals u en ik vastgezet en gebrainwashed. Shin Dong-hyuk is bijvoorbeeld een jongen die ‘heropgevoed’ werd omdat zijn ouders misdaden tegen de leider hadden begaan. In de praktijk is er echter niet veel nodig om vastgezet te worden, de in Noord-Korea geldende wet die ‘schuld-door-associatie’ genoemd wordt, is helaas maar één van de voorbeelden. Deze wet maakt het mogelijk om de gehele familie van de verdachte zonder proces vast te zetten. Het leven van Shin Dong-hyuk kent een overlap met een allegorie van de grot van Plato. Hij ontsnapte uit zijn drielaagse wereld waarin hij respectievelijk het kamp, Noord-Korea en de rest van de wereld leerde kennen. Of de zon uit de allegorie van Plato ooit zo zal schijnen opdat zijn wereld iets lichter wordt weet ik niet. Wel is inmiddels overduidelijk dat we actie moeten ondernemen, het is de hoogste tijd. Ieder mens verdient mens te zijn.

Simon Scholte ter Horst