Verloren kalfjes

De datum voor de lancering van de stichting Lost Animals was slim gekozen: Dierendag. Het is een initiatief van twee Friese restaurateurs en een zelfslachtende slager die niet langer willen toekijken hoe waardevol vlees wordt verspild. Eerder al bekommerden Willem Schaafsma, Sicco Gerlsma en Jan Walburg zich over het lot van jonge geitenbokjes en de stiertjes van Jerseykoeien. Daar was geen markt voor en daarom werden ze maar gewoon afgemaakt en vernietigd. Doodzonde, vonden de drie. En dus zette Gerlsma die geitenbokjes als saté kambing op de kaart van zijn Indonesische restaurant Tandjong Priok. Daarnaast stuurden ze een geslacht stiertje naar Jonnie Boer, die er razend enthousiast op reageerde. Sindsdien wil iedere restaurantkok ze wel hebben. Er is inmiddels een wachtlijst van een jaar voor zulke Jerseystiertjes. Einde verspilling. Hoera voor de Friezen.

Maar per 1 januari worden de eisen in de kalversector aangescherpt en nu dreigt een nieuwe vorm van verspilling. Kalveren die lichter zijn dan 36 kilo mogen niet langer worden aangeboden bij de opvangcentra. (Een opvangcentrum is de plek waar jong vee verkocht wordt aan mesters; vroeger heette dat de veemarkt.) Of althans, er komt een boete op te staan van 100 euro. Terwijl zo’n kalfje hooguit 30 euro waard is.

Waarom laat de boer zijn kalfjes dan niet wat zwaarder worden? Omdat een tweede selectiecriterium wil dat een aangeboden kalf hooguit 35 dagen oud mag zijn. Alleen kalveren die binnen 35 dagen na hun geboorte 36 kilo wegen komen dus in aanmerking om tot vleeskoe op te groeien. De rest, naar schatting van de sector zo’n 10 procent, wordt als waardeloos beschouwd en krijgt een spuit. Vanuit economisch oogpunt bekeken is dat begrijpelijk, alleen ecologisch en ethisch is het moeilijk te verdedigen.

Maar daar zijn onze drie doortastende Friezen weer. Via hun stichting Lost Animals willen ze ervoor zorgen dat zulke lichtgewicht kalveren alsnog op het bord van de consument belanden. Door concreet samen te werken met de hele keten, van melkveehouders, veehandelaren en slachters tot slagers en restaurants. Waarschijnlijk zal er vooral gehakt, burgers en worst van het vlees worden gemaakt, omdat dat nu eenmaal de goedkoopste manier van verwaarden is.

Daarna ligt de bal bij ons. Wij moeten die verloren beestjes natuurlijk wel willen eten. Kalfsvlees eten ligt gevoelig. Veel mensen vinden het zielig om vlees van zo’n jong dier te eten. Tegen hen zou ik willen zeggen: bedenk dat deze dieren een bijproduct zijn van het rundvlees dat u misschien wel zonder enige wroeging eet. En dat ze, als wij ze niet opeten, voor niets hebben geleefd. Zou dat niet pas echt betreurenswaardig zijn?

Janneke Vreugdenhil